Zo, het diner zit weer achter de kiezen. Met drie kritische dochters in huis is het altijd lastig een gerecht te vinden wat iedereen lekker vindt. ’t Is ook altijd lastig om ze de tafel te laten dekken en afruimen. Complete schema’s op de koelkastdeur moeten daarbij ondersteuning geven, maar die leiden dan soms weer tot immens gekrakeel, waardoor het gezin soms enigszins verhit aan tafel plaatsneemt.
Vandaag had ik de eer iets uit te mogen kiezen. Op tafel lag een reclamefolder van Tupperware – ja dat bestaat nog- , waarin mooie blijde mensen in een prachtige ambiance met zwembad in de aan zee gelegen tuin met felgekleurde plastic bakjes in de weer waren, want iets anders is het natuurlijk niet. Ik mag niet citeren, want het schrijfsel dreigt op de achterzijde met ernstige consequenties, en sinds ik het op Wauwel een keertje aan de stok kreeg met een dolgeworden directeur van een kwijnend prentbriefkaartfabriekje wegens inbreuk op het auteursrecht, ben ik wat voorzichtiger geworden in die dingen. Straks komen de stukjes van Wauwel nog vanuit de zwaarbewaakte penitentiaire inrichting in Vught of zo, en dat willen de lezertjes vast niet.
De Tupperware-folder belooft ons in elk geval dat wij deze zomer de sleur zullen doorbreken, dat onze dromen waar zullen worden en dat wij nieuwe inspiratie op zullen doen. Nu weet ik niet of mijn zintuigen dermate geprikkeld zullen worden door een siliconen keukenkwast van € 9,95 op een manier dat ik er ook nog van ga dromen, maar de fabrikant heeft er alle vertrouwen in dat ik het ongewone in elke dag zal vinden met behulp van het aangeboden keukengerei.
Ik dwaal een beetje af, want dit stukje zou over eten gaan. In het gidsje stond namelijk een recept, en dat leek mij wel lekker, en hoewel we het zouden moeten klaarmaken met de Dunschiller Universeel die we niet hebben en de hele mikmak zouden moeten doen in de U+Ovaal 3 liter die we ook niet hebben , vonden we het toch wel een poging waard.
Iets met kip en venkelknollen – ja dat leek wel een beetje eng en het kroost betrok al – en een hoop ui. Mijn vrouw toog aan de slag en gaf mij opdracht de laatste twintig minuten af te maken, want zij moest een dochter van de trein halen.
Prompt vergat ik natuurlijk enkele kleine lettertjes uit het recept, waardoor we de maaltijd uiteindelijk zonder aardappelen moesten doen, hetgeen de stemming er niet beter op maakte, want “er drijven vreemde witte brokken in” ( de venkelknollen) en “die zwarte kringeltjes lust ik niet”( olijfringetjes) , waarna een ijverig gevis in de schaal volgde. Daar sta je dan een uur voor te klungelen, ernstig gehinderd door het gemis van de Dunschiller Universeel. Er schijnen gezinnen volledig in staat van razernij te zijn vervallen vanwege het feit dat men iets op het eten aan te merken had. Ik zie voor mijn geestesoog een ouder die de rest van het gezin met een Dunschiller Universeel te lijf gaat. Als ouders poog je dus het goede voorbeeld te geven en alles tegen heug en meug met opgewekte blikken naar binnen te werken, ook al is het nòg zo smerig. Maar ja, ook al ga je op je kop staan, je kinderen eten het tòch niet op.
Een enkele keer ben je met hen solidair. Ooit kregen wij hutspot voorgeschoteld, nu eens niet met gehakt ( fijn een vulkaan metselen en jus en een bal in de krater ), maar met stukjes cervelaatworst. Zoiets komt natuurlijk als een donderslag bij heldere hemel, want vaste gewoontes en zo. Na voorzichtig gekeken te hebben naar mijn kinderen en mijn vrouw, boetseerde ik al kauwend van mijn hutspot het woord “vies”. Dat hebben ze niet meer vergeten, en nu durf ik ook wel te zeggen dat het Tupperwasre-recept vanavond geen succes was.
