Bejaard

Onlangs werd de wereld opgeschrikt door het vreselijke bericht dat maar liefst één derde van alle docenten in het MBO-onderwijs binnen tien jaar aan het pensioen toe is. Om het allemaal nog erger te maken, kan ik mijn lezertjes meedelen, dat ik daar ook bij hoor. Zoiets is natuurlijk allemaal heel schriklijk, maar aan de andere kant doet zo’n nieuwtje de fantasie ook rijkelijk op hol slaan. Laat ik daar maar eens aan toegeven:
Het MBO is dus deels bevolkt met bijna achter rollators schommelende en voortschuifelende docenten. Jonkies zijn er niet meer, want die willen wel wat anders dan in zo’n semi-geriatrische instelling te werk gesteld worden. Het aantal hoogbejaarden neemt dus snel toe, en dat komt ook doordat het kabinet ons eigenlijk het liefst tot aan ons negentigste levensjaar zag doorwerken, waarna verplicht vrijwillige euthanasie dient te volgen.  Hoe gaat zoiets voor de klas? ( Ik heb er trouwens al eens een keer aandacht aan besteed, schiet me nu te binnen; nou ja, hou het er maar op dat ik het ook allemaal niet meer zo goed weet, en door herhaling leert men toch het beste, ook al is dat tegenwoordig in het onderwijs not-done ).
Ik zie daar dus een lokaal voor me waarin een bureau staat omgeven door allerlei ziekenhuis-apparatuur: een infuus, hartmonitoren, kabels en slangen, een steek onder de stoel. De senior-docent zelf zit wat scheef onderuitgezakt op een kussentje tegen het doorzitten achter z’n tafel, een beetje kwijl op de mondhoek, wat op gezette tijden door een zuster ( zoiets kan makkelijk op een zorg-opleiding, dan hebben de leerlingen al een groot deel van het docentenkorps om op te oefenen ) wordt weggeveegd. Vóór de leraar is de klas; leerlingen zijn allemaal bezig met zelfwerkzaamheidsopdrachten, met het bepalen van hun persoonlijke leervraag, met het uitwerken van hun pop- en pap-gesprekken die weer een mooi plekje in hun portfolio moeten krijgen. Een vraag stellen aan de docent, dient met het volume van een scheepshoorn te gebeuren. De oren zijn niet zo best meer.
Pauzes duren extra lang, want het duurt even voordat het onderwijzend personeel met behulp van trapliften en rolstoelen de personeelskamer heeft bereikt, om daar, hevig morsend en schuddend, vanuit tuitbekers koffie, thee, pap of andere onderwijsvernieuwingen tot zich te nemen.  Daarna volgt een langdurige stoelgang ( paar keer per dag ) op de verhoogde toiletpot met handgrepen en noodknop die in elk schoolgebouw nadrukkelijk aanwezig zal zijn, het vervangen en schikken van de diverse luiers waarna de hele kudde weer schommelend, rollend en schuifelend en mogelijk nog na-lekkend richting trapliften gaat om weer hoestend, reutelend en gorgelend een les te verzorgen aan een groepje pubers die wel de moeite hebben genomen zich van MSN in de leerwerkruimte los te rukken.
De docent in zijn aangepaste stoel voelt zich niet gemakkelijk. Een functioneringsgesprek met een jonge, aanstormende manager, waar het onderwijs er tegenwoordig zeer velen van heeft, ligt in het verschiet. Dat betekent loskoppelen van alle apparatuur en wankelend naar het kantoor van de meerdere, waar het dossier al weer op tafel ligt: zijn de absenten genoteerd, is het verantwoordingsdocument ingevuld, kloppen de toetsgegevens in de toetskop met die van het examenbureau en de eisen van de onderwijsinspectie, heeft de docent zijn urenregistratie al geregeld en weet de docent wel dat de BAPO  afgewezen kan worden wanneer het schoolbelang vóór gaat?  En hij hoort al zo moeilijk; het hoorapparaat staat op tien en wat slechts doordringt  lijkt op niet meer dan een hinderlijke fluittoon, gelardeerd met mineurklanken. De manager praat en praat, maar het lijkt een gesprek tussen twee doofstommen.
Wel illustratief eigenlijk voor wat zich momenteel afspeelt binnen  -vooral- het MBO-onderwijs: een enorme kloof tussen top en werkvloer, een enorme kloof tussen jong en bejaard, een enorme kloof tussen wat men wil en wat men kan en een afgrond tussen onderwijsvernieuwingen, die steevast als verbeteringen worden gepresenteerd, en de realiteit van wat door bezuinigingen allemaal niet meer mogelijk is.   
Het onderwijs houdt zich moeizaam en wankelend staande met gehoorapparaten, leesbrillen, steunzolen, Tena-luiers, kunstgebitten en rollators. Afbrokkelende en stil wegkwijnende kennis en vaardigheden.
Verpleeghuizen staan qua zorg tegenwoordig in een ongunstig daglicht en lijken steeds meer op dat andere instituut waar we ons ook zorgen maken over onze bewoners, de leerlingen. Er is geen aandacht voor de patiënten, er wordt zwaar bezuinigd op de zorg, en de bestuurders -lees:de onderwijsinspectie- sluiten de gordijnen van hun kantoren om zo maar niet in hun prettige droomwereld gestoord te worden door dementerende en vergrijzende docenten daar ergens in de diepte van het klaslokaal.
 
Ik ga er dus maar uit dat bovenstaande beschrijving niet meer is dan een boze nachtmerrie, een doemscenario wat altijd een beetje wordt aangedikt om zo wat meer jongeren voor de klas te krijgen. Ik huppel dus maar als een jonge hinde door de gangen, laat de schoolfeesten, de muziek, de klasse-uitjes naar de bowling, de gesprekken met leerlingen in de dip maar als een verfrissende lafenis over mij heen komen, en geniet er van, zo lang dat nog kan. Ook al voel ik me soms tachtig, wanneer ik denk aan de stapel correctie met toetsen van 15 kantjes en 9 pagina’s correctievoorschrift die nog op mij wachten.
 
De jonge generatie lezertjes met interesse voor onderwijs wil ik dan ook adviseren om eens een serieuze poging te wagen. Ben je jong en je wilt wat ( en je weet ook nog wat ), kies dan voor de klas. Je blijft er fris en fruitig bij, zeker tot je tachtigste.

2 antwoorden op “Bejaard”

  1. Je hebt de twee sectoren/werelden waarin ik inspanningen voor doe (onderwijs en zorg) wel heel mooi aan elkaar gerelateerd.

    In de zorg maken we ons ook zorgen, omdat de zorgvraag binnen 10 jaar toeneemt, in aantallen en zwaarte. Ook de zorg moet dus rekening houden met een arbeidskrapte. Maar wie schoolt ze dan. Misschien moeten we van onze huizen dan maar leer/werkplekken (nieuwe stijl) maken? 🙂

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *