Dans, meisje.

Dans voor eeuwig

Onlangs was ik bij een voorstelling jazzdance van dansschool Yvon Tomasoa, waar één van mijn dochters met enorm veel plezier les heeft en waar men – zichtbaar aan het resultaat – met enorm veel plezier lesgeeft en ook nog eens opvoedt.
Een volle sporthal, ouders met bloemen, een grote groep kwetterende jongste leerlingen aan de zijkant, net musjes, en de gevorderden daarachter. Helaas, haast geen jongens. Twee slechts, in een eldorado. Waarom missen mannen dat gevoel voor esthetiek? Muziek zwelt aan, de lichten doven, een aantal musjes zwaait nog even snel naar vader en moeder op de tribune. De voorstelling begint…. het wordt een wervelende show. De kleintjes huppelen en springen, kijken haastig naar elkaar, en genieten ondanks alle zenuwen, geroutineerd begeleid door de juffen. De groten dansen fanatiek, geven zich voluit. Soms een misstap, het valt nauwelijks op, het publiek kijkt ademloos. Stilzitten lukt niet meer, mij althans niet. Sommigen dansen met een strakke blik, concentratie. Maar ook zijn er die stralen, die dansen onbezorgd, ze zweven bijna. Die meiden, die zijn nu op hun top. Ze zijn allemaal prachtig om te zien. Een vloer vol engelen op het hoogtepunt van hun geluk.

En de zaal valt weg, verandert in een enorme ruimte, een stadion, een uitgestrekte vlakte. En daar, midden in de leegte, een danseres in de nacht, één spot op haar gericht. Zij danst, zij danst, de muziek is om haar heen en in haar geest. Alles ligt nog voor haar, de tijd is als een mist en glijdt als in een draaikolk om haar heen. Het leven lacht haar toe, alles is nog mogelijk. Geen zorgen nog, geen pijn, nog geen verdriet. Geen starend stil staan voor de spiegel, kijkend naar de eerste grijze haar, naar lijnen onder het betraande oog, het haar in pieken langs ’t gelaat. Geen vent die haar belazert, of een kind dat haar verlaat. Geen ziekte en geen angst voor dood. Geen eenzaamheid, de wereld lacht nog toe en roept haar naam. Dans, meisje, dans. Blijf altijd dansen in het leven.