Held op sokken

Het is oudejaarsdag en links en rechts knallen de lawinepijlen, atoombommen en andere enge vuurspuwende voorwerpen uw verschrikte auteur om de oren. Katten en honden schijn je in deze tijd van het jaar nog iets kalmerends te kunnen geven, dus mogelijk kan ik met een smoes nog iets bij de plaatselijke dierenwinkel regelen. En dan vanavond in een stil hoekje op zolder in de mand, of achter de PC met science-fiction vlammenwerpers je verdrongen agressie op buitenaardse wezens sublimeren. Er zijn van die momenten dat je verlangt om in Zwarte Haan of zo te wonen ( Google maar even ) . Loop je op straat, dan verwacht je elk moment door een een in kruitdampen gehuld afgerukt lichaamsdeeltje te worden getroffen, afkomstig van groepjes kleine kinderen die hier met z’n allen over eng voor- of nasmeulende voetzoekers gebogen staan, terwijl de ouders binnen oliebollen aan het bakken zijn of op andere wijze hun opvoedkundige plichten niet nakomen.
Nu ontgaat mij volledig de aardigheid van het vuurwerk afsteken; je betaalt je er wezenloos voor, en de enkele keer dat ik dan maar eens wat vuurpijlen had aangeschaft verdwenen die in een paar seconden in de laaghangende mist. Mijn vrouw wil mij  rond de klok van twaalf uur altijd de straat op hebben, of – nog gruwelijker – even naar vrienden een eindje verderop lopen. Je hebt van die roekeloze types. Sterretjes, ja, dat ging nog, hoewel ik als kind in mijn argeloosheid al eens flinke brandwonden opliep omdat één van de ouderen in mijn gezelschap zei dat sterretjes ‘koud vuur’ waren en ja, zoiets wil je dan wel even uitproberen.

Mijn grootste heldendaad was ooit een poging tot het in brand steken van mijn school. Nou ja, dat beweerden de agenten die in een Volkswagen Kever het schoolplein op kwamen scheuren, opgetrommeld vanwege een melding dat enkele kleuters fikkie aan het stoken waren in de zandbak naast de school. Mijn vriendjes vlogen bij de beangstigende aanblik van dit stoere dienstvoertuig natuurlijk lang en breed over de heg en verdwenen, maar gekke Gerrit was zelfs daar te bang voor en overhandigde bevend het corpus delicti, bestaande uit een uit de keukenla gepikt doosje lucifers aan de ambtenaren in functie. Die zetten mij daarop achter in hun Kevertje om mij – naar ik meen- naar huis of naar de dodencel te rijden – waarbij ik wel zó hysterisch begon te huilen en te schreeuwen dat ze mij na een paar honderd meter weer uit de auto zetten.
Die vreselijke daad van repressie heeft mij de rest van mijn leven een traumatische angst voor alles wat gevaarlijk is en wat niet mag ingeboezemd, en een diepe eerbied voor het bevoegd gezag. Nou ja, zolang dat in uniform en met pistool rondloopt tenminste. Die brand stichtende vriendjes hebben nu natuurlijk vast belangrijke en hoge posities in de maatschappij als bankdirecteur of bekende Nederlander.
Ik reed ooit eens geregeld met een collega mee van Haarlem naar Alkmaar, en meende dan het ook weer gevaarlijke weggedrag van andere wegmisbruikers te moeten becommentariëren: ‘Als ik bij de politie zat, dan zou ik dit en dat”, wat hem de opmerking ontlokte: “Als jij bij de politie zat, dan zat je volgens mij bij een doodseskader” . Zo gaat het dus. Soms bekruipt je de lust om toch maar het meest illegale en gevaarlijke vuurwerk aan te schaffen en daarmee elk irritant buurkindje en elke Tokkie-met-petje-en-kratje-bier te lijf te gaan. Maar ja, zoiets doet een held op sokken toch maar niet.
Bang voor de aanstormende Kever.

Ik wens al mijn lezers een veilige jaarwisseling toe!

Wauwels Oudejaarsoverdenkingen

 

Wel, beste lezertjes, op deze laatste dag van het jaar past het ook Wauwel om nog enige overpeinzingen in de avond van het leven op te rispen. Terwijl ik dit schrijf is mijn woning in het dorpje B, ergens op de Veluwe, gehuld in dichte kruitdampen, die veroorzaakt worden door irritante buurjongetjes van een jaar of negen, waarvan de ouders het blijkbaar goed vinden dat hun kroost mogelijk een oogje of wat vingertjes gaat missen. Een stuk mond of stemband zou trouwens ook een aardige optie zijn.
Vuurwerk is toch zóóó 2007, iets voor paupers. Hopelijk vliegt er zo’n onbeduidend rotpijltje tegen mijn raam, dan kan ik schuimbekkend van razernij als een soort Boze Buurman de politie bellen. Niet dat die zal komen natuurlijk, maar het idee geeft veel voldoening. Een peloton ME, wat van drie kanten het huis binnenvalt ( ook met bijlen via het dak ), de knaapjes in kwestie plat op de grond liggend met gespreide ledematen ( als die er nog aan zitten ), als lekker brokje ten prooi aan verscheurende politiehonden, de beide ouders jammerend en handenwrijvend afgevoerd in een politiebusje. Explosieven-opruimingsdienst erbij, want mogelijk zware explosieven in de woning, SBS 6 filmt vanuit de lucht, en vanavond zal Milika Peterzon ons haarfijn verslag doen van de sensationele ontwikkelingen naast mijn huis. Wordt het toch nog een gezellige oudejaarsavond.
Want ja, wat moet je. Drie dochters, en alledrie weg naar onbestemde feesten die ongetwijfeld zullen uitdraaien op een orgie van geweld, drank en drugs op een tijdstip waar beide ouders al lang met een mooi boek in de hand onder het leeslampje in bed liggen, nog nagenietend van de Oudejaarsconference van Wim Kan die ze twintig jaar geleden op video hebben opgenomen. Neem jij nog een oliebol, schat. Nee dank je, ik heb er al twee op. ’t Is al tien over twaalf, is het niet eens bedtijd?
De hele avond TV-kijken is dus not done, hè? Niets vreselijkers dan allerlei “bekende” Nederlanders die mekaar weer eens dikke veren in de al zo volgeprikte kont steken of Paul de Leeuw die ons uitzinnig schreeuwend en blèrend door de klok van twaalf moet hijsen. 2008: Het jaar van het Kwetsen moet kunnen. Het jaar van Je ding willen doen. Het jaar van Schijt aan iedereen. Het jaar van Weg met ouwe zakken. Het jaar van Ik-eis-respect! Het jaar van Milieu, wat is dat? Het jaar van Patjepeeërs, Tokkies, Bumperklevers en VVD-ers met dikke varkenskoppen die het nog eens extra opnemen voor de autolobby en de bonusregelingen voor topmanagers. Het jaar van nog meer onderwijsvernieuwingen.
Wauwel is een beetje somber dit keer. Het wordt dus tijd voor alvast een eerste oliebol, dat brengt de stemming er alvast wat in.
En misschien wordt het ook wel een jaar van wat meer vrede op aarde, en van wat verdraagzaamheid, van mekaar de ruimte geven,  van wat minder nemen, van eens luisteren naar elkaar en van respect verdienen in plaats van eisen. Misschien smelten de ijskappen wel wat minder hard, misschien blijven we komend jaar kerngezond, misschien slanken we wel af, hoewel vandaag het blijde nieuws in de krant stond dat mannen met een buikje gemiddeld anderhalf jaar langer leven. Als dat geen goed begin is, dan weet ik het ook niet meer. Nòg maar een oliebol dus.
Ik wens alle lezers een gezond en gelukkig ( van het één komt vaak het ander ) 2008.