Gadget-gek

Ik ben een gadget-gek, en zoiets is natuurlijk een riskante eigenschap in deze barre tijden van bezuinigingen en al-dan-niet back to basics. Het is natuurlijk ook een beetje een trend om wat stapjes terug te doen, dus heb ik tegen het einde van het afgelopen jaar een aantal rigoureuze stappen gezet:

  • Mijn abonnement op UPC gedreigd op te zeggen waarna een nog nét niet huilende medewerker mij een interessant aanbod deed om over te stappen op een Horizonbox, voor een lagere prijs, maar met méér mogelijkheden, en op zoiets knopjes zitten, je het met je iPhone kunt besturen en bekijken, dan ben ik al snel verkocht.
  • Overgestapt naar een andere energieleverancier, want ik had gezien dat je daar een heftig ogende thermostaat bij aan de muur kon krijgen, de Toon, een soort tablet aan de wand die je voortdurend akelig nauwgezet laat zien hoeveel stroom bijvoorbeeld het typen van dit blogje wel niet kost.  Ook die Toon kan ik nu met mijn mobiel vanuit mijn bed bedienen, want alleen daarom al kruip ik er tegenwoordig om acht uur in. Ik weet nu dat ik daar enorm veel electriciteit mee bespaar, en tv-kijken kan dank zij mijn Horizon Box ook op de iPad. Het is trouwens toch allemaal baggerprogramma’s wat de klok slaat.
  • Ik heb de Volkskrant opgezegd. Dat deed ik al twee jaar op rij en ook hier wist een smekende verkoper mij over te halen de krant nog een jaartje te blijven lezen tegen sterk geredueerd tarief. Je mompelt dan nog wat van “Nou ja, dat is toch niet eerlijk, twee keer achter elkaar terwijl een ander de volle mep moet betalen”, maar dat is natuurlijk tactiek. Dit keer kreeg ik echter een koele juffrouw aan de lijn die mijn opzegging voor kennisgeving aan nam en de verbinding verbrak. Ik heb nog een paar dagen te gaan, dus ik hoop nog even stilletjes op een verlossend telefoontje, maar het begint er nu toch wel ernstig op te lijken dat ik de rest van mijn weg glijdende leven krantloos door zal brengen. Nu lees ik hem ook nog op de iPad, maar ze zullen daar wel zó slim zijn om ook dat account gelijktijdig op te zeggen.
  • Op de tv-reclame en op de iPad had ik al heel veel gelezen over de nieuwe iPhone. Als rechtgeaarde gadgetgek  had ik de eerste iPhone natuurlijk al heel snel aangeschaft, want een van de belangrijkste overwegingen bij het aanschaffen van nieuwerwetschigheden is toch wel dat je een ander daarmee de ogen kunt uitsteken of op zijn minst vreselijk jaloers maken ( in het geval van mijn partner geldt trouwens meer “wanhopig maken”, want die is niet zo hebberig van aard als ik. ) . Gadgetgek zijn is een typisch mannelijke kwaal, denk ik. Mijn vrouw zou het liefst al mijn troep het huis uitgooien en vredig verder kunnen leven met een eenvoudig transistorradiootje, een draagbare tv met Nederland 1 en 2, en de lokale buurtkrant, en dat is het wel zo’n beetje. En niet onbelangrijk: niks geen stapel enge afstandsbedieningen meer.
    Nu kost zo’n nieuwe iPhone een gruwelijke hoop geld, dus je ligt er nachten van wakker en vergelijkt je helemaal suf met andere nieuw uit te komen toestellen. De iPhone 5 bleek echter opnieuw een redelijk pieterpeuterig scherm te hebben, en aangezien ik met mijn spatelvormige worstvingers dankzij de ingebouwde verbeterfunctie al een hele serie krankzinnige berichten in Whatsapp had verstuurd, begon mijn oog ook stiekum te vallen op iets met een groter scherm. Naarmate mannen op zekere leeftijd komen, blijken zij ook nog steeds sterk geïnteresseerd in wie de grootste heeft, dus viel mijn oog nu op een Nokia Lumia 920, die precies het zelfde systeem als mijn computer en laptop hanteert. Bovendien weer een mooie manier om je te onderscheiden van de menigte, want het is allemaal nog vrij nieuw en nét uit. Het liefst bestuur ik eigenlijk mijn gehele leven met mijn mobiel en tablet, en ik zoek naarstig naar een appje wat mij verteld hoeveel tandpasta er nog in mijn tube zit.
    De afgelopen nachten waren ronduit afschuwelijk. Er moest een besluit genomen worden. Een dochter zou dit weekend voor het laatst in Hong Kong zijn en dus goedkoop een iPhone 5 mee kunnen nemen. Afgelopen maandag dan toch maar het besluit genomen en mijn leven een andere wending gegeven door tóch een Lumia te kopen en de iPhone vaarwel te zeggen. Het afdankertje ging naar de gade, die mij geheel wist te ontluisteren door op te merken dat ze eigenlijk geen groot verschil merkte ten opzichte van haar vorige afdankertje, een iPhone 3GS.

Ik bedoel maar, vrouwen komen echt van een andere planeet. Wanneer u dan ook bedenkt dat ik  een groot deel van mijn leven eenzaam tussen vrouwen ben opgegroeid – ik heb drie dochters die niks met mijn afwijking hebben – , dan begrijpt u wel hoe zwaar ik het heb en hoe belangrijk het is dat ik als enige in het gezin op de hoogte blijf van de laatste ontwikkelingen op technologisch en nutteloos gebied.  De nieuwe foon is groot,duur en zwaar, een mannending,  maar wat nu echt een beetje schokkend is: het toetsenbordje lijkt kleiner dan dat van mijn iPhone ( of mijn vingers zijn door alle stress nog dikker en spatelvormiger geworden ). Toch zie ik het leven weer zonnig in. Zo zonder krant ’s ochtends bij het ontbijt kan ik heerlijk naar mijn vrouw appen of ze even de suikerpot wil aanreiken. En mocht ik dan wat verkeerds typen, dan wordt het nog reuze gezellig ook. Het hele gezin gezellig op Skydrive verenigd, de boodschappenlijstjes via One Note verstuurd, en voortdurend tot op de seconde en de meter op de hoogte van elkaars activiteiten en verblijfplaats. En ’s avonds heerlijk met elkaar appen op de bank. Niet van die moeilijke gesprekken. Gadgetgek.

Joggen (2)

Enkele lezertjes maakten zich in hun commentaar op mijn vorige post al enigszins druk over het feit dat zij zo lang op ‘morgen’ moesten wachten. Misschien hadden sommigen al visioenen van een aftandse vijftiger die in de hartbewaking aan allerlei enge monitoren ligt te vegeteren na een uiterste krachtsinspanning om het heuveltje bij de Lunterse Berg te bedwingen, maar zo ver is het dus nog niet.

Dit kan dus écht niet

Ik jog dus nu, en dat houd ik wonder boven wonder al bijna drie weken vol. Zoiets kan natuurlijk een uiting van verlate midlife-crisis of vervroegde seniliteit zijn, maar nadat ik laatst op televisie een groepje ouderen in een verzorgingstehuis bij wijze van sportuurtje een grote Medizin-bal zag doorgeven, waarbij ze zich stevig aan hun in een kringetje opgestelde stoelen vasthielden, heb ik besloten dat dit niet mijn voorland mag zijn. Nu ben ik nog niet zó diep gezakt dat ik mij ook al aan het dagelijkse fitness-uurtje op de televisie waag – je ziet daar een groepje slank afgeklede lieden onder begeleiding van een hysterische Adonis aan een idyllische gelegen meertje  op plankiertjes huppelen, maar mijn conditie is duidelijk verbeterd. Mijn eerder aangeschafte trainingsbroek voldeed na twee keer al niet meer aan de eisen van de heersende jog-mode, dus heb ik onder het mom van ‘die oude broek is veel te warm’ nu zo’n strak zittend majoo-geval aangeschaft, zo eentje waar je zaakje zich wel heel erg nadrukkelijk in af tekent ( ‘een walgelijk gezicht’, volgens mijn dochters ). Dus heb ik wat geëxperimenteerd met daarover heen weer een kort sportbroekje , maar dat ziet er helemáál niet uit, dus voorlopig maar langs de dreven hobbelen  met zo’n wielrennersbult.

Mijn jog-programmaatje op de iPhone bezit de mogelijkheid om direct na afloop mijn prestaties geheel automatisch de wereld in te twitteren, maar dat is ook zo sneu, als al je volgelingen moeten lezen dat je vandaag al wel anderhalve minuut achter elkaar hebt hard gelopen ( waarbij zie dan gelukkig geen beelden van het paars aangelopen pioenhoofd voorgeschoteld krijgen ).  Ik zit dus nu op inmiddels op drafjes van drie minuten, onderbroken door wandelingetjes van anderhalve minuut, en dat dan gedurende ruim een half uur. Enorm interessant natuurlijk wanneer je daarbij andere joggers tegenkomt, en je groet mekaar. Of je bij een geheim verbond hoort.. nou ja, als ik net in mijn wandelperiode tussen het rennen door zit, dan doe ik wel of ik even met een ‘cool down’ bezig ben. Verder plan ik het altijd zó, dat de buren allemaal uitgebreid aan tafel zitten wanneer ik geheel aangesterkt en vers gespierd weer thuis kom. De aardappelen met jus blijven elke keer weer halverwege de open hangende monden steken.  Kijk die Wauwel eens, we wisten niet dat hij óók al zo’n fanatiek sportman was! Wonder-Wauwel!

Gelukkig weten ze niet van de doodsangsten wanneer je zo’n smerige waakhond tegen komt, waar ze er hier op het plattelaân heel wat van hebben, en gelukkig weten ze ook niet van de martelende pijnen in mijn kuit, de tubes srl-gelei die ik er door heen jaag en de urenlange massages om de gekwelde spieren weer wat rust te geven. Lopen is afzien, is strijd om het bestaan, is luctor et emergo, is jezelf overwinnen, is VOC-mentaliteit, om onze ex-premier te citeren. Nou nog hopen dat het niet weer bevlieging nummer zoveel is.

Volgende week moet ik al vijf minuten achter elkaar lopen, zo voorspelt mijn programmaatje mij dreigend. We zullen zien….

Zo, tevreden, Erica?  😉

Nog meer kerst

Ik raak nu helemaal in de stemming, hoewel werkelijk doodop en volkomen leeg na de laatste officiële ( er liggen nog wel wat klussen voor de kerstvakantie ) werkdag van dit kalenderjaar: een foto die ik onlangs met m’n iPhone in een tuincentrum maakte.

kerstballen

Op naar de Conferentie en de bitterballen

Enkele docenten op weg naar het informatica-congres
Enkele docenten op weg naar het informatica-congres

Zo af en toe heb je als eenvoudig onderwijsgevende de eer om eens even het dwingend keurslijf van de school te mogen verlaten voor het bezoeken van een leerzame conferentie. Wel, daar offer ik graag een Bapo-dagje voor op. In de praktijk komt van die Bapo-dagen toch al niet veel terecht, want elke keer betrap ik mij er weer op dat ik tòch weer voor school aan het werk ben.  Een gunstig teken, want dan vind je het werk wat je doet, blijkbaar leuk. Wat doe ik dan voor werk? Nou, dat is een baan die ik zelf bedacht heb: ict-coach. Wij zijn maar gestopt met het bijbrengen van de beginselen van bijvoorbeeld Office 2007 aan pubers die vaak op de docenten al een mijlenverre voorsprong hebben. Geen informatica-lessen meer. Stop daar maar mee, collega’s.  Wat we dus nu doen is op afroep de fijne kneepjes bijbregen gedurende korte cursusjes of workshopjes, want soms krijg je gruwelijk in elkaar geknutselde stageverslagen binnen, en dan is het wel handig als ze eerst eens een fatsoenlijke inhoudsopgave kunnen maken. Of we gaan gedurende een pauze eens Twitteren, of webloggen, of en de slag met Google Maps. Allemaal leuke dingen.
Ook collega’s zijn een dankbaar lesobject. Je merkt dat de digitale kloof tussen leerlingen en docenten in een razend tempo groter wordt: veel docenten zijn enorm trots waneer ze voor het eerst een Powerpoint-presentatie in elkaar hebben geploeterd, met als resultaat her en der over het beeldscherm stuiterende teksten en plaatjes, bij voorkeur begeleid door allerlei geluidjes als applaus en ontploffende bommen, waarbij het publiek met stekende hoofdpijn amechtig achterover tolt.
Je moet zo’n enthousiasteling dan voorzichtig aangeven dat het allemaal wel wat minder kan, waarbij je moet oppassen het prille genot niet te laten omslaan in haat jegens alles wat ook maar enigszins met computers te maken heeft. Er zijn scholen waarbij docenten blij de whiteboard-marker ter hand nemen om daarmee het dure digiboard vol te kalken met wiskundige formules of spellingsregeltjes.

Gisteren mocht ik een groep collega’s inwijden in de geheimen van een electronische leeromgeving, in dit geval It’s Learning. Het is bijna aandoenlijk om te zien hoe leuk men het vindt om een lesje niet alleen in te typen, maar ook in te spreken. Gevoelens van de ontdekking van het vuur. Daar half Nederland tegenwoordig dyslectisch hoort te zijn, is zoiets ook heel prettig voor de lerende partijen.
Morgen mag ik als ICT-coach naar de I&I-conferentie in Lunteren. Op de wat somber ogende website lacht een groepje wat oudere dames en heren ons toe en nodigt ons uit om naar het centrum van Nederland af te reizen, waar draadloos internet en mobiele dekking in eerdere aflevering van het congres een regelrechte ramp was. Nu ga ik daar zelf een presentatie verzorgen, dus er wel enige knagende ongerustheid, want ik ga de aanwezigen een snelcursus “Twitter voor Twitterbeten” geven, en voor zoiets heb je toch wel internet nodig.
Waarom eigenlijk? Jongeren – onze doelgroep –  twitteren nog nauwelijks, maar houden zich liever onledig met – vinden wij – zinloze berichtjes via SMS of MSN. Maar er zijn tekenen dat het laatste bolwerk, namelijk Twitter,  waarop bejaarden ( dus alles wat ouder is dan dertig jaar ) nog krampachtig een meerderheid in stand houden, ook aan slijtage onderhevig is. Steeds meer jongeren hebben mobieltjes met internet-toegang, en het beste platform daarvoor is onomstotelijk de iPhone. Ik durf te stellen dat het succes van mobiel internet staat of valt met het bezitten van een iPhone. Op geen enkele apparaat wordt zoveel geïnternet – en dus ook getwitterd – als op de iPhone.  ’t Is ook het enige appraat waarop ik met mijn stompe vingers nog een beetje uit de voeten kan. Ik heb in een vlaag van gadget-freak mijn vrouw een netbookje cadeau gedaan, ondanks hevige protesten en onwil om het ding te gaan gebruiken.  Dat gaat morgen ook mee, en dus moet ik vooral mijn leesbril niet vergeten, anders wordt het wel een genante vertoning: een oudere heer die dubbelgevouwen achter een mini-noteboekje, met behulp van een loep de toetsjes van zijn presentastie bedient.

We zullen het zien morgen: heb ik slecht bereik, dan moet ik improviseren, maar daar hebben onderwijsgevenden geen problemen mee. Wat mij trouwens wel elke keer weer opvalt bij zo’n conferentie, is het grote aantal grijze koppen. Allemaal zijn we bang om misschien nog verder achterop te raken, en dus zuigen we gretig alle nieuwtjes in ons op, waarbij ik zelf natuurlijk ook overal vooraan wil staan. Heerlijk, zo’n dagje met gelijk achtergestelden onder elkaar. De doelgroep zelf, waar het allemaal om draait, is opvallend afwezig. Die zit natuurlijk wezenloos tijdens de les op  MSN, en is blij omdat er flink wat uren uit vallen vanwege het feit dat de leraren massaal naar Lunteren zijn afgereisd. Die oudjes toch, wat zoeken ze daar? Het huiswerk wordt tevoorschijn gehaald, internet gaat aan en men luistert ondertussen naar onderstaande clip, de boxen op vol vermogen:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=I27J39oQUaw[/youtube]

Ach, laat ons maar begaan, en gun ons een leuk congres. Gun ons onze bitterballen tussen de middag . Want heel soms kunnen we jullie toch nog wel wat nieuws bijbrengen. En zo blijft het leuk.

O ja, voor de liefhebbers: ivm. met mijn presentatie morgen, aan de twitteraars het verzoek om via een tweet hun stem uit te brengen m.b.t. de volgende stelling:
“Twitteren onder jongeren gaat het in 2010 helemaal maken”.
1 Eens
2 Oneens
3 Geen mening

Wil je daarbij op de volgende manier twitteren: Allereerst het nummer van je keuze, en direct daarachter het woord “Lunteren”. Dus bijv. 1Lunteren. Verder niets. We kijken hoe dit experiment morgen uitpakt. Als alles lukt zouden de stemmen life in mijn pp-presentatie moeten verschijnen.

Sudoku

sudokuVeel mensen hebben masochistische trekjes. Zoals die masochist die een sadist tegenkwam en riep”Sla me! Sla me dan toch!”, waarop de sadist antwoordde: “Nee, nog even wachten!” Mensen die ingewikkelde puzzels oplossen zijn ook een beetje masochistisch ingesteld.  Op mijn iPhone heb ik een applicatie draaien die hele nare puzzeltjes van de Volkskrant binnenhaalt, in diverse variëteiten: Beginner, gevorderd en expert. Ik kies dus altijd voor sudoku’s. Die kunnen door de meest onnozele figuren nog gemaakt worden, want je hoeft er niet eens tot tien voor te kunnen tellen. Het niveau is natuurlijk gevorderd, want je kunt niet met goed fatsoen op feesten en partijen verkondigen dat je Sudoku’s op beginnersniveau maakt.

Nu is het sowieso interessant dat je kunt melden dat het hier puzzels van de Volkskrant betreft, dat heeft toch iets meer cachet dan puzzeltjes uit de Telegraaf of de Kampioen. Waarom pijnigt een mens in vredesnaam z’n hersens af met het in de juiste volgorde zetten van maximaal negen cijfertjes? Ik ben nu een paar maanden bezig, en ik moet hier zachtjes fluisterend toegeven dat ik tot nu toe drie keer een sudoku op gevorderden-niveau heb weten op te lossen. Vreselijk is het. Soms lig ik er ’s nachts aan te denken. Nutteloze bezigheid ook. Ik heb een jaar lang op de Nintendo DS Dr. Kawashima’s brain-training gebvolgd en mijn hersenleeftijd van 78 tot 33 weten terug te dringen, maar een beetje fatsoenlijke Volkskrant-sudoku’s oplossen, ho maar!  Stomme Dr. Kawashima.
Je moet er denk ik een bepaalde logica en ook een bepaalde schikking van je hersencellen voor bezitten. Er schijnen tactieken en technieken voor te zijn. Niet aan mij besteed. Voor wiskunde haalde ik nooit hoger dan een drie op de middelbare school, in de tijd dat dergelijke cijfers nog pedagogisch verantwoord waren. Ik vond die wiskunde leraren nare mannetjes, en zij vonden mij ook een naar kereltje. Dat mocht toen ook nog, een leerling een naar kereltje vinden.
Sudoku is dus blijkbaar iets voor wiskundigen, het draait tenslotte om cijfertjes, ook al gaat het maar tot en met negen. Via collega edu-blogger Wiswijzer kwam ik in mijn geestelijke nood terecht bij Sudoku.org.uk. Daar wordt een mens niet vrolijk van. Daar hebben ze het al over Killer-Sudoku’s, en Diabolical Sudoku’s; en dat terwijl ik al trots ben op mijn drie gevorderden van de Volkskrant. Ik heb die hersencellen gewoon niet. Gauw wegzappen daar.

Al die uren dat ik heb zitten ploeteren op die Sudoku’s, het is zo verslavend maar dus eigenlijk zonde van de tijd. Nee, ik had beter kunnen Twitteren of joggen op de Wii-Fit. Ik voorzie binnen afzienbare tijd ontwenningsklinieken voor Sudoku-addicts. Neem mij nou, nog een weekje vakantie en vandaag toch zeker anderhalf uur vruchteloos op zo’n gevorderden-Sudoku zitten ploeteren, omdat het mijn eer te na is om op het knopje “Beginners” te drukken. En ik weet al wat ik straks ga doen als ik uit-gecomputerd ben. Hoe vreselijk is het toch wanneer je dagelijks weer geconfronteerd wordt met het feit dat je niet tot tien kunt tellen.

We doen er nog even onderstaand Monty Python-achtig clipje van de BBC bij, dus kwaliteit verzekerd.

 [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=UrVlKKTTOiM[/youtube]

Contemplatie en bezinning

Dit stukje moet u niet lezen tijdens of vlak voor de maaltijd, want het heeft misschien een wat onsmakelijke teneur, maar bijvoorbeeld tijdens een moment van contemplatie en bezinning op een rustig plekje in uw huis. Daarvoor is natuurlijk geen uitgelezener plek dan het toilet. Hoe kom ik daar nu weer in vredesnaam bij?

Wel, oplettende lezertjes weten misschien dat ik sinds een aantal weken de gelukkig bezitter ben van een iPhone. Dit hebbedingetje, wat je leven onherstelbaar verandert, heeft allerlei aardige eigenschappen. Je kunt er allerlei nuttige of volslagen nutteloze programmaatjes op zetten, zoals een applicatie waarmee je met je iPhone een foto maakt, die vervolgens naar een wildvreemd persoon op aarde wordt gestuurd. Op hetzelfde moment krijg je ook een foto van een willekeurige andere vreemde ergens op aarde terug, met eventueel de mogelijkheid aan deze persoon iets terug te sturen, als antwoord op de ontvangen afbeelding. Zo stuur ik nogal eens een foto van – heel interessant – de beschuitbus deze aardbol over, omdat die toevallig voor mijn neus staat bij het ontbijt; als mijn vrouw nog niet beneden is moet je tegenwoordig toch wat zonder krant. Meestal komt er dan ook een stukje ontbijttafel terug.

Ook worden er veel katten rondgestuurd. Die liggen geregeld net als de mijne op schoot, dus is het handig om daar even een plaatje van te schieten, en ik ben blijkbaar niet de enige die daar zo over denkt.  Men zit of hangt wat op de bank trouwens, al spelend met de iPhone. Ik heb al tientallen foto’s binnen van benen en die met sokken aan de voeten ergens op de tafel voor hen rusten. De iPhone-wereldbevolking gebruikt deze gadget dus vooral op de bank, en dan ook nog eens als men zich stierlijk verveelt. Waarom ga je anders je voeten fotograferen?
Het aardige is, dat je precies op de bij de iPhone meegeleverde Google Maps kunt zien waar je ontvangen foto’s vandaan komen, tot op de meter nauwkeurig. Vieze foto’s worden niet verstuurd. Gebeurt zoiets, dan kun je de afzender rapporteren aan een strenge iPhone-meneer, die vervolgens de schuldige blokkeert en diens iPhone laat ontploffen, denk ik zo.

Nu weer even terug naar de titel van mijn verhaal. Oplettende lezers zullen hebben opgemerkt dat de layout van dit weblog een redelijk ingrijpende verandering heeft ondergaan. Ook dat is de schuld van mijn iPhone. Wauwel is nu overal goed te lezen, bijvoorbeeld vanaf de iPhone tijdens een moment van contemplatie en bezinning op het toilet. Waar je vroeger de krant meenam, neem je nu je mobieltje mee, en kun je ongestoord genieten van toekomstige schrijfsels. Of van je mail, want op die plek las ik een mailtje van een blijde lezer, dat hij nu eindelijk dit weblog ook goed vanaf zijn iPhone kon lezen. Waar de stoelgang al niet goed voor is.