Tijd

Een leuk vakantiekiekje zo op het eerste gezicht. Wauwel ( in opzichtig blauw overhemd ), na zware longontsteking toch nog voldoende opgeknapt om de laatste vakantieweek nog even richting buitenland af te reizen, staand op een balkon en uitkijkend over een groot sportveld. Een vakantie moet in mijn optiek altijd meer zijn dan amechtig liggend in een strandstoel je zelf all inclusive vol proppen, waarbij je ook nog eens niet je plek durft te verlaten omdat dan een of andere dronken Rus of Duitser je zetel in pikt.  Strand is leuk, maar voor één dag. In het onderwijs heb je – in de ogen van de buitenstaander – nog steeds riant lange vakanties, hoewel ook daar ernstig op bezuinigd wordt. Naar Duitsland en Oostenrijk dus, daarbij enigszins gehinderd door het feit dat ega bij het wegrijden tot de ontdekking kwam dat haar rijbeijs reeds ruim een half jaar verlopen was. Dat werd dus alleen rijden, van Bau-arbeiten naar Stau naar Unfallsstelle naar Bau-arbeiten, om tenslotte bij de eerste stop in Neurenberg uit te komen, voor 95 % in de oorlog platgegooid, maar weer helemaal hersteld. Een mooie stad, met heel veel torens en kastelen en kerken, hoewel je in feite door een soort uitvergroot themapark loopt, want vrijwel niets is nog origineel. Het zou ook ergens in China nagebouwd kunnen zijn. De tijd heelt echter de meeste wonden

Ik heb iets met tijd en met verleden. Melancholie ligt altijd op de loer. Wat dat betreft, is Duitsland een ideale vakantiebestemming. Voor wie er gevoelig voor is, klinkt overal de echo van de tijd door, en zie je sporen van het duistere verleden, tot – recent – de restanten van de Muur aan toe. Lezers die nog enige fatsoenlijke opleiding waarin geschiedenis werd gegeven,  hebben genoten, herkennen natuurlijk de plek waar schrijver dezes zich bevindt: de tribune van het Zeppelinveld op het voormalig Reichsparteitag-gelände. Vanaf dit balkon brulde Hitler de hysterische menigte toe, uitkijkend over duizenden fakkels en de kathedraal van licht die werd gevormd door de stralen van een groot aantal zoeklichten, als een waarschuwing aan ieder in de nacht die volgen zou.
Vlak naast dit veld staat nu een groot voetbalstadion en – heel unheimisch – daaruit klonk tijdens vermoedelijk een luidsprekertest massaal traag gezang. ’t Zal ongetwijfeld een of ander clublied zijn geweest in de trend van “FC Nurnberg gaat nooit verloren”, maar op deze plek kreeg het de proporties van een of ander Nazi-lied, wat vroeger de menigtes in vervoering en extase bracht. Het versterkte de indruk die deze plek gaf. Hier was het dus allemaal begonnen. Op deze plek waar nu langs de tribune een soort autoracebaan was gebouwd, en waar nog geregeld grote manifestaties werden gehouden.
Achter mij ploeterde een Nederlandse vader met zijn zoontje in de hitte de tribune op. Het was “Führerweer”. Stralend en heet. “Ik wil kijken of ik nog ergens een steentje van deze tribune los kan krijgen”, verkondigde de man, “voor in de verzameling.” Dergelijke plekken trekken nogal eens neo-nazi achtige types aan. Ooit zag ik bij de restanten van Hitlers Berghof een groepje van dat soort, een Duitse oorlogsvlag uitspreidend, snel op de foto en dan weer weg. Geen haan die daar naar kraaide, maar je lokt het ook wel uit als je dat soort plekken met duidelijke bewegwijzering en grote borden aan gaat kondigen.
Deze man bleek echter bij een groep enthousiastelingen te horen die oude legervoertuigen rijdend hield, en daarbij was ook een soort museum. Straks dus in de aandachtig in elkaar geknutselde vitrine  weer een nieuw pronkstuk: “Onderdeel van het Reichsparteitag-Gelände. Niet aanraken s.v.p.”.  Veel van Hitlers pompeuze bouwwerken waren bedoeld om het duizend jaar uit te houden, en ik schat dat die tijd ook nodig is vóórdat ook deze uiting van grootheidswaanzin door de verzamelwoede van eigenaren van kleine oorlogsmuseumpjes is opgeconsumeerd. Armando schrijft over “schuldige landschappen”, wanneer hij het over dit soort plaatsen heeft. Een treffende vergelijking.

Nu is mijn  vrouw niet zo van mijn dweperij met alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft, dus we wandelden verder. Het leven bestaat uit het voortdurend sluiten van compromissen. Een eindje verderop, met toch weer mooi uitzicht op de nooit afgebouwde congreshal, bedoeld voor  50.000 griezels, stond een Imbiss, met – natuurlijk  – Bratwurst in de aanbieding. Een vriendelijke dikke uitbater ( als kind vroeg ik me altijd of of die soms ook een Nazi was geweest ). Broodje worst, bekertje koffie, voor € 3.  Joggers, moeders met kinderwagens, eendjes in de vijver, een vredig onschuldig tafereel in een schuldig landschap.

In de middag toch nog naar een ander schuldig landschap. Een groot, typisch Duits gebouw, vlaggen, en zaal 600. Hier eindigde na zo’n 12 jaar wat een paar kilometer verderop en 1000 jaar geleden begon. Het Duizendjarige Rijk, ingehaald en afgebroken door de tijd, op wat pompeuze restanten en brokjes steen in een lokaal oorlogsmuseum na. De rechtszaal is bijna onveranderd gebleven, de getuigenbankjes staan er nog. “Nicht schuldig!”, hoor je snauwen.  In het gebouw een indrukwekkend museum. En dan, weer eenmaal buiten, weer eens soortgelijke griezelige ervaring als die ochtend, waar ik op het Zeppelinveld in de verte een gezang uit duizenden kelen hoorde schallen. Ditmaal vliegt laag over de stad, zwaar ronkend, een gerestaureerd transportvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog: een Junkers 52, waaruit de Duitse parachutisten boven Nederland sprongen, en waarmee Hitler zich door zijn eindige rjik liet vervoeren. Haast een soort waarschuwing, want eigenlijk lijkt de tijd niets te veranderen. We hebben opnieuw hordes ontevreden lieden in Europa, en we hebben opnieuw griezels naar wie aandachtig geluisterd wordt.  Hoe dit afloopt, de tijd zal het leren.

2 antwoorden op “Tijd”

  1. Ik heb daar ook gestaan, op dat balkon. Met een wat vreemd gevoel in de benen, moet ik je bekennen. Ben je ook in het museum geweest wat daar vlakbij staat? Je loopt er doorheen via stalen trappen en doorgangen die het gebouw zelf niet aanraken. Ook zo’n vreemde gewaarwording. Tussen de meest afschuwelijke, vreselijke, bizarre taferelen uit WOII.

  2. Herkenbaar, Wauwel! Ik was met vrouw en dochters ook in Duitsland, in een heel lieflijk gebied: de Eifel. Maar de geschiedenis laat overal sporen na, bijvoorbeeld in de vorm van grafmonumenten. Als Duitsers dan de mensen gedenken die voor het vaderland stierven, dan kijk ik toch altijd even naar de jaartallen… Maar verdriet is verdriet en menselijk leed is overal treurig. Ik zag ook een lange documentaire op de Duitse TV over de bouw van de muur en de hele koude-oorlogsfeer daarna. Ik ben ook van ’61 (maar nog niet afgebroken, wel aan wat renovatie toe…) en het tot de val altijd geleefd met dit fenomeen. Ik heb de afbrokkeling van het communistische rijk mee mogen maken – net als jij en alle andere tijdgenoten – en dat is toch ook een stuk boeiende geschiedenis. En nu maken we weer mee dat dictators worden afgezet en grenzen worden opgengegooid. Soms is het verontrustend, maar ik zie gelukkig ook veel tekens van hoop. En leuk dat je weer blogs schrijft!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *