Welcome to nowhere, deel 1

Ik ben in Finland, om precies te zijn, in Rovaniemi, een plaatsje ergens vèr in het noorden van een land wat toch al zo noordelijk aandoet. Er zijn opvallend veel Finnen hier, waar de zaterdagavond om elf uur ’s avonds oogt als ware het drie uur op een november namiddag.  In Rovaniemi wil je niet oud worden , en al helemaal niet jong wezen. De Kerstman heeft er jaarlijks domicilie, en de luchthaven is geheel in stijl.  Mijn hotel kijkt uit op de meest noordelijke McDonalds ter wereld, een onooglijk pand waar de plaatselijke hangjeugd op de bijna langste avond van het jaar mistroostig voor zich uit staart achter een beker ijskoude cola met ijsblokjes, terwijl ik op de meest noordelijke french fries medium kauw. Even verderop in de straat, die oogt alsof de sneeuw nèt is weg gedooid, bevindt zich het Lordi-restaurant, waar ongeveer de allervreselijkste act ooit van het songfestival is geboren. Het restaurant is dienovereenkomstig ingericht, met doodshoofden en plastic botten aan de muur. Eet smakelijk. Donker wordt het niet, we zijn hier in het land  waar de zon niet of nauwelijks ondergaat, in de zomer dan.

Niet echt haute couture

De lucht is grauw bewolkt en een kille wind drijft temperaturen van 10 graden rechtstreeks van de pool. En ik moet nog noordelijker, veel noordelijker: vijfeneenhalf uur met de bus naar Inari, een gehucht van 500 inwoners in de buurt van de Russische grens, en ook niet al te ver van Moermansk. Er zijn weinig mensen op straat. Wat moet je hier ook. Rovaniemi lijkt naast de Mc Donalds en het Lordi restaurant te bestaan uit parkeergarages, communistische flatgebouwen en grimmig gesloten winkelcentra die zijn neergevallen in omgewoelde hopen aarde en betonnen platen. De stad is net zo grijs als de wolken, die ook al geen afwisseling vertonen. Er scharrelen veel Russen rond, bijna zonder uitzondering gekleed in foute trainingspakken en shirts met opzichtige opdruk. Slapen lukt niet, alweer niet. De jetlag van twee weken geleden is nog steeds niet verwerkt.

De volgende morgen is naargeestig en guur, en ik besluit tijdig naar het busstation te sjokken, want de bus rijdt maar twee keer per dag, en missen betekent nòg een nacht hier. “Nordkapp” geeft een bord boven het raam aan. Dat is nog te ontcijferen. Ik zoek een plekje. Uit de radio in de bus klinkt: “I put a spell on you”. Veel ouderen. De man van het echtpaar voor mij probeert de stoel in de slaapstand te zetten, wat niet lukt doordat ik ernstig tegenwicht bied met mijn knieën. Dat wordt opletten, want als ik gedurende de reis eenmaal opsta, kom ik nooit meer op mijn plek. We vertrekken. De reis into the wild is begonnen. 56 euro, richting het Lappenland, richting niets. Ik wil lijden, afzien, niet wetend dat dit later in de week ernstig bewaarheid gaat worden. Het land van beren, veelvraten , elanden en wolven lonkt.

We passeren het Santa Claus Village op de poolcirkel. Dan te bedenken dat ik twee weken geleden nog aan de tegenovergestelde kant in Australië zat. het dorp van de kerstman bestaat uit houten hutjes en snacktenten, en mag zich verheugen in het bezoek van enkele Finse gezinnen met kinderen. Je moet toch wat op je vrije zondag, dus ga je half juni maar eens het dorp van deKerstman bezoeken. We rijden verder, ik wacht nu vol smart op de eerste kuddes overstekende rendieren. Er zijn geregeld zijwegen, die allemaal naar iets lijken te leiden, maar waar het schaarse autoverkeer tóch afslaat. Ook zijn er lieden met een optimistische handelsgeest die hier en daar een nering in koffie, drank en vettige worstjes langs de weg hebben neergezet. De bus is gevuld met bejaarde en kouwelijke Australiërs die steeds meer truien en jassen aantrekken, terwijl de verwarming toch op vol vermogen lijkt te staan. Europa in drie weken. Ik deed Australië in twee dagen, en dat wreekt zich nog steeds. De temperatuur binnen doet denken aan een sauna.

Er is een verplichte stop van 45 minuten in Ivalo, een al even nietszeggende plaats als Rovaniemi. Verlaten parkeerplaatsen, hopen omgespitte aarde, hermetisch gesloten restaurants, een supermarkt die allerlei vliegvis-benodigdheden verkoopt aan dikke mannen in camouflagepakken met baseball-petten op en modderige pickup-trucks. De bejaarden schuifelen onrustig heen en weer. Zij worden nog verder gezeuld richting Noordkaap, waar ze vanavond rond tien uur zullen zijn om vervolgens per boot naar Bergen af te zakken.

De bus rijdt weer. De chauffeur luistert nu naar iets wat een hoorspel doet vermoeden. Een hoorspel in het Fins. We passeren een bord: Murmansk, 300 km. De laatste etappe nu naar Inari, een gehucht met 500 inwoners. Daar zal ik een week lang de bossen en de ruisende rivier aanschouwen.

Het gedenkwaardige vervolg met een onverwachte wending is hier

 

Eén antwoord op “Welcome to nowhere, deel 1”

  1. Ik keek al uit naar je avontuur… Ben heel benieuwd welke beer geprobeerd heeft je te verslinden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *