Verhuizing

ellisDocenten zijn een soort onderwijskundige slangenmensen. Tot op hoge leeftijd moet je je in allerlei onderwijsvernieuwende bochten kunnen wringen om alle veranderingen te volgen. Wij verbazen ons dus in het algemeen nergens meer over en laten de meeste wijzigingen, die vanzelfsprekend altijd verbeteringen zijn, maar over ons heen komen.  Het management loopt in al deze zegeningen natuurlijk voorop en geeft daaraan met ferme pas leiding en goed voorbeeld. Dat is een hele troost, en daardoor voelen wij ons natuurlijk een stuk minder onzeker.

Zo is het eerbiedwaardige onderwijsinstituut waar ik werk, onlangs weer eens gefuseerd, dit keer met een aanpalend gebouw, waarin een kwijnende instelling met steeds meer moeite het hoofd boven water hield. Overnemen dus, die hap. Sinds deze week rijden onze verhuiswagens af en aan, en wordt het pand leeggehaald om plaats te maken voor dure architectenteams, aannemers en borende en zagende bouwvakkers. Ons  gehele management staat in de startblokken om de veroverde en gerenoveerde burcht over te nemen. Gisteren vond, onder aanvoering van onze burchtheer, een eerst inname plaats, maar de troepen moesten onverrichterzake terugkeren wegens ernstig boren en frezen en de daarbij horende stofwolken.
Het boren en frezen zal trouwens vermoedelijk een hoogtepunt bereiken tijdens de aankomende toetstweek, dat is bij ons zo langzamerhand een traditie. Onder het dreunend geraas van drilboren, grasmaaimachines en bladblazers ploeteren onze leerlingen met hun opgaven, en er is er – wonder boven wonder- nooit eentje die naar het LAKS rent. Als je ze er maar vroeg aan went heb je geen een landelijk actie-comité nodig.

Ook wij als eenvoudige docenten moeten deels weer eens verhuizen. Als een soort Bataven worden wij tijdens de Grote Volksverhuizing heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, altijd op de vlucht voor de Hun, en nèt wanneer je aan een vers opgehangen muurkast bent gewend krijg je te horen ( nog geen twee maaanden later ), dat die kast weer ergens anders heen gaat en dat jij mee moet.  Daartoe worden ruim van te voren ingewikkelde schema’s verspreid – waar niemand zich aan houdt – en zo is dus deze week het moment van mijn verhuizing aangebroken. Toen ik dan gistermorgen na een welverdiende herfstvakantie mijn kantoortje binnenwandelde, was mijn meubilair voorzien van grote stickers, waarop vermeld stond in welke ruimte het straks geplaatst zou worden. Mijn bureau en stoel moeten naar kantoor 8, vanwege “de gelijke kleurstelling en uitstraling”. De personen die in kantoor 8 zitten mogen zowaar blijven, maar hun meubilair heeft minder eenheid en gelijke uitstraling, dus dat gaat naar kantoor 11, waar ik ook heen mag. In mijn optiek was het eenvoudiger geweest om kantoor 8 totaal ongemoeid te laten en ons mèt eigen meubilair in zijn geheel rechtstreeks naar 11 te verhuizen, maar daar zit ongetwijfeld een hogere onderwijskundige bedoeling achter waarvan ik als eenvoudige docent de werking toch niet begrijp.

We gaan ook anders bellen, via internet, heel modern allemaal. Op mijn bureau bevond stond namelijk een fonkelnieuw toestel ter grootte van een stevige flipperkast te pronken- “Nog niet aankomen!”-, met een hoorn van het type waarmee men in vroeger tijden via de hotline naar het Kremlin belde om de naderende atoomoorlog aan te kondigen. Er naast lag een stevige geplastificeerde handleiding. Waar ik thuis een kèk klein handsetje heb met een handig verlicht displaytje, moet ik  voortaan eerst de leesbril en een zaklamp erbij halen om in het grote donkere scherm tussen alle informatie  de juiste gegevens te vinden. Druk je per ongeluk op een van de vele verkeerde knopjes, dan kan het zò maar gebeuren, dat je de directeur zelf aan de lijn krijgt. Mogelijk kan hij vanaf zijn eigen supercentrale ook alle gesprekken elders in het pand volgen. Mijn eigen nieuwe  toestel zou ook met gemak ruimte kunnen bieden aan een verborgen camera.  Maar mijn fantasie slaat denkelijk een beetje op hol.
Belt iemand jou straks, dan klinkt het luchtalarm, en worden er meer collega’s gebeld, dan zal dat vanaf vijf verschillende kanten  door ons nieuwe kantoortje schallen. Ja, als wij hier iets doen, dan doen wij het goed.

In Japan kunnen vrouwen voor hun nèt gepensioneerde man een soort lucht- en geluid-dichte cabine kopen, mèt een raampje , die in de woonkamer geplaatst kan worden. Zo’n man, die z’n hele leven als een gek gewerkt heeft, kan dan een beetje wennen aan het leven zonder werk, naast z’n vrouw, thuis, en zich geregeld in die cabine terugtrekken om wat met z’n bomsai-boompjes te klungelen en even weg te zijn van z’n vrouw. Ingebouwd telefoontje, voor als de sushi klaar staat. Zoiets zou naar het onderwijs vertaald moeten worden. Ik pleit voor de aanschaf van zo’n cabine voor elke collega: makkelijk en geregeld te verplaatsen, en je kunt ze nog stapelen ook. Leve de verhuizing!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *