Joggen (2)

Enkele lezertjes maakten zich in hun commentaar op mijn vorige post al enigszins druk over het feit dat zij zo lang op ‘morgen’ moesten wachten. Misschien hadden sommigen al visioenen van een aftandse vijftiger die in de hartbewaking aan allerlei enge monitoren ligt te vegeteren na een uiterste krachtsinspanning om het heuveltje bij de Lunterse Berg te bedwingen, maar zo ver is het dus nog niet.

Dit kan dus écht niet

Ik jog dus nu, en dat houd ik wonder boven wonder al bijna drie weken vol. Zoiets kan natuurlijk een uiting van verlate midlife-crisis of vervroegde seniliteit zijn, maar nadat ik laatst op televisie een groepje ouderen in een verzorgingstehuis bij wijze van sportuurtje een grote Medizin-bal zag doorgeven, waarbij ze zich stevig aan hun in een kringetje opgestelde stoelen vasthielden, heb ik besloten dat dit niet mijn voorland mag zijn. Nu ben ik nog niet zó diep gezakt dat ik mij ook al aan het dagelijkse fitness-uurtje op de televisie waag – je ziet daar een groepje slank afgeklede lieden onder begeleiding van een hysterische Adonis aan een idyllische gelegen meertje  op plankiertjes huppelen, maar mijn conditie is duidelijk verbeterd. Mijn eerder aangeschafte trainingsbroek voldeed na twee keer al niet meer aan de eisen van de heersende jog-mode, dus heb ik onder het mom van ‘die oude broek is veel te warm’ nu zo’n strak zittend majoo-geval aangeschaft, zo eentje waar je zaakje zich wel heel erg nadrukkelijk in af tekent ( ‘een walgelijk gezicht’, volgens mijn dochters ). Dus heb ik wat geëxperimenteerd met daarover heen weer een kort sportbroekje , maar dat ziet er helemáál niet uit, dus voorlopig maar langs de dreven hobbelen  met zo’n wielrennersbult.

Mijn jog-programmaatje op de iPhone bezit de mogelijkheid om direct na afloop mijn prestaties geheel automatisch de wereld in te twitteren, maar dat is ook zo sneu, als al je volgelingen moeten lezen dat je vandaag al wel anderhalve minuut achter elkaar hebt hard gelopen ( waarbij zie dan gelukkig geen beelden van het paars aangelopen pioenhoofd voorgeschoteld krijgen ).  Ik zit dus nu op inmiddels op drafjes van drie minuten, onderbroken door wandelingetjes van anderhalve minuut, en dat dan gedurende ruim een half uur. Enorm interessant natuurlijk wanneer je daarbij andere joggers tegenkomt, en je groet mekaar. Of je bij een geheim verbond hoort.. nou ja, als ik net in mijn wandelperiode tussen het rennen door zit, dan doe ik wel of ik even met een ‘cool down’ bezig ben. Verder plan ik het altijd zó, dat de buren allemaal uitgebreid aan tafel zitten wanneer ik geheel aangesterkt en vers gespierd weer thuis kom. De aardappelen met jus blijven elke keer weer halverwege de open hangende monden steken.  Kijk die Wauwel eens, we wisten niet dat hij óók al zo’n fanatiek sportman was! Wonder-Wauwel!

Gelukkig weten ze niet van de doodsangsten wanneer je zo’n smerige waakhond tegen komt, waar ze er hier op het plattelaân heel wat van hebben, en gelukkig weten ze ook niet van de martelende pijnen in mijn kuit, de tubes srl-gelei die ik er door heen jaag en de urenlange massages om de gekwelde spieren weer wat rust te geven. Lopen is afzien, is strijd om het bestaan, is luctor et emergo, is jezelf overwinnen, is VOC-mentaliteit, om onze ex-premier te citeren. Nou nog hopen dat het niet weer bevlieging nummer zoveel is.

Volgende week moet ik al vijf minuten achter elkaar lopen, zo voorspelt mijn programmaatje mij dreigend. We zullen zien….

Zo, tevreden, Erica?  😉

Joggen (1)

Wanneer ik ergens enthousiast voor raak, dan moet dat gelijk in uitersten. En ook nog eens direct. Afgelopen week was ik op Texel, en op dat strand kwam ik in twee dagen tijd twee personen in totaal tegen, beiden joggers, en ook nog eens van mijn leeftijd. Een pijnlijke confrontatie, zoiets, zeker als je ongeveer buiten adem tegen een duinrandje op sjokt. Tel daar bij op nog enkele lieden in mijn naaste omgeving die allemaal wèl aan sport doen, plùs het beeld wat mij elke morgen pijnlijk lachend toe knikt in de spiegel, en het minderwaardigheidscomplex is compleet. Aangezien ik toch al enige tijd met onverwacht succes aan het lijnen ben geslagen, met ongeveer de hongerdood tot gevolg, zijn joggen en het wekelijkse sportuurtje van mijn werk een logisch vervolg.

Nog net voor sluitingstijd toog ik dus het dorp in, om mijzelf van  een flitsend trainingspak ( zwart natuurlijk )  en een paar nieuwe loopschoenen te voorzien. En aangezien ik een gadgetman ben, natuurlijk ook een paar strips met kèk knipperende rode ledjes erbij, voor als ik straks eindeloze avonden, de aderen gevuld met endorfine, over donkere landwegen zweef. Op mijn iPhone heb ik een aardige applicatie geïnstalleerd, waarbij een zwoele vrouwenstem die sterk aan Lara Croft doet denken, mij over ’s Heeren wegen zal leiden.  Daarbij natuurlijk ook een lekker muziekje, en mijn ultieme fantasie van fitte vijftiger is compleet.  Het mag allemaal wat kosten.

Mijn eerdere kennismaking met de sportschool was traumatisch,  maar toen moest ik mij bewijzen tegenover een hele horde hip en flitsende geklede slanke-den-huisvrouwen, wat resulteerde in bijna een  week lang op bed met hartritme-stoornissen, en dat alleen al door de warming up. Nu zal ik het sportuurtje mogen doorbrengen met lotgenoten, een enkeling nog ouder dan ik, en kan ik gezapig wat fietsen en weer eens kijken hoeveel gewichtjes ik nog op kan tillen.

Als het nou straks nog een keer droog wordt, kan ik mogelijk nog de straat op voor mijn eerste rondje. In het donker natuurlijk, want het staat een beetje lullig als de buren je in een hagelnieuwe outfit sportachtig zien doen, om je na tien minuten weer gebroken huiswaarts te zien keren. En die lichtjes gaan pas aan als ik de straat uit ben, want anders zien ze me alsnóg!

Morgen meer.