Sha-la-lie

Nederland kan bogen op een eeuwenoude cultuur, die in de Gouden Eeuw haar hoogtepunt bereikte en ons Rembrandt, de VOC ( je krijgt het woord sinds Balkenende trouwens nauwelijks meer fatsoenlijk over je lippen ) , Frans Hals, Delfts aardewerk en andere hoogtepunten bracht. Grote geleerden heeft ons land voortgebracht, grote werken hebben we verricht, en daarmee onze naam in de wereld gevestigd. Naast wat al genoemd is, wil ik niet onvermeld laten de Deltawerken, de Nachtwacht, een grote dirigent als Bernard Haitink, en binnenkort het absolute hoogtepunt en de culminatie van vele eeuwen noeste arbeid en denkwerk , het liedje “Sha-la-lie”.
Straks gaan wij met dit liedje naar dat andere toppunt van Europese cultuur, het Eurovisie songfestival, waar wij de verzamelde volkeren versteld zullen doen staan met dit staaltje verfijnde muziek, in combinatie met diepzinnige tekst, die uitstijgt boven het grauw, als de Acropolis boven Athene.

Wauwel is dermate gegrepen en ontroerd door de verfijndheid van dit staaltje muze, dat ik de tekst hieronder even integraal plaats:

Ik ben vergeten waar ik dit liedje heb gehoord, in de zomerzon
Ik geloof dat het toen daar met jou op het strand was in Lissabon
Of was het daar toen in Parijs
Achter een coupe vers mokkaijs?
Het kan ook zijn dat het was met zijn tweeën overzee in die luchtballon

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer

Ik ben verliefd, ik ben verliefd
Ik ben verliefd, dat kun je zo zien

Het kan ook zijn dat ik hoog in de lucht in een vliegtuig naar Oslo zat
Of klonk het uit een café in zo’n straatje – ik was ooit in Trinidad
Of was het met een goed glas wijn
Op dat terrasje in Berlijn?
Misschien toen in de sneeuw op een arreslee in Leningrad?

Hoe kan ik dat, hoe kan ik dat…
Hoe kan ik dat, hoe kan ik dat…
Hoe kan ik dat nou vergeten?

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer.

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer

Als u na het lezen van dit mooie conterfeitsel niet reeds amechtig ter aarde bent gezegen, ga ik weer even verder. Er is namelijk wat beroering ontstaan bij de Tros, die omroep waar de grootste familie van Nederland zich thuis voelt, want als organiserende instantie is men wat ongelukkig met het woordje ‘Leningrad’, waar dichter des vaderlands Pierre Kartner het in een vlaag van helderheid van geest over heeft.

Hij heeft de achternaam en de leeftijd om een Oostfrontsoldaat te zijn geweest, misschien verlangde hij terug naar oude tijden, maar dat Leningrad ligt politiek gevoelig. De gemiddelde Tros-kijker zal daar geen benul van hebben, die denkt vermoedelijk dat Leningrad de naam is van een kroeg aan de Spaanse Costa Brava, maar tegenwoordig heet de plaats Sint Petersburg. Al weer sinds 1991 trouwens. Ja, weet die Kartner veel, die was in 1991 ook al reeds zo dement als een deur, dus hem kun je niks kwalijk nemen.

Het wordt nu dus Moskou, en een keur aan Nederlandse artiesten, behorende tot de groten die ons land heeft voortgebracht, zal een favoriet bandje of favoriete zanger coachen en promoten , in de hoop dat die dan het liedje in Oslo mogen vertolken. zo hebben we Marianne Weber ( wie kent haar niet ), die iets of iemand die ‘Sieneke’ heet zal begeleiden. Grad Damen, die volgens eigen zeggen ‘niet goed in zijn vel zat’,  zal een zanger aansturen die zich de naam ‘Vinzzent’ heeft aangemeten ( “We noeme ons soontje Vinzzent”), Albert West  ( na 45 jaar nog een goed gehoor en goed ter been ) zal tussen zijn drukbezette optredens in bijvoorbeeld de feesttent Hoek of het Vismijnbedrijf  te Breskens ( je zal er naar dat personeelsfeest moeten )  pogen ene ‘Peggy Mays” tot de toppen van roem te loodsen, en niemand minder dan Frans ‘Ochtendjas’ Bauer zal iets wat “LOEKZ’ heet  aan een carrière in verlopen feesttenten en kermispodia in de Peel helpen. Vroeger was er ook iemand die Corry Konings heette en die een liedje zong over huilen. Zij koos voor het meisje Marlous, en hieronder staat een filmpje met een mooi diepte-interview:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=pq-GU9uT1-c[/youtube]

De Tros ziet het helemaal zitten. Leningrad wordt veranderd in Moskou, en we gaan het helemaal maken. Eigenlijk denk ik ook dat de Tros er verstandig aan doet de registratie van het liedje ook mee te laten dingen op het filmfestival van Cannes, een gooi te doen naar een aantal Oscars, voor beste songtekst, beste acteerprestaties, beste make-up, beste hoofd- en bijrol, ik noem maar wat.
Mogelijk kunnen de koppen van Pierre Kartner en de vertolkers van het liedje worden uitgehakt in de Vaalserberg, om een en ander voor het nageslacht te bewaren en zo ook op zijn minst Mount Rushmore te evenaren. Ik zie ook wel wat gelijkenis tussen de kop van Lincoln en die van Vader Abraham. Op toekomstige gymnasia zal men met ontzag Sha-la-lie behandelen, een tekst die de schrijfsels van Homerus doet verbleken. We hebben het hier wèl even over Nederlandse cultuur hè! Als ik een beetje door fantaseer acht ik Kartner nog wel een kanshebber voor de Nobelprijs voor de Vrede, want er gaat niet boven gezellig in een polonaise met z’n allen meedeinen op “Uche, uche, uche, uche, uche, het stikt hier van de mugge!” 

Wanneer archeologen over enige duizenden jaren opgravingen verrichten op de plek waar eens de Tros-Studio stond, in een reeds lang verdwenen land waar niet veel meer van bekend is, dan zullen zij daar stuiten op de wonderbaarlijke goed geconserveerde mummie van Vader Abraham, die daar, om hem op zijn laatste reis te vergezellen, een aantal exemplaren van zijn hoogstaande oeuvre heeft meegekregen, waaronder het reeds lang verloren gewaande heldendicht “Sha-la-lie”. En ons volk, onze cultuur zal dan weer een passende naam krijgen;  net zoals wij nu spreken over bijvoorbeeld de Klokbekercultuur, zal men dan vol ontzag spreken over “de Smurfencultuur”, als kenmerkend voor het Nederlandse gedachtengoed in de 21e eeuw……

“Sha-la-lie, sha-la-la, het gaat niet uit mijn kop”….. mag ik nu even in de badkuip braken? En doen we allemaal gezellig mee! Allemaal! Jaaaaaa!