Vleesboom

Onsmakelijke titel, niet? U ziet nu voor uw geestesoog allerlei zacht in de wind heen en weer bungelende of wiegelende plofkip-achtige groeisels, die zich in een onherbergzaam guur huidlandschap staande ( of hangend ) houden tussen schilfers, schimmels, wratten, schaamharen, zweetklieren en andere ongerechtigheden.

De mens is bij nadere bestudering eigenlijk een walgelijk wezen. Aan het begin gaat zoiets nog wel, en toont men nog wel behoorlijk appetijtelijk  of zelfs aantrekkelijk, maar al vrij snel neemt de grote onttakeling een aanvang en treedt verval in. Vrouwen kunnen daar nog van alles aan doen, wat botox hier, een liftje daar, wat pakketjes siliconen, hier en daar wat weg- of bijsnijden, allemaal zaken die soms een redelijke verbetering van het uiterlijk tot gevolg hebben, maar ook weer niet altijd.

Bij mannen is het eigenlijk wel wat makkelijker; er treedt een zekere rijpheid op, waarbij ook gemakzucht een rol gaat spelen, en zo ontstaan al snel allerlei verzakkingen en onduidelijke groeisels. Meestal is het zo is dat wanneer bij mannen de buit -de partner dus – eenmaal binnen is, er een zekere onverschilligheid met betrekking tot het eigen uiterlijk optreedt. Ook het hof maken, zoals ouderwetsch deuren open houden of geknield een bos rode rozen aanbieden neemt sterk af, want wat zou je je nog druk maken? Je kunt je dus voortaan de rest van je leven ongegeneerd op de bank neer laten ploffen, de afstandsbediening bij de hand, en wanneer je koffie wilt stuur je gewoon even een whats appje naar de vrouw in de keuken.  Het uiterlijk doet er niet meer zo veel toe, en dat kan heel rustgevend zijn. Waar het om gaat is dat je als man nog bij tijd en wijle de nodige zorg en aandacht krijgt, en vooral veel medeleven wanneer dat nodig is.  Wanneer je een pijntje hebt bijvoorbeeld, of wanneer je naar de dokter moet voor iets engs, wat je lang hebt uitgesteld: het lichamelijk pijn lijden van de man bestaat voornamelijk uit een zere rug van iets te fanatiek sjouwen of sporten, een muisarm, een ontstoken steenpuist van het bankhangen, een zware hoofdpijn na een avond stappen met de maten. En uit het koppelen van iets gruwelijks aan elk pijntje wat we voelen.

Zo reed ik onlangs 900 kilometer op en 900 kilometer neer: naar noord-Denemarken en terug, in toenemende mate ongemakkelijk zittend. Je denkt eerst aan broodkruimels in je stoel of broek om tijdens een steels bezoek aan het toilet te ontdekken dat er iets engs aan je achterwerk lijkt te groeien. Zoals de man waar op het hoofd een kikker zat vergroeid naar de dokter ging, en op de vraag van de dokter wat er aan de hand was, de kikker antwoordde met: “Het begon met een pukkeltje op mijn bil”. Thuisgekomen na lang dralen de gade van het groeiend onheil op de hoogte gebracht, ernstig twijfelend over wat te doen, maar toch vooral niet naar de dokter, want die doet pijn. “O, daar kan ik wel een touwtje omheen binden, dan is het de volgende morgen er af!” Ja, dikke neus, een beetje een touwtje om een stuk bil laten binden.
Nu had ik wel eens horror-beelden op tv gezien van steeds groter wordende bungelende dingen dus uiteindelijk belde ik maar de dokter. Tenslotte wil je je ook nog wel eens een keertje in de sauna vertonen zonder de aandacht van het voltallige kruidenbad op je te vestigen. Niet dat er op mijn leeftijd nog veel op mij gelet wordt, maar toch.

De dokter was een vrouw. Eentje waarbij mannen tot nietige wezentjes verschrompelen, dus de gedachte om dingen dan maar weer te verzwijgen of te bagetelliseren ( ook zo’n typisch mannentrekje bij de dokter ) werd snel de kop ingedrukt. Nu had ik gehoopt met één ruk van  de narigheid af te zijn maar er moest een speciale kamer gereserveerd worden waar “brandapparatuur” aanwezig was. Dat werd dus een weekend ongemakkelijk draaien tot het vanochtend dan zo ver was. Luchtigjes de brandkamer in. Gaat u daar maar met uw broek op uw knieën op uw buik op de bank liggen. Je bent weerloos op zulke momenten.  Er werd een metalen plaat onder mijn been geschoven, ‘voor de geleiding’. Zo gaat dat dus blijkbaar op de elektrische stoel. Een injectie met verdoving, o zegen. Waarom eigenlijk niet geheel van de wereld op zulke momenten.
“Voelt u dit?”, hoorde ik terwijl ik geheel verstijfd met mijn tanden in het zeil gebeten lag nadat mij was gevraagd even te ontspannen.

……..

“Zo, het is klaar!” klonk het na 10 seconden. Dat viel tegen. Niks gevoeld nota bene. In een pincet werd mij het corpus delicti getoond. Een miniscuul flintertje. Ook daar zou ik al niet mee in de uitzending van Shock Doc komen. En niet eens een belangstellend berichtje van mijn vrouw, hoe het nou ging en zo. Het leven voor de aftakelende man is hard. Je kunt ook nooit meer ergens stoer over doen.