Je bent boer en je bent verliefd. Althans, je hebt tijdens het gieren een gevoel wat zich een beetje als zodanig zou kunnen laten omschrijven. En terwijl je peinzend naar de rondvliegende strontklonten kijkt, stel je je een situatie voor waarin je je met een – in jouw ogen – aantrekkelijke ADHD-kaasmaakster aan een romantisch strand bevindt, ergens op een Grieks ( ?) eiland (?) in de Noordelijke IJszee (?) en je door je ondoorzichtige zonnebril naar de zonsondergang kijkt. Naast je zit zij dus, Annemarie, en ze heeft je net uitgelegd dat een aubergine een aubergine-kleurige vrucht is, en dat je bij de lokale tegelboer in de zompige weilanden van Hollands-Midden mooiere plakken en klompen steen ziet liggen.
Je kijkt naar die grote glimmende bal vuur die daar in de IJszee zakt en je denkt: Hé, wat is dat nu? , waarna je gedachten wegdwalen naar de grote Landbouwtentoonstelling volgende week. En langzaam borrelt je ultieme liefdesuiting omhoog: “Mwah… we kunn’n noatuurliek altiet ’n sms-je sturen, nie?”
Hoe gaat zoiets. Bijna vijf miljoen Nederlanders volgen wekelijks de broeierige avonturen van onder andere het liefdeskoppel Adriaan en Annemarie, en de verwikkelingen zijn dermate dat de afleveringen van Big Brother er mee tot voorleesmomentjes van Frank Groothof in Sesamstraat verbleken. Boeren en liefde, dat is bijna een contradictio in terminis, wanneer je de zwoele bewoordingen hoort waarmee de hitsige geliefden elkaar benaderen. Hoe ik ook mijn best doe, ik kan me geen voorstelling maken bij wat er zich ’s nachts in die hotelkamer op dat rare eiland zo ver van huus moet afspelen. Ik heb dan gruwelvisioenen van het uitbenen van een varken, het schoonspoelen van koeienuiers, een worstmachine die glimmende vleesslierten in vellen propt of van een pan borrelende balkenbrei. Zoiets schreeuwt gewoon om een set camera’s zoals in Big Brother. We willen gewoon een jaar lang elke dag Annemarie en Adriaan volgen, vierentwintig uur lang, en geen seconde missen van hun diepe conversatie. Ik zie een wereldhit.
Nu geef ik les op een school waar ook een agrarische afdeling is gevestigd. Ooit kwam ik vanuit het Haarlemse Sodom en Gomorra naar deze wat eenvoudige ven godvrezende streek in het midden des lands, naar dorpje B. op de Veluwe, met het idee dat al mijn vooroordelen over boeren nu eens zouden worden weggenomen. Mijn eerste kennismaking met een veehouderijklas vond plaats in een morsig noodlokaaltje op donderdagmiddag het negende uur, op een grauwe dag in november. Er werd van mij verwacht dat ik hun enige basale taalvaardigheid zou bijbrengen. Zo ver mogelijk achterin hing daar wijdbeens onderuit gezakt , gehuld in dikke jassen en donkerblauwe of – groene bodywarmers een aantal knapen. Snorkende en snuivende geluiden, een schetenlucht producerend, harde rauwe kreten en gelach, en ook nog eens een haast onverstaanbaar dialect. Boeken – “Hebbe we niet m’neer! ” – kwamen niet op tafel of werden überhaupt al helemaal niet meegenomen, en aantekeningen werden met frisse tegenzin op een of ander uit de zak gefrummeld voddig papiertje gekalkt. Wanneer er buiten het geluid van een een opgevoerde brommer of – nog veel mooier – een trekker klonk, keken allen, of je op een knopje drukte, in de richting van het geluid en duurde het weer enkele minuten voordat men van de sensatie bekomen was. Op slag werden al mijn vooroordelen nog eens bevestigd.
Inmiddels ben ik wat jaren verder en is gelukkig een deel van de vooroordelen weggenomen. Er zijn denk ik geen personen in Nederland die harder en langer werken dan onze boeren: tot diep in de nacht zie en hoor je ze in deze streken nog op hun trekkers heen en weer rijden, of zijn ze op het land of met het vee in de weer. Weinig vakantie, burgers die geen cent te veel uit willen geven voor een lapje vlees, weinig vertier en weinig uit, op mogelijk wat coma-zuipen in een tot keet omgebouwde oude caravan achter op het erf na. Er is gewoon geen tijd voor, hooguit op vrijdagavond koopavond even met moeders naar de grote stad, naar dorpje B. op de Veluwe.
Wat blijft is de lomperigheid en de horkerigheid. Boer zoekt vrouw speelt daar handig op in, en we genieten massaal van de kale keukentafels en het zware Oisterwijkse eieknhouten meubilair, van de ouders die gezellig mee uit de dampende aardappelpannen komen eten. Adriaan wordt onze nieuwe hork-held. Annemarie blijkt zowaar wat menselijke en mogelijk vrouwelijke trekjes te vertonen, dus we willen allemaal dolgraag weten hoe dit af gaat lopen. Klompendansen wordt een nieuwe rage, en het strand op Cyprus wordt een bedevaartsoord voor de voltallige boerenstand in Nederland. We verwachten Adriaan de volgende keer in smoking op de knieën voor de deur bij Annemarie, het mag desnoods op klompen en met een bosje kunstbloemen ( of een zak stremsel uit de aanbieding bij de Welkoop ) , maar wat goed te maken hééft hij. Romantisch voor de buis bij Annemarie onder het neonlicht, met een dvd-tje van een mooie zonsondergang. En daarna vroeg te bedde, want om vijf uur roept het vee.

Eén antwoord op “Zonsondergang met Adriaan”