Dag des Oordeels nabij

De Dag des Oordeels komt met rasse schreden naderbij. Lijkt wel. In België heeft de aarde dit weekend twee keer gebeefd, vanochtend nog met een kracht van 3 op de schaal van Richter. Dat komt natuurlijk omdat ze katholiek ( “Paaps” zouden mijn ouders zaliger zeggen ) zijn, en het zal ook wel te maken hebben met het feit dat de Paus momenteel ergens aan de andere kant van de aardbol zit.
En op het moment van schrijven wordt de aarde rakelings gepasseerd door een asteroïde, een dubbele nog wel, op een afstand van 2,3 miljoen kilometer. een rekenfoutje is bij dergelijke afstanden snel gemaakt.
Het zou slecht uitkomen, zo’n Dag des Oordeels nu. De vakantie staat voor de deur, de auto is zo goed als ingepakt en ik heb nog wat bestellingen lopen bij Bol.com.  Hadden de sterren- of aardbevingsdeskundigen niet wat eerder kunnen waarschuwen, waarom moeten we zo iets voelen of een dag tevoren in de krant lezen?

Wat zou u doen, op het moment dat Milika Peterson ons in Hart van Nederland verkondigt dat het Einde der Wereld voor morgen om twaalf uur op het programma staat? Misschien wat later vanwege primetime, en eventueel onderbroken door commercials, niets is zeker. Rechtsstreekse reportages vanaf de plaats des oordeels zijn ingepland.

Ja, wat zou u doen. Zou u ineens gelovig worden als u heiden was, of ineens heiden als u ongelovig was? Gisteren sprak ik iemand, die gelooft niet meer. Waar zij eerst het Joodse volk door de Schelfzee zag trekken, resteren nu nog vraagtekens. Zij was op die vermoedelijke plek geweest, en dacht: dit kan nooit zo gegaan zijn. Weg alle zekerheden, en nu onzekerheden juist door zekerheid. Zo zie je maar waar wetenschap toe leidt. Niks is zo onprettig om te weten dat je dingen alleen nog maar weet en niet meer gelooft.

Zou u nog even 24 uur de beest uithangen, en toch nog even alles doen wat God verboden heeft? Om te WETEN hoe dat is? Of gelooft u het wel? Zou u de resterende tijd biddend in uw eentje doorbrengen? Al uw zwarte geld nog even witten, hoewel dat weinig zin meer heeft. Zou je überhaupt nog in de Hemel kunnen komen als je maar 24 uur gelovig bent geweest? En is dat dan een christelijke hemel, of een boeddhistische, een islamitische, of voor mijn part een Mormoonse met een enorm aantal aantrekkelijke huwbare maagden?
Die Dag des Oordeels wordt natuurlijk al eeuwen met grote stelligheid verkondigd door allerlei lieden die zeker wisten en weten dat het dan en dan zover zou zijn. En dat we er dan klaar voor zouden moeten zijn. En elke dag die voorbij ging zonder oordeel stortte hen mogelijk in een geloofscrisis. Mag je nog geloven als je weet, of weten als je gelooft?

Laten we even afwachten hoe het afloopt met die asteroïden en die aardbevingen vandaag, dan weten we het morgen zeker.

Nu exact leven volgens de Bijbel, kan dat?

Kun je in deze eeuw letterlijk, en dan ook echt let-ter-lijk nog leven zoals de Bijbel ons dat voorschrijft? Dat wilde de Amerikaanse journalist A.J. Jacobs wel eens weten.  Opgegroeid in een seculier gezin, van Joodse origine,  werkend voor het Amerikaanse blad Esquire, wat nu niet bepaald een bijbelvast imago heeft, leefde hij een jaar lang volgens bijbelse principes, schreef daar een boek over ( “The Year of living Biblically“, ook te koop bij Bol.com voor € 18,99) en hield een lezing die hieronder in het filmpje integraal te zien is.
Jacobs bereidde zich zorgvuldig voor: dat was hem wel vertrouwd, want hij had daarvoor ook al de volledige Ecyclopedia Brittannica doorgeworsteld, en hij omringde zich voor deze nieuwe klus met een heel team van deskundigen die hem bijstonden, zoals dominees, overtuigde atheïsten, rabbi’s, priesters, hoogleraren, noem maar op.
Wat hem intrigeerde was de vraag of alles wat de Bijbel ons aan regels voorschrijft, in deze moderne tijden nog uitvoerbaar is, of het nut heeft en of het zijn leven ten positieve of ten negatieve zou kunnen veranderen. Hij kwam tot de ontdekking dat er echt honderden regels en regeltjes zijn waar een modern mens, christelijk of niet, geen moment bij stil staat.

Nu woon ik in het dorpje B. op de Veluwe, en dat staat niet bepaald bekend als zijnde een nieuw Sodom en Gomorra. Ik schat dat 75 % van de bevolking op een of andere wijze religieus is, en dat uit zich in topdrukte op zondagmorgen, als men onderweg is naar de tientallen kerkgenootschappen die hier zijn. Wie van deze tienduizenden gelovigen leeft geheel volgens de bijbelse principes zoals de ongelovige Jacobs een jaar lang gedaan heeft? Ik schat ongeveer één of twee, waartoe ik mijzelf niet meereken. Misschien wel niemand. Wat dat betreft, kunnen we hier dus elk moment verwachten dat B. in een walmend vulkanisch landschap verandert, met hier en daar nog een enkele zoutpilaar.

Hebben zulke bijbelse regels zin? Jacobs kan het weten. Alle inwoners van B. zouden dit filmpje eens even op hun gemak moeten bekijken. Inclusief de beantwoording van vragen aan het einde van de lezing, kunt u zich 58 minuten lang vergapen aan de avonturen van Jacobs. Een hele zit, maar dat is voor de zware broeders onder ons natuurlijk geen enkel probleem. Pepermunt doet wonderen.

Net als vele voorgangers hier in B. komt Jacobs wat moeilijk op gang. Gelukkig beschikken de digitale kerkgangers op Wauwel over een pauzeknopje, waarmee men de preek even kan onderbreken voor een denk- of voor mijn part plaspauze. Kerkgang 2008.  Zo’n ononderbroken preek is zóóó 2007. Ik pleit voor een draaibare preekstoel, en knopjes in de kerkbanken, zodat de toehoorders bij verveling een duidelijk signaal kunnen afgeven. Staat zo’n dominee daar aan het einde van z’n preek te duizelen.
Maar goed, u zult merken dat de 58 minuten vrij vlot voorbij gaan. En of u daarna nog naar internet mag kijken, dat laat ik even aan Jacobs en de Bijbel over. En reacties zijn natuurlijk van harte welkom. In het bijzonder van onze ‘refo’-dorpsgenoten.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=4q-Oqpp4biE[/youtube]

Het Koninkrijk Gods

Niet iedereen kan zeggen dat achter zijn of haar huis het Koninkrijk gods verrijst. Ik wel dus. Ik woon in Barneveld, een onbeduidend dorpje ergens op de Veluwe, waar een groot deel van de bevolking uit godvrezende lieden bestaat. Dit bevolkingsdeel heeft het idee opgevat dat het tijd werd voor enige nieuwe kerkgebouwen en daarbij het oog laten vallen op de weilanden achter mijn huis.

Dus wordt er nu zes dagen per week gearbeid in het zweet des aanschijns, vaak tot ’s avonds laat, en zie, reeds verrijzen de contouren van een kolossaal bouwsel waar straks niet minder dan 3000 gelovigen èn hun voertuigen zich een flink aantal malen per week zullen verzamelen. Zo zullen zij daar elke samenkomst een portie zwavel en as over zich uitgestort krijgen en er terdege aan herinnerd worden dat de hel nabij is als straf voor alle loos geploeter en najagen van wind. Of dat nog niet genoeg is, zal er àchter dit toonbeeld van gezelligheid en feestelijkheid nòg een kerkbouwsel verrijzen, maar dan van een ander kerkgenootschap, wat iets zwaarder of minder zwaar in de enige ware leer is. Maar ook weer plek voor zo’n 2500 zwart en duister geklede lieden. Van die bij elkaar 5500 gemeenteleden gaan er dus elke week wel een paar dood, in angstige afwachting van wat dan hun straf zal zijn, en de lezer zal begrijpen dat de parkeerplaats dagelijks gevuld zal zijn met kerk- en/of begrafenisgangers, er is daar niet veel verschil.

Toen ik tegen een buurvrouw in de straat opmerkte niet zo gelukkig met deze gang van zaken te zijn en dat ik mogelijk bezwaar zou aantekenen, werd mij geschokt te verstaan gegeven dat ik dan een belemmering zou opwerpen voor het Koninkrijk Gods. Ja, en welk weldenkend mens haalt het dan nog in zijn hoofd om dat tegen te willen houden? Dus bevind ik mij nu in de gelukkige omstandigheid dat ik met een select clubje straatbewoners kan stellen dat mijn uitzicht nu langzamerhand geheel gevuld wordt met het Koninrijk Gods. Wat kan men zich nog meer wensen, nu het zonlicht langzamerhand verduisterd wordt door de slagschaduwen die de bouwsels in mijn richting werpen. Lezers van de avonturen van Ollie B. Bommel zullen zich misschien de Zwarte Zwadderneel voor de geest kunnen halen: een geheel in het zwart gekleed mannetje dat altijd een parapluutje bij zich draagt om zich te beschermen tegen de regen uit een duister wolkje wat altijd boven zijn hoofd hangt. Straks achter mijn huis: 5500 Zwarte Zwaddernelen, met bijbehorende wolkjes en regen. De zondvloed lijkt nabij.