Op naar de Conferentie en de bitterballen

Enkele docenten op weg naar het informatica-congres
Enkele docenten op weg naar het informatica-congres

Zo af en toe heb je als eenvoudig onderwijsgevende de eer om eens even het dwingend keurslijf van de school te mogen verlaten voor het bezoeken van een leerzame conferentie. Wel, daar offer ik graag een Bapo-dagje voor op. In de praktijk komt van die Bapo-dagen toch al niet veel terecht, want elke keer betrap ik mij er weer op dat ik tòch weer voor school aan het werk ben.  Een gunstig teken, want dan vind je het werk wat je doet, blijkbaar leuk. Wat doe ik dan voor werk? Nou, dat is een baan die ik zelf bedacht heb: ict-coach. Wij zijn maar gestopt met het bijbrengen van de beginselen van bijvoorbeeld Office 2007 aan pubers die vaak op de docenten al een mijlenverre voorsprong hebben. Geen informatica-lessen meer. Stop daar maar mee, collega’s.  Wat we dus nu doen is op afroep de fijne kneepjes bijbregen gedurende korte cursusjes of workshopjes, want soms krijg je gruwelijk in elkaar geknutselde stageverslagen binnen, en dan is het wel handig als ze eerst eens een fatsoenlijke inhoudsopgave kunnen maken. Of we gaan gedurende een pauze eens Twitteren, of webloggen, of en de slag met Google Maps. Allemaal leuke dingen.
Ook collega’s zijn een dankbaar lesobject. Je merkt dat de digitale kloof tussen leerlingen en docenten in een razend tempo groter wordt: veel docenten zijn enorm trots waneer ze voor het eerst een Powerpoint-presentatie in elkaar hebben geploeterd, met als resultaat her en der over het beeldscherm stuiterende teksten en plaatjes, bij voorkeur begeleid door allerlei geluidjes als applaus en ontploffende bommen, waarbij het publiek met stekende hoofdpijn amechtig achterover tolt.
Je moet zo’n enthousiasteling dan voorzichtig aangeven dat het allemaal wel wat minder kan, waarbij je moet oppassen het prille genot niet te laten omslaan in haat jegens alles wat ook maar enigszins met computers te maken heeft. Er zijn scholen waarbij docenten blij de whiteboard-marker ter hand nemen om daarmee het dure digiboard vol te kalken met wiskundige formules of spellingsregeltjes.

Gisteren mocht ik een groep collega’s inwijden in de geheimen van een electronische leeromgeving, in dit geval It’s Learning. Het is bijna aandoenlijk om te zien hoe leuk men het vindt om een lesje niet alleen in te typen, maar ook in te spreken. Gevoelens van de ontdekking van het vuur. Daar half Nederland tegenwoordig dyslectisch hoort te zijn, is zoiets ook heel prettig voor de lerende partijen.
Morgen mag ik als ICT-coach naar de I&I-conferentie in Lunteren. Op de wat somber ogende website lacht een groepje wat oudere dames en heren ons toe en nodigt ons uit om naar het centrum van Nederland af te reizen, waar draadloos internet en mobiele dekking in eerdere aflevering van het congres een regelrechte ramp was. Nu ga ik daar zelf een presentatie verzorgen, dus er wel enige knagende ongerustheid, want ik ga de aanwezigen een snelcursus “Twitter voor Twitterbeten” geven, en voor zoiets heb je toch wel internet nodig.
Waarom eigenlijk? Jongeren – onze doelgroep –  twitteren nog nauwelijks, maar houden zich liever onledig met – vinden wij – zinloze berichtjes via SMS of MSN. Maar er zijn tekenen dat het laatste bolwerk, namelijk Twitter,  waarop bejaarden ( dus alles wat ouder is dan dertig jaar ) nog krampachtig een meerderheid in stand houden, ook aan slijtage onderhevig is. Steeds meer jongeren hebben mobieltjes met internet-toegang, en het beste platform daarvoor is onomstotelijk de iPhone. Ik durf te stellen dat het succes van mobiel internet staat of valt met het bezitten van een iPhone. Op geen enkele apparaat wordt zoveel geïnternet – en dus ook getwitterd – als op de iPhone.  ’t Is ook het enige appraat waarop ik met mijn stompe vingers nog een beetje uit de voeten kan. Ik heb in een vlaag van gadget-freak mijn vrouw een netbookje cadeau gedaan, ondanks hevige protesten en onwil om het ding te gaan gebruiken.  Dat gaat morgen ook mee, en dus moet ik vooral mijn leesbril niet vergeten, anders wordt het wel een genante vertoning: een oudere heer die dubbelgevouwen achter een mini-noteboekje, met behulp van een loep de toetsjes van zijn presentastie bedient.

We zullen het zien morgen: heb ik slecht bereik, dan moet ik improviseren, maar daar hebben onderwijsgevenden geen problemen mee. Wat mij trouwens wel elke keer weer opvalt bij zo’n conferentie, is het grote aantal grijze koppen. Allemaal zijn we bang om misschien nog verder achterop te raken, en dus zuigen we gretig alle nieuwtjes in ons op, waarbij ik zelf natuurlijk ook overal vooraan wil staan. Heerlijk, zo’n dagje met gelijk achtergestelden onder elkaar. De doelgroep zelf, waar het allemaal om draait, is opvallend afwezig. Die zit natuurlijk wezenloos tijdens de les op  MSN, en is blij omdat er flink wat uren uit vallen vanwege het feit dat de leraren massaal naar Lunteren zijn afgereisd. Die oudjes toch, wat zoeken ze daar? Het huiswerk wordt tevoorschijn gehaald, internet gaat aan en men luistert ondertussen naar onderstaande clip, de boxen op vol vermogen:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=I27J39oQUaw[/youtube]

Ach, laat ons maar begaan, en gun ons een leuk congres. Gun ons onze bitterballen tussen de middag . Want heel soms kunnen we jullie toch nog wel wat nieuws bijbrengen. En zo blijft het leuk.

O ja, voor de liefhebbers: ivm. met mijn presentatie morgen, aan de twitteraars het verzoek om via een tweet hun stem uit te brengen m.b.t. de volgende stelling:
“Twitteren onder jongeren gaat het in 2010 helemaal maken”.
1 Eens
2 Oneens
3 Geen mening

Wil je daarbij op de volgende manier twitteren: Allereerst het nummer van je keuze, en direct daarachter het woord “Lunteren”. Dus bijv. 1Lunteren. Verder niets. We kijken hoe dit experiment morgen uitpakt. Als alles lukt zouden de stemmen life in mijn pp-presentatie moeten verschijnen.

Werkbelevingsonderzoek

Al enkele weken kreeg ik van mijn werkgever mailtjes, in toenemende mate dringend van toon,  om mee te doen aan een werkbelevingsonderzoek, wat op mijn werk ook al her en der middels full-colour glossy posters werd aangekondigd. Voor het invullen van de online-enquete werd 35 minuten gerekend, hetgeen natuurlijk een ernstig negatieve invloed op mijn werkbeleving uitoefende.

Maar goed, toch maar gedaan, en een keur aan vragen beantwoord. Opvallend was daarbij geregeld het gebrek aan enige nuancering: je stond vierkant achter je direct leidinggevende, of je kon zijn bloed wel drinken. Het onderwijs is blijkbaar nogal een zwart-witte aangelegenheid met weinig ruimte voor discussie. Zo was er ook een vraag over fysiek geweld. Was ik wel eens aangevallen door een leerling of zo. Er was trouwens geen mogelijkheid om aan te geven dat je wel eens was aangevallen door een directielid. Zoiets komt niet voor, natuurlijk.
in mijn beginjaren  kreeg ik eens ruzie met een vervelend meisje van een jaar of vijftien. Potige tante, rood haar ook nog. Die wou dus niet de klas uit, bij tekenles nog wel. Tijdens mijn tekenlessen vroeger hoorde je uitsluitend het krassen van de pennetjes met oostindische inkt op het papier, een vreselijke beul moet ik toen geweest zijn, maar ja, het was zo’n eerste jaar struggle voor life op een potten-en-pannen-academie in de havenbuurt van IJmuiden. Tot overmaat van sadistische neigingen had ik toen ook nog de neiging om op het hoogtepunt van stilte, een grote ijzeren ketting, die op mijn bureau lag (!) achteloos over mijn schouder in de zinken wasbak achter mij te smijten. Fantastisch schrikeffect natuurlijk, ze praten er op Hyves nu nog over. Soms word ik midden in de nacht wakker, badend in het zweet, overmand door spijtgevoelens over mijn gedrag toen.  Voor dergelijke gruwelijkheden bood zelfs het moderne werkbelevingsonderzoek geen invulruimte.

Terug naar de rode feeks die de klas niet uit wilde. Na wat verbaal heen-en-weer-geweld bleef zij nog steeds zitten, en als je zoals ik toen nog jong was, durfde je ook wat meer en dus ontstond het nodige duw- en trekwerk, tot grote blijdschap van de rest van de klas vol met door hormonen overmande pubermeiden. Uiteindelijk wist ik de delinquent de deur uit te werken, waarbij ze me nog wel een gevoelige schop tegen de schenen gaf. Met behulp van de ketting keerde de rust weer enigszins terug.
Een kwartier later werd plots de deur opengeworpen en stormde de moeder van de leerlinge, gehuld in een lange zwarte motorjas en een witte pothelm het lokaal in, gevolgd door haar dochter en de in allerijl toegesnelde directeur, die het duo in een flits vanuit zijn kantoor de school had zien enteren. Er ontstond nu en heuse knokpartij, waarbij ik samen met mijn direct leidinggevende de moeder en dochter de school uit wist te werken.  Zelden ben ik zo enorm gesteund door een meerdere, en beiden kwamen nooit meer terug, tot groot genoegen van de rest van het docentenkorps.

Had ik deze situatie in mijn werkbelevingsonderzoek gemeld, dan was dat nu vermoedelijk reden geweest voor direct ontslag en een onderzoek door Peter R. de Vries. En ja, als ik nu naar de uitslag van het onderzoek kijk, dan is het eigenlijk een saaie aangelegenheid. Geen fysiek geweld, wel veel vergaderstress, veel schoolwerk in de vrije uren thuis, en aardig tevreden met mijn direct leidinggevenden. De minder direct leidinggevenden bleven gedurende de hele enquete redelijk buiten schot. Wat wel een opvallende uitkomst uit mijn onderzoek was: ik ben niet cynisch meer. Blijkbaar zit ik niet in het onderwijs.

O ja, morgen, of misschien vanavond nog,  wat meer over de onderwijs en informatica-conferentie vanwaar ik dit stukje schrijf…..nu eerst nog wat netwerken. Even uit de stress.