Een veel gehoorde klacht over het beroepsgerichte onderwijs ( eerst heette dat ‘competentiegericht onderwijs’ maar dat mocht niet meer omdat het teveel werd geassoicieerd met allerlei gefröbel, dus nu is er hier en daar nog steeds veel gefroöbel maar dat duurt dan weer een tijdje voordat men het in de gaten heeft ) is dat de leerlingen zich alleen maar bezighouden met geknutsel in het portfolio en spreekbeurten en presentaties. Deels gebeurt dat ook wel zo, maar soms blijkt een dergelijke activiteit nog wel wat toe te voegen.
Ik ben niet zo van de starre, dus de leerlingen van mijn klasje mochten zelf kiezen waar ze een 10 minuten durend betoog over mochten houden, wat dan ook weer volgens een stappenplan met argumenten onderbouwd moest worden, Powerpoint erbij ( de ideale spiekbrief ) en losbranden maar.
Nu zijn de meeste leerlingen niet bepaald onbekwaam wanneer het gaat om luidkeels kakelen – bij voorkeur door de docent heen – , maar een degelijk verhaal voor een klas pubers bezorgt toch menigeen ernstig vlekken in de nek en zenuwachtig gefrummel met handen, balpennen en blaadjes.
Voor de klas nu een leerlinge die was opgevallen door regelmatige afwezigheid, en daardoor al een aardige achterstand had opgelopen. Je kunt natuurlijk stug volhouden dat wie ook een inhaaltoets heeft gemist, gewoon pech heeft, maar af en toe ga je op je intuïtie af en gun je een select clubje nog een extra herkansing. Een school dient leerlingen voor te bereiden op een harde maatschappij, maar wanneer we de draconische ideologie van de heer Wientjes nu ook hier al rigoureus gaan toepassen, schop je sommige leerlingen, die toch al weinig kansen hebben, helemáál de goot in.
“Mijn spreekbeurt gaat over eh… sexueel misbruik, wat zwaarder bestraft moet worden”. Op zo’n moment wordt in een klap duidelijk waardoor het vele verzuim is veroorzaakt, en waarom die leerlinge vaak als een stil en ineengedoken vogeltje in de les zat. Stille wateren hebben soms wel gruwelijk diepe gronden. Na een wat hakkelend begin komt dan het gruwelijke verhaal van een martelgang langs onwillige instanties, vernederende confrontaties, het zich desondanks schuldig voelen, wantrouwen jegens alles en iedereen en het zelfs wegblijven bij bepaalde lessen omdat de collega die dat vak verzorgde, in alles zo sprekend op de dader leek. Een gebroken jeugd ontrolt zich daar in 10 minuten, in een omgeving die blijkbaar zó veilig werd geacht dat deze spreekbeurt ook een voorzichtige stap was in de lange weg terug omhoog. Eindelijk ook een beetje terugkerend vertrouwen blijkbaar, want ik zat daar tenslotte wel als man, een eigenschap waarvoor je je soms bijna zou gaan generen wanneer je hoort wat dit soort leerlingen namelijk allemaal heeft meegemaakt.
Nu was op de presentatie zelf nog wel het nodige aan te merken: te veel tekst op het scherm, een wat rammelend stappenplan, de mimiek. Allemaal zaken waarbij je tegenwoordig een door de inspectie goedgekeurd en landelijk geborgd protocol van drie kantjes moet afvinken, volgens de eisen van de Kwalificerende toetsen Nederlands “Spreken en Gesprekken voeren”, waarbij de deelnemer in staat wordt geacht op eenvoudige wijze een gesprek te kunnen voeren en zich te uiten op een niveau wat voldoet aan de vastgestelde Europese referentiekaders op 2F-niveau.
De boom in met je referentiekaders en je beroepskwalificaties. In Den Haag en bij de vele onderwijsbegeleidende instanties vergeet men nog wel eens dat leerlingen geen klanten zijn, maar mensen; dat in cijfers uitgedrukte eindresultaten soms minder belangrijk zijn dan de manier waarop je daar naar toe werkt; dat docenten en leerlingen geen robots zijn die volgens eindeloos vastgelegde programma-code klakkeloos en eenduidig in de maat lopen, met als hoogste doel: het eindcijfer voor een kwalificatiedossier.
Helaas werken we niet meer met stempeltjes en snoepjes als beloning voor leerlingen in het MBO. Het effect zou soms verbluffend kunnen zijn. Eigenlijk zou ik deze leerling naast een dikke voldoende – die ik dan ook genoteerd heb – ook nog een grote taart of een bos rozen willen geven, wanneer we toch aan het belonen zijn. In de kabinetsplannen voor het toekomstige onderwijs, waar je tot over je oren in het werk met minder leerkrachten, minder tijd en minder geld klassen van 40 pubers moet gaan bolwerken, is helaas alleen nog maar tijd voor een volgens de regels opgesteld mager vijfje en een uitgedroogd biskwietje, in plaats van een taart. Om over de ( figuurlijke) bloemen, die een leerling soms nodig heeft, nog maar te zwijgen.
Voor nu in elk geval: Knap gedaan, meisje!
