Yessss! Geslaagt!

neanderthaler

Waarschuwing vooraf: een saai stukje, dit keer.

Is het fatsoenlijk en foutloos Nederlands reddeloos verloren? De Nederlandse taal is een monumentaal pand in staat van ernstig verval. Nu mag ik graag een beetje chargeren, dus onderstaand artikel is dan ook vooral bedoeld om wat discussie uit te lokken.

Examentijd nadert. Straks op Twitter: “Ik ben geslaagt!”
Docenten Nederlands doen hun uiterste best om te redden wat er te redden valt, maar een monumentaal pand waar enige tientallen jaren geen fatsoenlijk onderhoud aan is gepleegd, is niet zo één twee drie te restaureren, zéker niet wanneer je het werk door een wat louche clubje vage ambachtslieden laat doen. Het werk van Beun de Haas lijkt met het vorderen der jaren tot steeds groter instortingsgevaar te leiden.
Laat ik even benadrukken dat de meeste docenten Nederlands geen blaam treft. Wacht dus nog even met het uitstrooien van pek en veren over ondergetekende.
De oorzaken liggen vooral elders: gebrekkig taalonderwijs in het basisonderwijs, en gebrekkig taalonderwijs in het hbo. Daarnaast worden leerlingen steeds meer geconfronteerd met foutieve taaluitingen in de media. De enkele leerling die nog wel eens nieuws leest, doet dat bijvoorbeeld op zijn mobieltje, en komt dan vanzelf uit bij sites als Nu.nl. Wie daar geregeld met een deskundig oog de geplaatste schrijfseltjes beziet, zal niets meer kunnen doen dan wanhopig en in overspannen toestand het pand verlaten, om vervolgens nooit meer teruggevonden te worden.
Een doorsnee-leerling echter, en ook een doorsnee-docent, -ouder , -volwassene zal echter genoegen nemen met het bedroevende niveau, en zich totaal niet bewust zijn van de overdaad aan fouten die daar en ook elders wordt uitgestort. Men heeft immers nooit geleerd, of nooit begrepen, dat dit fout is. Een steeds groter wordende groep zal zich dus een gebrekkig Nederlands eigen maken, en dit ook weer doorgeven aan een volgende generatie.
We zakken dus steeds verder af naar een vorm waarbij we communiceren middels symbooltjes en uitingen van maximaal 140 tekens. Fokking vèt, zullen we maar zeggen. En dat is fatsoenlijk Nederlands, want de deelnemers aan Utopia bezigen deze uitdrukking ongeveer elke 10 seconden, dus wie is de docent Nederlands dan helemaal om daar wat van te zeggen?
Zolang dagelijks tussen de 800.000 en 1 miljoen Nederlanders naar dergelijke programma’s kijken en het taalgebruik klakkeloos kopiëren voorzie ik een moeizame restauratie van het gebouw, en eigenlijk verwacht ik binnen afzienbare tijd een verdere ineenstorting tot een gammel hutje op de hei. Daarin is geen plaats voor het lezen van boeken, tenzij we de biografie van Badr Hari of Barbie tot literaire hoogstandjes gaan rekenen, iets wat ik niet geheel onmogelijk acht, gezien de aandacht die dergelijke uitgaven krijgen.
Er ligt dus een schone taak in het verschiet. Gaan we dit nog redden? Voorlopig niet. Er wordt een generatie docenten gekweekt die zélf de Nederlandse taal niet goed meer beheerst. Die niet is opgegroeid met het lezen van écht literair werk. Een generatie die niet is behept met een flinke berg geestelijke bagage die nu eenmaal nodig is om op allerlei gebieden mee te kunnen denken en mee te kunnen praten. Die afhankelijk is van Google. Die zonder Tomtom reddeloos door de wereld doolt. Die lesmateriaal schrijft waarin gruwelijke taalfouten zitten als: “Ik heb het werk uitgedeeldt”. Die je nauwelijks vier jaar geleden nog met een onvoldoende voor Nederlands uitzwaaide en die nu als collega naast je in de docentenkamer het foebel van het afgelopen weekend bespreekt. Op hun vakkennis is vermoedelijk niets aan te merken; ik kan dat niet beoordelen. Het zijn ongetwijfeld goede docenten op hun vakgebied. Maar treden we daarbuiten, dan gaat het bij velen mis.
Ik pleit, hopeloos ouderwets, voor het instampen van een veel grotere hoeveelheid geestelijke bagage, waarbij we weer het uiterste vragen van algemene kennis en taalvaardigheid. Waarbij het onderwijs niet meer “vét leuk en kicken” moet zijn, maar waarbij we eindelijk weer eens echt gaan leren en hoge eisen stellen aan onszelf. Voor minder doen we het niet. En dat is geen Utopia

Neandertaal

Zo af en toe is het nodig om in de klas een horrorverhaal te vertellen, om de aandacht erbij te houden en de orde te herstellen, zeg maar. Er was een klas die net van een zware toets terugkwam, dus de aandacht was niet optimaal. Scholen zouden daar trouwens eens een beetje meer naar moeten kijken: hoe, waar en bij wie, waarvoor en wanneer rooster je een klas in? Dat aspect stroomt nogal eens onder, in een tijd waarin alleen nog maar belangrijk is dat de absenties zijn ingevuld,  ook al is de hele schoolbevolking absent, en dat het rooster klopt, ook al heefrt het gros van de leerlingen vaak een spanningsboog van niet langer van 15 minuten, waarna men in een geestelijk en kwijlend wrak verandert. Onderwijs is verworden tot het aan de inspectie en directie tonen van kloppende lijstjes met cijfertjes en statistieken.

Maar ik dwaal weer helemaal af. Het ging over een horrorverhaal, en dat was mijn constatering een alinea eerder ook wel, maar dat sloeg niet op de situatie van dat moment. Ook weer om de inspectie te gerieven was ik mijn klasje aan het voorbereiden op een zogenaamde “Kwalificerende toets lezen, niveau 2F”. Men krijgt daartoe een stapeltje teksten onder de neus ( zowaar niet digitaal, werkelijk een unicum)  plus een aantal blaadjes met multiple choice-vragen. Dat laatste is fijn, want uit de media konden we afgelopen dagen vernemen dat het handschrift van veel leerlingen is gedegradeerd tot een soort rudimentair gekras; dit alles veroorzaakt door het veelvuldig gebruik van mobieltje, tablet en – heel ouderwetsch – het toetsenbord. Komt daar dan ineens zo’n mastodont van een docent die zegt dat je een pen moet gaan pakken en een stuk op papier moet gaan schrijven, ja dat is vragen op problemen en vóór je het weet heb je dan woedende ouders of directie op je dak.

Nu hanteren veel pupillen hun schrijfgerei al alsof ze een kolenschop of een dood varken in de hand hebben, dus dat slechte handschrift is mij reeds tijden bekend. De trend is tegenwoordig ook een beetje van ‘als de bedoeling of de boodschap maar overkomt’ , dus je bent als docent snel geneigd het goede in de leerling te zoeken. Laatst moest ik een toets ‘brieven schrijven’ nakijken, waarin werd gesteld dat voor het onderdeel spelfouten maximaal 3 punten van het via uiterst ingewikkelde berekeningen te bepalen eindcijfer mochten worden afgetrokken. Gebruikt een leerling daar dus uitsluitend spijkerschrift, dan is het nog voldoende, als maar duidelijk is wat bedoeld wordt.

En wéér terug naar het horrorverhaal. Je hebt soms snel in de gaten of het toch niks meer wordt met de aandacht of niet, en soms ga je daar dan maar in mee. Ik vertelde van een documentaire die ik eens had gezien over een docent in Japan, maar het kan ook Korea geweest zijn. Hoe die man aan kwam wandelen door de gang, en een klas van een stuk of vijftien puberknapen hem netjes in een rijtje bij het lokaal opwachtte. De man naar binnen, na de nodige buigingen, en vervolgens gezeten achter het bureau. De jongens werden een voor een naar binnen geroepen – mijn eigen klas was nu een en al aandacht -, maakten bij de docent een buiging en kregen vervolgens stuk voor stuk een ongenadige mep met een stuk bamboe over hun achterwerk, waarna weer een buiging en de leerling zonder een spier te vertrekken ging zitten. Zo werd de hele klas afgehandeld en dat elke dag. Tucht en orde. Mijn klas verbijsterd,  jullie hebben het maar goed,  jongens.

Om de zaak nog wat gruwelijker te maken vervolgens de waargebeurde doch droevige geschiedenis van twee andere Japanse leerlingen, die door een wat kribbige collega op een slechte vrijdagmiddag in het kolenhok van de school werden opgesloten.
“Meneer, wat is een kolenhok?”, klonk het door de klas. Ja, daar heb je leerling 2.0. Wat is een kolenhok. Na de geduldige uitleg ging het verhaal verder.  Die leraar ging dus opgelucht naar huis en vergat verder volkomen de twee delinquenten in dat hok, die wel zó streng waren gedrild, dat ze het niet in hun hoofd haalden om een beetje tegen die deur te gaan schoppen of te schreeuwen.

Op maandagmorgen werden beide ongelukkigen dood gevonden. En wat kreeg de leraar voor straf? De leraar kreeg een berisping!”. Tja, en toen wist niemand wat een berisping was, waarna ik dit verving door “reprimande”, en, toen dat ook nietszeggende blikken opleverde, door “schrobbering”. Het hele intimiderende en orde-handhavende effect weg, en toen ik ‘schrobbering’  ook nog verving door ‘standje’ was de sfeer inmiddels licht uitbundig. Je eindigt dan als volleerd docent natuurlijk door met een stalen gezicht te zeggen: “Ja nu weer rustig dames en heren, want anders komen we nooit klaar!”.  Wanner je het maar over sex hebt, of ze laat denken dat het daarover gaat, is de spanningsboog ineens gegroeid tot zeker een volledig lesuur.

Wat leren we nu uit zo’n les die anders verliep dan volgens planning? Wel, dat je bijvoorbeeld nog steeds kunt dollen met je klas, en dat moet ook, ongeacht wat voor gruwelijk handelingsplan of prestatiegericht beleid jou en de leerlingen boven het hoofd hangt. Je moet de vrijheid kunnen nemen om eens een keer een les niets  of niet al te veel te doen. Aanhalen en weer vieren is de ideale combinatie.
Helaas leren we ook dat leerlingen – naast het feit dat ze niet meer leesbaar kunnen schrijven, ook qua leesniveau soms weer langzaam maar zeker afdalen tot het niveau van de Neanderthaler. Vertel je een verhaal; ze snappen de clou soms niet meer, lezen ze een tekst; geen idee waar het over gaat. Krijgen ze een vraag: ze snappen hem niet omdat ze sommige woorden te moeilijk vinden; het gaat dus al mis bij de vraag zelf, laat staan bij het antwoord.
De leerling die terug lijkt te gaan naar de Neanderthalers schrijft en spreekt al  een variant daarop: de Neandertaal, in maximaal 140 tekens. ‘As de bootsgap maar overkomp’. Taal wordt Twittertaal, Neandertaal. Maar goed, veel lager afzakken kan het niet, en uit de Neanderthalers van toen zijn wij weer opgeklommen. Er is dus hoop, zolang ze maar blijven lezen, te beginnen bij 140 tekens, en heel geleidelijk weer wat meer. Maar daar moeten we niet te lang mee wachten. En straks weer een rapportcijfer voor schoonschrijven misschien? Van een 1 naar een 6, dat is al een hele vooruitgang.