Afblijven!

afblijven

Het moment waar je zo lang naar hebt uitgekeken en waar je je op hebt verheugd, is dan eindelijk daar: op een stralende zomerdag laat je de aarde achter je en vlieg je hoog de blauwe hemel in, Nederland wordt kleiner en kleiner, je gaat het avontuur tegemoet. Je voelt je een ontdekkingsreiziger op weg naar verre oorden. Je kijkt uit naar de lome, tropische hitte en de geuren van Java, Bali, of naar het congres in Melbourne waar je je kennis en kunde gaat delen met anderen. Je verlangt naar de zwoele avonden waarop je met je liefde over het strand van het Bounty-eilandje Gili Meno zal slenteren door het kristalheldere water van de straat van Lombok. Een paar weken wég van alle drukte, van de spanning, van de zorgen, van de beelden van narigheid en oorlog zoals in de Oekraïne
Je hebt je in het vliegtuig genesteld, schoenen uit, reisgidsjes bij de hand, muziek in de oordopjes, een keus gemaakt uit de films op het schermpje in de stoel voor je. Je hebt je vermaakt om de eerste maaltijd -“Dit zou een soort kip moeten zijn”-  van de vele die tijdens de lange reis nog gaan volgen, je geniet van de rust die na de eerste opwinding bij het vertrek over je kinderen komt, je probeert je in te denken hoe zij zo’n verre reis ervaren, je geniet van hun onbevangen genieten, je ziet hoe ze hun knuffel , een zwart witte aap, in hun armen geklemd hebben, die gaat natuurlijk mee op reis, gaat ook alles zien.

Je kijkt op de route-informatie, en je ziet dat op de kaart dat het vliegtuig de Russische grens nadert. Ja, die plaatsnaam was de laatste dagen veelvuldig op het nieuws, daar gebeurt het dus allemaal. Daar beneden is het oorlog, gruwel, en hierboven vlieg je daar zó maar overheen. Heel ver in de diepte glijdt de oorlog onder je voorbij, verborgen achter het lichtblauwe waas, waarin je soms een verre rivier ziet, schitteren maar waarin verder niets te onderscheiden valt. Het is 14:14 uur, je moet je horloge nog verzetten, de reis duurt nog lang.

En dan, komt daar, vanaf die door wreedheid verscheurde aarde, die oorlog in een flits naar je toe, als een grijpende grauwe klauw, onverschillig voor wie of wat, in een niet te beschrijven ondeelbaar ogenblik, en die grijpt je vast en sleurt je omlaag, in een onbeschrijflijke wervelende vuurhel van rondvliegende brokstukken, het kind in de stoel naast je is weg, je hijgt naar zuurstof die er niet meer is, slechts vlammen, stank en flarden van bijtende kou en verschroeiende hitte. Het vliegtuig, die machtige witte machine, die enorme kracht, is weg, uiteen gereten. Traag buitelend valt het in een regen van rokende stukken naar een onbestemd ver veld in de afgronden van de onverbiddelijke wrede dood.
Het regent daar, een horror-regen van lange slierten dwarrelend papier, stukken kleding, verscheurde vliegtuigdelen en mensen, stukken van mensen, minutenlang gaat het door over een uitgestrekt gebied. En dat is géén Melbourne, geen tropisch Bounty-eiland in een azuurblauwe zee. Nee, de reis eindigt hier, voorgoed, in kale grauwe vlakten van Oost-Oekraïne. Je komt nooit meer thuis. Dit was je laatste reis. Je bent dood.

Wat rest, is wanhoop, machteloze woede, ongeloof en verbijstering. Jullie hadden daar niets mee te maken, jullie hadden niet om die oorlog gevraagd, jullie hadden er misschien een mening over, vóór, of tegen Rusland of Oekraïne, maar ze hadden niet aan jullie mogen komen. Ze hadden van jullie af moeten blijven, ze hadden jullie kinderen, jullie  on-schul-di-ge kinderen niet mogen vermoorden.  Het zijn ONZE kinderen, onze lichamen die daar verwrongen, stil en koud rusten.

Smerige stinkende kerels, gemaskerd, een sigaret in hun mond bungelend staan daar met hun geweerlopen ongeïnteresseerd in ons verloren leven te purken, gooien hun peuken over ons heen, graaien in onze spullen. Camouflage en vrolijke kleuren, dat mag niet samen. Blijf met je vieze tengels van de knuffel van onze kinderen af, hoe haal je het in je botte runderkop om daarmee op de foto te gaan? Heb jij soms op de knop gedrukt?

We zijn wanhopig, we grijpen in wanhoop naar withete woede en haat, we herkennen ons zelf zo niet meer. Laat hen die ons dierbaar zijn, die we in de meeste gevallen totaal niet kennen, tenminste met eerbied behandeld en geborgen worden. Laat de knuffel door hen die daar vanuit hun zware beroep mee om weten te gaan weer verenigd worden met het dode kind dat hem omklemde. Laat ons verdriet verdriet blijven, en niet omslaan in blinde haat.

 

UPDATE: De foto van de man met de knuffel blijkt uit een filmpje te zijn, zo stellen mensen die op dit blog en op twitter reageerden: hij neemt korte tijd later zelfs zijn pet af en slaat een kruis, voor het oog van tientallen camera’s. Wat moet hij anders, met zijn sigaret in de hand, net als zijn doorpaffende makkers. Een stukje hoognodige pr, nodig om te verhullen waar zij steeds onmiskenbaarder schuldig aan zijn. Dezelfde man, waarvan later op internet beelden verschenen terwijl hij onafhankelijke waarnemers wegjoeg van de plaats des onheils. Wegwezen! Ik neem dus niet terug van wat ik schreef, en ik herhaal het nog maar eens: blijf met je vuile tengels van alle onschuldige slachtoffers en hun spullen af.