Ode aan de Frikandel

frikandel“O, frikandel, als ik uw gerimpeld uiterlijk aanschouw,

wijl u daar zo wulps onder het rode warmhoudlicht uw geuren spreidt,

dan word ik hulpeloos verscheurd door innerlijke strijd,

of ik wel nou wel of niet van uw verrukkingen proeven zou”

Ja, ik weet, het rijmelt voor geen meter, maar voortdurend knagende honger ontneemt een mens lichtelijk de zinnen. Ruim drie weken ben ik bezig nu met lijnen, en dat lukt tot op heden redelijk.

Het geval wil echter, dat mijn gade een week  lang, geheel opgaand in eigenbelang, is afgereisd naar de wintersport. Dat gebeurt elk jaar, ik ervaar dat voor mijzelf als een soort mengsel van Guantanamo Bay en Hemel op aarde. Je kunt namelijk dingen doen waarbij je je anders altijd schuldig voelt en schichtig om je heen moet kijken. Razendsnel een zak chips – paprika geribbeld – leegvreten of zo. Het is dus wisselend al naar gelang het moment en de stemming van de dag. Tot het gevangenisdeel behoren het eeuwige opruimen en de rommel die zich als een soort razendsnel woekerende zwam om je heen verzamelt. Vanochtend bij het karige ontbijt ontdekte ik het eerste vliegje, dat zich in hinderlijke rondjes om mijn hoofd bewoog. ’t Is ook opvallend hoe snel zo’n gootsteen z’n roestvrijstalen glans verliest, en hoe lang het duurt voordat je de afwasmachine aan kunt zetten omdat hij dan eindelijk vol is. De hond doet daarnaast ijverig en enthousiast zijn best om zijn vacht in negen dagen geheel te vervangen, en wil dan ook nog eens minimaal drie keer per dag worden uitgelaten. Het beroep van huisvrouw is dus een hoogst irritant beroep, omdat je daarnaast ook nog leuke dingen van het hemelse gedeelte van zo’n week wilt doen: in elk geval één keer de Chinees laten aanrukken; daar eet je dan weer twee dagen van, en de overgebleven mini-loempiasaus kun je later in de week weer ergens anders over knikkeren.

Maar het allerergste, en nu beland ik weer volledig in een wereld van kwellende marteling, is toch wel het nu geheel ontbreken van controle op het niet snoepen, iets wat ik mij aan het einde van 2014 driftig had voorgenomen. Je gaat er van hallucineren, lijkt wel, frikandellen in het schoolrestaurant lijken ineens op zachtjes schommelende vrouwenborsten. Onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer een man een kwartier per dag naar deze lichaamsdelen in ontblote staat staart, hij ruim tweeëneenhalf jaar langer leeft. Alle reden dus om toe te happen. Bij gebrek aan boezems deze week staar ik me dus helemaal suf naar o.a. bitterballen, kroketten, smulrollen en broodjes bapao. Dat wordt later zeker vijf jaar extra. Ik leef dus nu in een wereld vol verlokkingen, gevuld met Sirenen op eilanden en overal een Lorelei op dreigende rotsen.
Ik was vanmiddag, na al het heen en weer gevlieg tussen school, thuis, hond uitlaten door, even voor de hoogstnoodzakelijke boodschappen bij Albert Heijn. De Mona-toetjes zijn in de aanbieding; of je over de Wallen loopt. Grote zakken hoestmelange op de kop van de schappen, bonusaanbieding. Mijn oog glijdt langs koekjes, suikerbrood, geile zakken chips, hitsige brokken taart 35% afgeprijsd. De super is een poel van zonde die ik bevend achter mij laat. Ik moet niet omkijken, want ik woon in Barneveld, door de Heere uitverkoren dorp, en daar verander je snel in een zoutpilaar. Abraham rijdt bevend in zijn Zafira naar huis, een tas vol karige, goor smakende dingen en een zak hondenvoer ( ja dat is dan voor de hond ).

Zometeen moet ik dus aardappels schillen ( twee stuks ) en een zak hermetisch verpakte bietjes ( houdbaar tot het einde der tijden ) open trekken ( schaar of zaag nodig ). Maar ik ben niet helemaal gek: ik heb er een speklapje bij gedaan, als een soort verzetsdaad tegen al dit onrecht. En als alles gaar is en pruttelt en spettert, ga ik eenzaam en verlaten met mijn bordje op schoot ( er is er nog eentje schoon ) zappend voor de buis zitten, onder- zo voelt het aan – kil en koud gevangenislicht. “Ping!” spreekt mijn mobieltje tot mij: mijn vrouw stuurt via Whatsapp foto’s van fraai besneeuwde landschapjes en van een uitgebreid Frans diner: “We vermaken ons hier prima en het eten is weer heerlijk!”

De hond zucht en kijkt mij aan, nadat hij binnen één minuut zijn brokken, jaar in jaar uit dezelfde, naar binnen heeft geschrokt. Wij begrijpen elkaar.

 

Work that ass!

Dit is niet een kreet uit een of ander banga-lijstje, maar – en een beetje huisvrouw 2.0 weet dat – een schoonmaakterm. Trouwe lezertjes weten dat mijn gade de onhebbelijke gewoonte heeft om één keer per jaar een week op wintersport te gaan, en naarmate het moment van thuiskomst nadert, dient het huis ook weer in een staat gebracht te worden zoals die ongeveer bij vertrek was. Deze week sta ik er dus alleen voor, en mijn noodkreten op twitter hebben er toe geleid dat ik ineens door allerlei lieden werd gevolgd, die mij op grond van mijn tweets blijkbaar een ernstige staat van geestelijke en lichamelijke ontreddering en vervuiling toedichtten. Zo werd ik gevolgd door een bureau voor rechtshulp, door een instantie die zich bezig hield met crisisbeheersing, een makelaar, een verhuurbedrijf, een dating-site, een belastingadviesbedrijf, een aardige juffrouw die zich bezighoudt met het woest wegrukken van overvloedige lichaamsbeharing, de fanclub van Dokter Deen, en, schrikt u niet, een twitter-account wat zichzelf “Bescherm een wrak” noemt.

Alom leeft dus blijkbaar de idee dat ik mij hier in een deplorabele toestand bevind, te midden van bergen vuil, verwikkeld in rechtszaken, ongeschoren en gelijkenis vertonend met de verschrikkelijke sneeuwman, mij ongans etend aan Napoleonnetjes, kant-en-klaar Noodles en restanten kattevoer. Een wrak dus, wat tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Velen haken al snel weer teleurgesteld af, want waarschijnlijk valt aan mij toch niet veel eer meer te beleven.
Eigenlijk heb ik mij wel kostelijk vermaakt, deze week. Braaf elke ochtend mijn sinasappeltjes geperst, de afwasmachine in- en uitgeruimd, slechts één keer de afhaal-Chinees geconsumeerd, heul veul correctiewerk gedaan, naar salsales geweest, de vuilnisbak buiten en binnen gezet, de buurvrouw wegens verjaardag met bloemen overladen en mijn belasting betaald. Nu rest mij nog één dag om het huis wat aan kant te maken, en op het moment van schrijven draait dus was nummer 2, die bestaat uit een akelige hoeveelheid gruwelijk in elkaar gestrengelde miniscule dameslingerie. Niet dat ik in een vlaag van eenzame wanhoop tot het dragen daarvan ben over gegaan, maar zo af en toe is één der dochters nog in huis om hier de nodige rommel rond te laten slingeren, dus vandaar. Het allerergste van de was doen, vind ik dat je al die spullen ook weer uit elkaar moet pluizen en enigszins in model over zo’n droogrek heen wurmen. Nee, doe mij dan maar een lange flanellen Jansen en Tilanus., en daarvan tien of zo.

Straks staat dus nog een derde was op het programma, daarna de kattenbak schoonmaken, dweilen en stofzuigen. Er dient beslist een enorm standbeeld te worden opgericht voor alle huisvrouwen van de hele wereld, die het – net als mijn eigen vrouw meestal naast een gewone baan – op zich nemen om ’s avonds doodmoe thuis ook nog eens zonder al te veel morren op zich nemen om ’s mans troep op te ruimen. Ik las laatst trouwens, dat vrouwen ook nog eens gemiddels drie uur in de week kwijt zijn aan het herstellen van alle door hun man gemaakte fouten.

Nu word ik sinds deze week op twitter ook gevolgd door een dame die de met hoofddoek getooide en in sjofel peignoir en krulspelden gehulde ploeterende huisvrouw in één klap doet vergeten, en die ook de zwoegende huismannen waarvan de vrouw zo nodig op wintersport moet het perspectief op een schoon en opgewekt huis biedt, en hen daarnaast nog eens van alle overtollig lichaamsvet afhelpt (en misschien ook wel overtollioge beharing, wanneer je maar hard genoeg boent ). Een zorgvuldige bestudering van haar avatar laat zien dat we hier te maken hebben met een tattoo op haar rechterboezem en daarnaast met een soort Lara Croft, alias Tombraider, niet gewapend met pistolen maar met twee flessen Spic en Span om alle onreinheid in en om de woning met een afgetraind lijf te bestrijden. Nu ben ik niet zo van de tattoo’s, zelfs niet wanneer die op een boezem zit, maar ik ben wel een ernstig bewonderaar van Lara Croft, en vermoedelijk veel huismannen met mij zullen zich nog de aangename uren achter de computer herinneren, waarbij we Lara gedurende het spel van hot naar her konden sturen met een klik op de muisknop, bij vlagen gebiologeerd naar haar voorgevel starend. Zoiets wekt natuurlijk nieuwsgierigheid op, en een klik bracht mij dit keer naar de website van deze juffrouw, waar ons met behulp van instructieve filmpjes wordt uitgelegd hoe je huishouden 2.0 kunt aanpakken. Dat laat een gadgetman en techneut als ik zich geen twee keer zeggen.

 [youtube]YggwUIUbnJQ[/youtube]

Zo weet ik nu, dat waneer ik maar flink genoeg dweil volgens de instructies in het “Work that Ass” filmpje, volledig van mijn mogelijk te dikke achterwerk af raak, en dat ik met stofzuigen volgens de Muscle Definer mijn  buik geheid ga kwijtraken. Ik heb dat laatste geprobeerd, met – om het zwaarder te maken – de borstel uit; ze waarschuwde nog dat ik moest blijven ademen, maar dat laatste ontaardde bij mij in een gierend gefluit, dus dat vergt nog wat oefening. Wèl heb ik net zo’n houten vloer en zo’n schoonmaakdinges als in het Work that Ass-filmpje, dus daar verheug ik me straks al op.

Wanneer mijn vrouw dan zondag thuis komt, staat daar ineens net zo’n afgetrainde en gebruinde skileraar voor haar als in het echt daar in de Franse Alpen. Hoeft ze volgend jaar tenminste niet wéér die kant op. Met dank aan juffrouw Zamarra!

Alleen

Achter deze tragische titel schuilt vanzelfsprekend groot leed. De vrouw des huizes is dit weekend namelijk afgereisd naar haar jaarlijkse wintersportvakantie, en aangezien ik van het type ben dat een dergelijke risicovolle activiteit liever dik ingepakt vanuit een warme arreslee met Glühwein bedrijf, is zoiets niet aan mij besteed. Vroeger had je nog kinderen in huis die de nodigde zorg vergden, waarbij het meest vreselijke toch wel de onvoorstelbare berg wasgoed en afwas vormde die drie dochters elke dag leken te produceren, maar aangezien die nu het grootste deel van hun tijd uitstedig zijn,  staat Wauwel er alleen voor.

Oplettende lezertjes zullen ook weten dat ik in een vlaag van hebberigheid en verstandsverbijstering enkele maanden geleden ben overgegaan tot de aanschaf van een trouwe viervoeter ( dan is er tenminste nog eentje in huis die je kunt commanderen en die enigszins naar je luistert ), maar ook deze mocht ik voor een aantal dagen op een logeeradres afleveren. Dat adres werd gevormd door een vrouwspersoon in een landelijke omgeving, die ons huisdier temidden van woedend hondengeblaf, geproduceerd door een gemêleerd gezelschap, in ontvangst nam. Deze hoeveelheid brokjes graag elke dag, dit is z’n bench, daar moet-ie ’s avonds in, en dit is zijn kluif, daar kauwt hij op om rustig te worden. Eigenlijk net of je je kind voor de eerste keer naar de kleuterschool brengt, maar dan zwaar behaard en kwispelend en aan achterwerken van andere logé’s ruikend.  Nadat mij door Fiedel geen blik meer waardig werd gekeurd, reed ik wat onwennig naar huis, de vrijheid tegemoet.

Die vrijheid heeft voor- en nadelen. Je kunt je favoriete muziek loeihard door het pand laten schallen, je kunt redelijk snel vervuilen ( zo ontdekte ik bij een blik op de gootsteen ) , je kunt de snoeppot leegeten en zappen tot je er een kromme duim aan over houdt. Op afstand word ik in de gaten gehouden, en via WhatsApp verblijd met foto’s van copieuze maaltijden, schitterende besneeuwde en zonnige vergezichten en met berichtjes over lang uitslapen en in de watten gelegd worden.
Een écht groot voordeel is dat ik voor één keer weer ongegeneerd kan twitteren over #DokterDeen, daar schijnt een markt voor te zijn.  Maar het is een gevaarlijke markt. Ik vraag mij oprecht af in hoeveel relaties er geruzied wordt over het getwitter van – meestal – manlief. Wie twittert, praat met anderen, en niet met degene naast je op de bank. Vrouwen zijn tamelijk veeleisende wezens, en voor een man is het uiten van gevoelens een stukje veiliger wanneer je dat vrij anoniem op je mobieltje in 140 tekens kunt doen, dan wanneer je dat moet doen tegenover een persoon van vlees en bloed. Bovendien zit daar geen knop op die je wanneer het allemaal wat ongemakkelijk wordt laat overschakelen naar een ander Appje.  “Schat, geef mij de suiker even aan!” past makkelijk in 140 tekens. Goed gesprek 2.0 is bij voorbaat een mislukt gesprek 2.0, dus wij mannen zullen in de agenda’s van onze iPhones even een momentje moeten inplannen voor een diepgaande conversatie op de canapé, en dan even een herinnering op twee uur van te voren instellen.

Gelukkig kan ik mijn gade geregeld allemaal hartjes en kusjes toesturen, dat is dan weer makkelijk op zo’n afstand. Of een foto van mijn “Diner voor de eenzame man 2.0” om even wat tegenwicht te bieden aan opnames van rijkelijk gedekte tafels die vanuit de Franse Alpen worden toegezonden. Dan toch maar liever met z’n tweeën en een kwijlende hond er bij. Komend weekend weer. Ik kan niet wachten.