Schoolfeest

“Meneer, staan de foto’s van het schoolfeest al op de website?”… “Eh.. nee, nog niet meisje, ik ga dat van de week doen”. Met enige regelmaat krijg ik op de Day After van enthousiaste lieden foto’s aangereikt. Die zijn dan genomen op het schoolfeest van de vorige avond. Gedurende een bepaalde tijd deed ik dat zelf, totdat ik na weer een nacht met gillende en fluitende oren besloot dat het nog niet mijn tijd was om bij Beter Horen aan te kloppen, al doet Willeke Alberti nòg zo haar best.

Hoe gaat zo’n schoolfeest  voor zeventien-, achttienjarigen? Wie denkt dat er gezellig stukjes worden opgevoerd en bakjes chips worden leeggegeten, heeft het ernstig mis. Reeds dagen voor zo’n orgie van herrie en lichtflitsen lopen de verwachtingen hoog op en wordt driftig gepiekerd over de aan te trekken garderobe.  De meesten hier op school wonen op kamers of in omgebouwde kippenhokken in de regio. Dat is fijn, want zo hebben bezorgde ouders geen idee wat je uitspookt en hoe je er bij loopt, en gelukkig ook niet hoe je je op het feest zelve na enige tijd gedraagt.  Meestal heeft de organisatie een ’thema’  bedacht, waarbij men dan  – wegens blijkbaar groot succes – geregeld terugvalt op het”Fout” dit of  “Fout” dat. Foute Après Ski bijvoorbeeld. In de praktijk komt het er op neer dat het ook Foute Strandfeestkleding had kunnen zijn, de hoeveelheid aangebracht textiel  is in het algemeen niet al te uitbundig. Ergens is dat ook weer raadzaam, want naarmate de avond vordert stijgt de temperatuur tot tropische waarden.

Uren van te voren brengen grote groepen meiden reeds gezellig samengeklonterd de tijd door op het toilet ( waarom gaan vrouwen altijd met twee of meer naar de wc? ), om te schikken en te verven en bij elkaar nog wat ooglijntjes te trekken. De aard van onze opleiding heeft er voor gezorgd dat wij een overschot aan meiden hebben, maar dat lijkt geen bezwaar te zijn: men danst vrolijk de hele avond met elkaar. Dat jongens meisjes vragen is natuurlijk niet meer van deze tijd. Men hangt wat slungelig en onzeker langs de kant ( voornamelijk jongens )  en laat zich zonder plichtplegingen leidzaam meevoeren, de dansvloer op, om op te gaan in de hossende menigte. Of men wijst er quasi achteloos eentje aan, zo van: nu mag jij meekomen, of men mengt zich gewoon in een reeds dansend groepje.Van een goed gesprek kan geen sprake zijn. De conversatie kan enkel bestaan uit het in elkaars oren toeteren van belangrijke  mededelingen als bijvoorbeeld “Wat een sukkel zit daar langs de kant!” of – heel poëtisch – “Ik ga effe pissen!”

Aan zoiets heb ik traumatische ervaringen. Ik was als jongere een schuchter typje, en natuurlijk behept met een ongunstig puber-uiterlijk: flaporen, stomme bril, beugelrestanten en vreselijke kleren die ik van mijn moeder alleen maar bij de HEMA mocht kopen, want de rest was “voor nozems”. Geen indruk op de meisjes dus, ook al droomde je daar in hopeloos eenzame momenten hevig van. 

Toch kwam er een moment dat ik mijns inziens redelijk hip was uitgedost. Ik zal de lezer een beschrijving besparen, maar het was een ensemble met opzichtige blauwe kleuren en schreeuwende bloemmotieven, waar ik als een worst in was geperst. Was afgeprijsd, dit keer – dat kon nog net – bij C&A,  ook tegenwoordig niet bepaald een toonbeeld van vooruitstrevendheid. Er was dus enige kans op indruk maken op één der meisjes, die mijn steelse aandacht had getrokken.  Bij de garderobe ging het al mis. Daar was zij, Esther, met een vriendin, en ik, als toekomstig Casanova, en trots op mijn nieuwe outfit, drentelde wat schuchter bij de jassen heen en weer, zodat ik haar heel duidelijk tegen haar vriendin kon horen zeggen: “O, daar heb je dat ei ook weer!”

Tussen mij en schoolavonden heeft het daarna lange tijd niet geboterd. Beelden op mijn netvlies gebrand van Yvonne, op wie ik in stilte al maanden hopeloos verliefd was, innig ineengestrengeld tijdens het slijpen met een of andere wildvreemde gozer uit de hogere klassen. In mjn radeloze dromen sloeg ik hem z’n kop in, onder de smachtende blikken van mijn zojuist herroverde geliefde. Het leven van de gemiddelde puber kan een hel zijn.

De kwelling nu is van andere aard: de decibellen doen mij nu de das om. Snel wat foto’s schieten, waarbij alle gefotografeerden ogenblikkelijk de neiging hebben om mekaar met de bier- of frisglazen in de hand lallend om de nek te vallen, in elkaars oor te likken, de armen geheven en schaamteloze enorme plekken okselzweet tonend. De dag daarna ben je ook nog een half uurtje bezig met het wegwerken van alle rode flitsogen en rode pukkeltjes, die genadeloos in het onbarmhartige flitslicht dat mooie meisje en die mooie jongen ontsieren. Ook de zo zorgvuldig aangebrachte make-up is hevig gaan vlekken onder al dat zoen- en lebber-geweld.  Hoe kun je als puber ooit verliefd op zoiets worden. Toch gebeurt het. Er is geen potje zo raar of er past wel een dekseltje op. Al die schoolavonden weer. Een liefdesverklaring – of verbreking- gaat via een sms-je. ‘Tisuit tusse ons. Greetz’ . Heel makkelijk allemaal. Leve het schoolfeest, leve de liefde! En ook voor eieren is er hoop. Voor zolang als die ook duren mag.

Gezellig coma-zuipen met de meester

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=FHs4QKBmWL0[/youtube]

Het gaat goed met het coma-zuipen op de Nederlandse schoolfeesten. Uit onderzoek onder wel 558 scholieren op  wel 43  scholen is gebleken dat er steeds minder alcohol geschonken wordt. Men zit daar weer met glunderende koppen aan een glaasje ranja te sippen en ook dan komt de gezelligheid vanzelf.

Nu vraag ik mij ernstig af in hoeverre je op basis van genoemde aantallen een gefundeerd oordeel kunt geven over de alcoholconsumptie van onze bloem des vaderlands, zeker als je ook deze week verneemt dat de burgemeester van – naar ik meen – Venlo de openbare eindexamenfeesten heeft verboden vanwege de astronomische hoeveelheden drank die er daarbij doorheen gejaagd werden, met alle gevolgen vandien. 
Was in 2005 een kwart van de schoolfeesten alcoholvrij, nu is dat een derde. Nog steeds drinkt echter 65 % van de scholieren op een schoolfeest alcohol. Of daarbij ook het vóórdrinken is onderzocht, weet ik niet. Verder is het heel goed mogelijk dat een fiks deel van de niet ondervraagde scholieren gewoon al te ver heen was om nog een zinnig antwoord op de enquête te kunnen geven.
Ook  is er de trend dat steeds meer scholen de feesten niet meer binnenshuis laten plaatsvinden maar  gewoon in een of andere feestzaal waarbij het alleen in naam nog een schoolfeest is, maar waarbij je dan als school van een hoop verantwoordelijkheid af bent. Zo kun je dus ook aan je teruglopende alcoholconsumptie komen.

Zo af en toe mag ik ook het genoegen smaken om enige tijd in zo’n etablissement te vertoeven, waarbij je na afloop nog twee uur met tuitende en piepende oren loopt vanwege de herrie. De aanwezige docenten houden zich bij dergelijke gelegenheden in een veilig groepje bij elkaar op, liefst enigszins bij de buitendeur, en becommentariëren daar de handel en wandel van de directie, waarvan soms ook heel even een afvaardiging langs komt om wat  te socialiseren.   
Binnen gaat dan het feestgedruis in alle  hevigheid voort, en als je dan even ter helle af moet dalen voor een glaasje fris of een bescheiden biertje, ontwaar je daar een hossende en soms opzichtig schaars geklede massa, die lallend en brullend een nieuw lied inzet op de maat van onverstaanbare geluidsbrij. Tot je blijdschap merk je ook dat veel leerlingen die overdag ernstig ziek waren afgemeld, op wonderbare wijze weer hersteld zijn.
Wanneer je dan even een paar foto’s maakt voor de schoolsite, vliegt men elkaar enthousiast om de hals, heftig morsend uit schommelende glazen bier, en in het ontluisterende licht van de flits zie je dan knalrode ogen, vuurrode blossen, enorme bier- en okselzweetplekken, nadrukkelijke jeugdpuistjes, en zo blijft er weinig over van de redelijk bevallige wezens die je normaal in de les voor je hebt. Ecce Homo.
Je moet altijd snel wezen, want voor je het weet worden ze wel heel erg  joviaal en word je meegesleurd om even midden in de hysterische menigte mee te pogo-en of te headbangen, en niets is zo lachwekkend als een docent op leeftijd die een dansje waagt, en voor je het weet sta je de volgende dag op YouTube.
Vroeg komen dus, op zo’n schoolfeest. Ook weer niet tè vroeg, want in mijn enthousiasme stond ik laatst om half negen voor de deur, en ja, dat is de tijd waarop iedereen nog vrolijk thuis aan het indrinken is tegenwoordig. Een beetje feest begint nu pas om elf of twaalf uur ’s avonds, de tijd waarop bejaarde docenten zoals ik ernstig aan hun bed beginnen te denken of het water voor de kruik op zetten.

En ben je dan weer thuis, dan denk je misschien heel stiekum wel eens: ach, was ik ook maar weer een keertje zestien, want zeg nou zelf, deden wij het vroeger wezenlijk anders?