De groenteman, tsja tsja tsja!

“Tsja tsja tsja, wat zullen we eten? Wie is de man die ons dat zeggen kan? De groenteman, tsja,tsja,tsjaaaaaa!”

Mijn eerste kennismaking met de cha cha cha is denk ik al weer zo’n 45 jaar oud, en bovenstaande tekst kon je horen als je als kind ziek op bed lag en Hilversum 1 stond aan, met een wervend kookprogramma, met als intro bovenstaand liedje.
Wel, 45 jaar na dato heeft nu een tweede kennismaking plaatsgevonden. Mijn dochters vonden het toch wel hoog tijd geworden dat er eens iets aan dansles werd gedaan, en als je de illusie koestert ooit nog in sociale kringen te worden opgenomen – zelfs al zit je in het onderwijs –  dan hoort daar toch een goede beheersing van het stijldansen bij.
Nu heb ik altijd een redelijk hartgrondige afkeer gehad van alles wat met dit soort dansen te maken had, misschien ingegeven door de definitie van ballroom-dansen die ik ooit eens hoorde: “Droogneuken voor gefrustreerde Brabanders met een rugnummer op”. Lijkt me iets voor Youp van ’t Hek, die ik er stiekum van verdenk ook graag te willen leren dansen maar daar door zijn afstotelijk uiterlijk en manier van doen nooit aan toe zal komen.

Maar goed, op naar de dansschool dus, in grote vreze er een stel hitsige en lawaaiierige pubers aan te treffen of types als Ron Brandsteder, en hanige dansleraren met een zwarte terlenka broek om een veel te ver uitstekende kont gespannen. Dat viel dus mee. Mijn eerste blik viel op twee voortstrompelende bejaarden, waarvan de ene telkens na tien passen moest gaan zitten om enige tijd rust te nemen. Een hele troost voor mij. De ene bleek al tachtig te zijn; nou, dat zie ik mij op die leeftijd toch niet meer presteren, of men moet zoiets als rollator-wals hebben uitgevonden. Petje af dus.
Ook zag ik nergens stoere lieden die ernstige pogingen deden om hun gade met grote bogen door de lucht te smijten om haar daarna – enkele meters vererop – weer frisjes op te vangen. Eigenlijk heerste er een serene rust in de zaal. Er waren wel pubers, maar gelukkig waren er ook die de leeftijd des onderscheids reeds ruim bereikt hadden en iedereen was even bedeesd en bedremmeld. De dansjuf was een kordaat doch vriendelijk type die het beslist zonder Sonja Bakker kon doen, en zo werden wij op ontspannen wijze ingeleid in de eerste stapjes van de quickstep en de cha cha cha.  Wel was het gruwelijk schrikken toen de eerste muziek bleek te bestaan uit de galmende grafstem van André Hazes, maar het feit dat je vervolgens alles om je heen kon vergeten om lichtvoetig door de zaal te zwieren maakte weer veel goed en als dat zo door gaat begin ik die Hazes nog een sympathieke vent te vinden, ook al is dat wat laat voor hem. Zo was het eerste dansles-uurtje van mijn leven snel voorbij, en ergens was dat maar goed ook want ik kreeg de indruk dat ik een redelijke marathon achter de rug had en nu heb ik spierpijn in mijn schouders door het ernstig omvatten van mijn partner.
Dit weekend ga ik alvast op zoek naar een leuk rugnummer voor op mijn nog aan te schaffen rokkostuum, en ik overweeg een verhuizing naar Brabant, als daar tenminste net zo’n leuke dansschool is.