Vrienden hadden ons al gewaarschuwd: neem toch vooral veel wc-papier mee! Zo kwam het dat we met een gezonde voorraad in de koffer in Beijing arriveerden, na een reis waarbij je half en half verwachtte dat ook in het vliegtuig een Chinese hurkplee niet zou ontbreken.
In Frankrijk was een bezoek aan het toilet nog niet zo heel lang geleden al een angstwekkende ervaring, in het verre oosten zou het nog veel erger zijn. Ook veel stopmiddelen, ontstopmiddelen, toiletzittings-doekjes en hygiënische vochtige doekjes ontbraken dus niet in de bagage, die al aardig op een dependance van het Kruidvat begon te lijken.
Gelukkig viel het allemaal redelijk mee, van de vier meegenomen rollen zijn er drie teruggekomen. De hotels hadden allemaal keurige potten, wel wat laag – met mijn lengte had ik af en toe het idee op een baby-potje te moeten hurken-, en als je onderweg ergens nodig moest dan zocht je gewoon een wat luxer hotel op om daar even fatsoenlijk te verpozen en gelijk weer een paar meter wc-papier mee te pikken.
Wat betreft toiletten en het ritueel daar omheen ben ik redelijk panisch; hoe gruwelijk is het om op een camping, nadat je eerst al pontificaal over het hele veld met een rol pleepapier – die op dat moment wel licht lijkt te geven – moet wandelen richting sanitairgelegenheid. Daar aangekomen wacht ik eerst tot alles is uitgestorven om vervolgens plaats te nemen in één der vertrekjes, die aan boven en onderkant ook al open zijn, ook zo iets verschrikkelijks. De deur sluit meestal ook maar half. Dat is dus afzien, zeker als er een persoon in de ruimte naast je plaatsneemt en je ongewild moet meegenieten.
In China kent men dergelijke gène niet. De stoelgang is daar een gemoedelijke en sociale aangelegenheid, zeker als dat gebeurt in openbare ruimtes zoals stations en dergelijke. Daar tref je toch nog wel veel van die hurktoestanden aan, en als het een klein beetje mee zit bevindt zich er soms ook nog een soort deurtje voor. Zo kon het gebeuren dat ik – door hoge nood gedwongen – ergens tijdens een busstop bij een eetgelegenheid een dergelijke ruimte betrad. Richtingaanwijzers zijn niet nodig, je gaat gewoon op de geur af. Vijf toiletten op een rijtje. De eerste bleek een hurktoilet met onbestemde voorwerpen op de grond.
De volgende was bezet door een stevig tegen de deur duwend persoon, waarschijnlijk een mede-toerist.
De derde was open, de deur ontbrak, en daar bevond zich een Chinees, die al hurkend, de broek op de knieën, de tijd doorbracht met het aandachtig spelen op een spelcomputertje.
De overige twee heb ik maar niet eens meer geprobeerd, dan maar enige uren ophouden tot we in het hotel waren. Bij zo’n moment van contemplatie en bezinning wil je niet gestoord of afgeleid worden. Ooit, op vakantie in Noorwegen, ben ik eens op een uitgestorven hoogvlakte alle omliggende heuvels en bergen op- en afgerend om te controleren of er toch vooral niemand aankwam., voordat ik een door rotsen afgeschut plekje kon benutten.
Onze gids vertelde ons nog een opbeurend verhaal over het leven in de ‘Hutongs’, een soort volkswijken die tot voor kort het aanzien van Beijing bepaalden, maar die steeds schaarser worden. Daar gebruikten tot vijftien gezinnen elke ochtend het gezamenlijke toilet, wat bestond uit een aantal gaten in de grond. Echt iets voor mij, het leven in zo’n Hutong.
Op het grote station van Beijing, waar Amsterdam CS tien keer in kan, is voor veel Chinezen ook nog even de gelegenheid om – net als wij – vòòr de 1200 kilometer lange rit per nachttrein naar Xi’an nog even naar het toilet te gaan. Het station was hoogst modern, de toiletten werkelijk uit de pré-historie. Er werd wel schoongemaakt hoor, maar ga er maar eens aan staan, met die volgens mij miljoen reizigers per dag. Eén van onze medereizigers had zich dus met dicht geknepen neus bekommerd laten zakken, toen onder het half hoge schotje door een zwabber verscheen, die twee keer tussen haar benen heen en weer werd gehaald, en vòòr je met je ogen kon knipperen was de schoonmaakbeurt weer voorbij.
Nee, dan het toilet in het Financial Building in Shanghai, de op één na hoogste toren ter wereld. Was de rit in de lift al een science fiction-achtige gelegenheid, het toilet zo mogelijk nog meer. Vòòr dat je daar trouwens belandde, werd je op elke hoek van de gang de richting gewezen door een knikkende en buigende Chinees in livrei, afdwalen was onmogelijk. Naast de verwarmde hight-tech toiletpot bevond zich een uitgebreid bedieningspaneel, wat onder andere de op de zitting uitgeoefende druk mat, en wat tevens allerlei suggesties deed voor een keur aan spoelbeurten in diverse temperaturen en straalvariaties.
Natuurlijk ook weer een aantal belangrijk uitziende knoppen met alleen Chinees opschrift, dus daar durfde ik niet op te drukken: vòòr je het weet wordt je drol op 492 meter hoogte de Chinese ruimte in gelanceerd. In China is alles mogelijk.
