Ergens in Groningen waren – naar ik meen vorig jaar, enkele moeders die een actie op touw hadden gezet om discotheken te bewegen maar eens wat vroeger te sluiten. Daar moest ik afgelopen weekend aan denken toen gedurende de hele nacht personen in mijn huis de trappen op en af stommelden. Ik vermoed dat het mijn dochters zijn geweest, maar een stel toevallige passanten is ook heel goed mogelijk. Je vraagt je altijd af of ze de deuren wel op slot doen, maar als de laatste je om drie uur ’s nachts uit je bed belt omdat ze de sleutels vergeten is, maak je je ook niet meer zo druk om een openstaande deur.
Vroegâh gingen wij om een uur of acht stappen, en kwamen dan, als we het laat maakten, om een uur of half één thuis. Dat is nu zo’n beetje het tijdstip waarop het vóórdrinken begint. Ik kan wel met die ongeruste moeders meevoelen.
Op het eerbiedwaardige onderwijs-instituut waar ik mijn lesjes afdraai, wordt elke maand een schoolfeest gehouden, altijd op woensdag. De donderdagmorgen zit je dus het eerste uur met een zeer bescheiden clubje zombies in de klas. Ook de schoolfeesten dienen steeds later te eindigen, want anders tel je als puber natuurlijk totááál niet mee. Een beetje om één uur in je bed gaan liggen, je zou wel gek zijn, en je staat enorm voor paal bij je vrienden bovendien.
Eerst kon ik ze nog een beetje wijsmaken dat de beste slaap die vóór twaalf uur is, maar daar hebben ze nu twaalf uur ’s middags van gemaakt. Zelf kon ik ook altijd redelijk lang doorgaan, maar nu moet ik daar niet meer aan denken om ergens in de vroege morgen, als het al licht wordt, wankelend de trap op te stommelen. ’s Avonds kijken we nog wel eens een film in bed, nou, u weet zelf ook wel uit ervaring: het einde zit er meestal niet meer in, en dan krijg je weer de strijd wie van beiden hem van het standby-knopje af moet zetten.
Zo evolueert de puber steeds meer van een dag naar een nachtwezen, en wie op een fatsoenlijk tijdstip wel eens een dierentuin bezoekt, ziet mogelijk steeds meer overeenkomsten met de Luiaard, die daar ergens in zo’n schemerig hok tussen de takken hangt. ’s Nachts schijnt het een behoorlijk kwiek beestje te zijn.
Of de horeca op het verzoek van beide dames is ingegaan, weet ik niet. Misschien moet het eens nieuw leven ingeblazen worden, in elk geval in mijn huis en op mijn school. Of we moeten in een versneld tempo door-evolueren, zodat we binnen afzienbare tijd de disco’s in de vroege middag de deuren zien openen.
