Jarig!

jarigHet hoogtepunt van het jaar is vandaag! Wauwel is namelijk jarig  en zoiets overkomt je niet elke dag. Hoe oud dan wel? Ach, laten we zeggen dat ik aan de verkeerde kant van vijftig plus ben beland. Als kind kreeg je een kaart van de Donald Duck, en tot voor kort kreeg je van de T-Mobile nog een monsterlijk roze plastic tafelkleed, ballonnen met opdruk of een slinger. Nu kon er nog net een kaartje van af. De crisis heeft ook daar al toe geslagen. Tot mijn grote blijdschap kwam er vandaag met de post ook nog een mooie kaart van Yakult, die mij een feestelijke verjaardag toewenst met hoop op aanschaf van nog vele flesjes voor een gezonde darmflora.
Een van mijn dochters kwam vandaag pas om vier uur in de ochtend thuis, en als rechtgeaard ouder doe je tot die tijd ook al geen oog dicht, dus een rustige verjaardagslaap zat er ook al niet in.
Wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich een beetje: als kind deed ik in de nacht voor mijn verjaardag ook geen oog dicht van pure zenuwen, een aspirientje op de avond voorafgaand bracht dan enige rust, maar toch presteerde ik het dan om mij ’s nachts om twaalf uur alvast te feliciteren – je keek voortdurend op de wekker – en verder was ik om zes uur in de ochtend al klaar wakker, roepend naar mijn ouders of ik de cadeautjes al mocht komen halen. Bijvoorbeeld een bouwpakketje waar ik het liefst al tijdens het ontbijt al aan wilde beginnen, zodat het ’s avonds af was. Kritiek moment bij het in elkaar knutselen van zo’n Messerschmidt of Spitfire was altijd het verlijmen van die mooie heldere plastic cockpit: meestal ontaarde dat in enorme klodders verkeerd aangebrachte lijm, waardoor alles veranderde in bobbelig matglas. Haastige spoed is zelden goed. Na een week was meestal ook het propellortje al afgebroken, omdat mijn moeder zo nodig de bouwpakketjes moest afstoffen. 
De verjaardag zelf was voor mij als kind altijd redelijk stressvol. Van pure zenuwen was ik meestal ziek en lag ik spugend op de bank in de achterkamer, terwijl het kinderpartijtje zich verder in de voorkamer afspeelde. Verder kreeg ik altijd arretje-cake, bestaande uit een bonk gestold Diamant-vet, cacao en biskwie-brokjes.  Die arretje-cake heb ik de rest van mijn leven volgehouden: ook vandaag stond hij weer klaar op het bord, en bij elk hapje ben je weer even kind, ruikt het huis naar de sigaren van de ooms die met hun tante op visite zijn, zie je de glaasjes advocaat met slagroom weer op tafel staan en ben je blij met de grote glimmende rijksdaalder die je in een envelopje met schoonschrift kreeg toegestopt.

Zulke verjaardagen zijn er niet meer. Wij hechten in ons gezin ernstig aan tradities, dus nog steeeds slingers en arretje-cake, al zat er dit jaar teveel cacao in. De ooms en hun tantes zijn allemaal reeds lang overleden, sigaren zijn ongezond en verboden en met mijn zesenvijftig jaren ben ik zelf langzamerhand een oom met z’n tante aan het worden. De kleine neefjes of nichtjes willen nu geen rijksdaalder maar tien euro, of zijn zelf niet aanwezig omdat ze hun feest met hun Hyves-vrienden in de kroeg vieren. Maandag is de vakantie weer voorbij en mag ik op school tracteren, waarbij je – hoe gruwelijk – allerlei wildvreemde collega’s dreigt te moeten zoenen.
Zesenvijftig. Ik mag mee met het donderdagmiddag-uitje van de ouderenclub van de kerk. Ik kan ongegeneerd op een seniorenbeurs rondlopen. Ik kan postzegels gaan verzamelen. Ik kreeg een brief van de gemeente, uitgaande van de Stichting Welzijn Ouderen, met een uitnodiging voor allerlei leuke activiteiten: een computercursus, cardio-training, hulp bij het invullen van de belasting papieren. Een foldertje van Beter Horen. Mijn mailbox wordt steeds vaker gevuld met Amerikaanse aanbiedingen voor viagra of andere middelen om een grotere “woody’ of “boner” te krijgen
Zesenvijftig.  Er is nog genoeg te doen!

Jarig

 

Ik krijg allerlei mailtjes om me te feliciteren en zo, want ik zou vandaag al jarig zijn, terwijl dat toch echt morgen ( 24 oktober ) pas het geval is. Nu kan ik me voorstellen dat er allerlei mensen zijn die mij graag weer een jaar ouder zouden willen zien, misschien in de betekenis van: “Hopelijk wordt hij dan eindelijk eens volwassen”. Ik moet ze ernstig teleurstellen. Ik verheug me namelijk alweer heel erg op mijn verjaardag.
Als kind was dat al heel erg. Dagen van te voren was ik op van de zenuwen, en de avond ervòòr kreeg ik altijd een aspirientje of zoiets want anders deed ik helemaal geen oog meer dicht. Dat gebeurde dan uiteindelijk toch al nauwelijks . Geregeld werd ik midden in de nacht wakker, en als ik dan heel vroeg in de verte de eerste trein voorbij hoorde rommelen, wist ik: “kijk, het moet dus al bijna zes uur zijn, nu ben ik dus jarig!”. En dan deed ik helemaal geen oog meer dicht, en vanaf kwart over zes lag ik dan te roepen van “Mag ik al komen?
Men zal begrijpen dat mijn ouders altijd erg naar deze dag uitkeken.
Ik vroeg – en kreeg – vaak bouwpakketjes. Van die plastic modelvliegtuigjes waar je met je tong uit de mond de mooie, doorzichtige plastic cockpit op zou bevestigen, en dat er dan een enorme klodder lijm over het plastic spoot, gelijk, alles verpestend. Of je ontdekte dat je – terwijl je dacht dat het klaar was – het bevestigingsstukje van de propellor vergeten was, waardoor deze niet meer kon draaien. Propellors en landingsgestellen braken trouwens ook heel snel af.
Meestal had ik direct na het ontbijt de doos al diverse keren open gehad en waren er daardoor ook al de nodige onmisbare stukjes zoekgeraakt, om nooit meer gevonden te worden.
Als dan het feestje ’s middags voor de vriendjes was aangebroken, lag ik meestal van pure zenuwen op de bank in de voorkamer te spugen, terwijl de feestvierders in de achterkamer het heel aardig zonder mijn aanwezigheid bleken uit te houden.
Nu zal dat allemaal zo’n vaart niet meer lopen. Ik blijk toch wat bedaagder te zijn geworden. Ik ga niet meer weken van te voren op zoek naar cadeautjes. Ik val ’s avonds gewoon in slaap, en ik schrik ’s morgens wakker van de wekker, en zou me eigenlijk nog wel even om willen draaien dan. En cadeautjes? Ach, wat moet je eigenlijk allemaal nog vragen; je hebt immers alles al. Doe maar nieuwe sokken of zo.
Maar, wat altijd nog moet blijven, is Arretjecake. Voor de onbekenden met dit fenomeen: men neme een pak Diamantvet of iets dergelijks en laat dit smelten in een pan. Vervolgens een rol Maria-biscuitjes in kleine stukje snipperen en er door heen roeren. Flink wat suiker, ik geloof 250 gram of zo, een paar rauwe eieren, een flinke berg cacaopoeder en nog een paar theelepels koffie-extract erdoorheen. Alles roeren, laten stollen in de koelkast, en opeten maar. Neem er een doos Rennies bij. Ik hoop altijd maar dat er weinig bezoek komt, dan kan ik die hele cake alleen opvreten.
Kon je eigenlijk nog maar weer eens zo’n dag als kind meemaken. ’s Ochtends bij je ouders in bed. Je kinderlijk verheugen, verkneukelen. Die spanning.. . maar nee, dat kind dat zijn we kwijt, voorgoed helaas. Overdoen, dat gaat niet meer. Want dan hadden we nog vééél meer overnieuw, of anders willen doen. En gedane zaken nemen geen keer