Wauwel in New York

Als moderne en vooruitstrevende vader, die graag reist, gek is op gadgets en ook nog aan imago-building bij de jongste dochter wil doen, laat je een gepaste beloning voor een behaald diploma natuurlijk niet achterwege. Nu ben ik ook dol op tradities, en aangezien ik met mijn middelste dochter een tripje naar New York had gemaakt als beloning voor háár behaalde diploma, kon een herhaling niet uitblijven.

De portemonnee maar eens flink getrokken dus, en dat mocht ook wel, want alles was sinds een jaar of 6 geleden ongeveer twee keer zo duur geworden. Niet meer rechtstreeks vliegen dus, maar nu zo voordelig mogelijk, en dus met TAP, de Portugese luchtvaartmaatschappij, om 3 uur ’s nachts op Schiphol inchecken en dan eerst richting Lissabon om daar 4 uur te wachten op de overstap. Het eerste deel werd met een kleine Airbus 319 afgelegd, en dat is iets voor slangenmensen en andere acrobaten. Ook vliegvelden lijken zich er over de hele wereld in te specialiseren zo ongemakkelijk mogelijke stoelen voor de wachtenden te plaatsen, wanneer je tenminste niet tot de verheven klasse van zakenreizigers behoort, want die worden werkelijk overal krankzinnig in de watten gelegd. We stapten over in een groter toestel, waar ik een plek met wat meer beenruimte had weten te regelen. Tijdens het opstijgen klonk dof gebonk en geruis van vloeistof achter de wand voor ons, wat het ergste deed vrezen, en even later raakte de vloer onder mij – en ook mijn sokken – geheel doorweekt. De stewardess wist mij in een soort onverstaanbaar Engels duidelijk te maken dat er niets aan de hand was en dat ik maar wat extra dekens- die ook spoedig doorweekt waren –  op die plek moest leggen. Of er een ernstig incontinente reiziger werd vervoerd. Gelukkig bleek de vloeistof niet uit het toilet te lopen, maar uit de keuken achter het paneel. Een begeleidend schrijven bij de verstrekte maaltijd beweerde dat deze keuken voedsel van hoogstaande culinaire kwaliteit verschafte, maar de grijze pulpachtige substantie in het bakje deed meer een soort papier-maché vermoeden, en ook de smaak werkte daar ijverig aan mee. Gelukkig lagen er ook nog wat hompjes deeg, pakjes boter en een schaaltje groenig iets op het dienblad. Wie moet leven op vliegtuigmaaltijden, is binnen enkele dagen overleden.

Wie in New York rondloopt – ik was er al eerder geweest – zal constateren dat de gemiddelde Amerikaan ook een soort vliegtuigmaaltijden tot zich neemt, maar dan in krankzinnige hoeveelheden. Het liefst ook nog eens overgoten met een halve liter saus. Die halve liters krijg je ook wanneer je koffie of fris bestelt, maar bij fris bestaat de helft dan weer uit ijsgruis. De burgemeester van New York heeft inmiddels ook ingezien dat de inwoners te veel roken en veel te dik zijn, dus inmiddels is het roken ongeveer overal verboden – er wordt nu zelfs gewerkt aan een verbod op binnenshuis roken – en men streeft ernaar het verstrekken van ‘large’ porties voedsel en drank te verbieden. Nu is ‘medium’ voor Hollandse begrippen ook nog enorm, maar je moet ook niet teveel willen ineens. Wanner je dus met nadruk een small portie bestelt, en ook nog eens met nadruk verzoekt daar vooral geen saus overheen te gooien, is men werkelijk stomverbaasd. Het vinden van een gezonde maaltijd is in New York dus een behoorlijke opgave, en lukt zoiets toch, dan wordt deze vaak weer verpakt in grote hoeveelheden plastic: een plastic bak, daar weer een hard glimmende plastic deksel overheen. Je krijgt de indruk dat driekwart van het wereldafval in de VS wordt geproduceerd. Toch zie je dat op straat niet terug. Er wordt voortdurend ijverig geveegd en gebezemd, tenminste op de bekende toeristische plekken, de graffiti is geheel uit de ondergrondse verdwenen, er staat overal lekker zittend straatmeubilair en mooi ingerichte plantenbakken – zaken die hier na nacht één vernield zouden zijn – dus men doet z’n best. Dat groen en die zitjes zijn ook hoognodig. Je wordt alles argeloze toerist-met-jetlag getroffen door een overweldigende herrie. Iedereen toetert, er lijkt overal brand te zijn, waar brandweerwagens met scheepshoorngeluiden en hysterisch gillende sirenes op af stormen, er men is overal met drilboren, betonmolens of rammelende stijgerpalen in de weer. Tel daarbij op de als vliegen rondzoemende helikopters, de zee van reclame en de massa’s New Yorkers die al bellend, append en etend voortdurend op weg lijken te zijn naar of van hun werk, de tropische temperaturen met hoge vochtigheid ( “Feels like 117 %”). Je smacht dan op geregelde momenten naar een zitje in het groen, waar de New Yorkers in grote zandbakken achter hekken, met poepzakjes in de hand, keurig hun honden uitlaten. Voor katten lijkt me New York trouwens volstrekt ongeschikt. Ik heb geen tuin kunnen ontdekken, en op de rand van een balkon op de 70-ste verdieping lijkt me ook een hachelijke onderneming. New York neemt je op, je dompelt je er in onder.

Meest indrukwekkend natuurllijk: het 9/11 Memorial. Wat je daar dus ziet is eigenlijk heel wrang: langs de randen van de het prachtige monument, waar eindeloos water in een zwart gat verdwijnt in de twee lege gaten waar eerst de torens van het WTC stonden, staan de namen van alle slachtoffers van die dag in de omranding uitgesneden, de namen van zwangere vrouwen en hun ongeboren kind extra uitgelicht met een heel dun goudkleurig randje. Die namen lijken uit alle windstreken van de wereld te komen, honderdduizenden via Ellis Island, vanuit de misere elders gevlucht en opgenomen in de nieuwe wereld, een smeltkroes van nationaliteiten. Het wrange schuilt nu hierin, dat juist die vrijheid door anderen werd betwist, met als gevolg de aanslagen en de ellenlange rijen bij de douane op het vliegveld, de achterdocht bij binnenkomst, de papierwinkel, de vingerafdrukken, de foto die er van je gemaakt wordt. Vreemdelingen niet langer gewenst. Het vrijheidsbeeld heeft een kroon van prikkeldraad gekregen.

 

Maar zes dagen is wel weer lang genoeg. Dit stukje werd dan ook geschreven vanuit de onbeschrijfelijke leegte, stilte, rust, kneuterigheid en pieterpeuterigheid van dorpje B. op de Veluwe, vader en dochter vol indrukken weer veilig thuis in het land behind the dikes. Alleen vervelend dat ik nog steeds het gevoel heb hier niet alleen in een andere tijd en wereld, maar ook nog eens zes uur vroeger te leven.