Ouders ( en leerlingen ), we lusten je rauw!

Docent anno 2012
Docent anno 2012

Nu moet ik eerst iets vreselijks bekennen. Ik heb een leerling geslagen, erger nog, een meisje! Ik werd niet eens aangevallen, nou ja, niet fysiek dan, maar wel verbaal. Ik werd uitgemaakt voor rotte vis; een leerling uit IJmuiden, daar speelt zoiets geregeld. IJmuiden is een oord waar de bevolking gebukt gaat onder de grauwe smog van walmende hoogovens, waar uitgezakte moeders in peignoir in de grijze ochtend in het plantsoen naar hun krabbende en poepende honden staan te kijken. Het boze meisje ging meer en meer te keer, en u begrijpt wel, wanneer je als docent dan op zo’n manier voor de rest van de enthousiast genietende klas dreigt af te gaan, dan dien je je gezag te laten gelden, in mijn geval door een ouderwetsch degelijke oorvijg. Niet hard natuurlijk, ik schrok er zelf van, maar het effect was overdonderend. De klas doodstil en verbijsterd, de mond van de delinquent klapte dicht, de orde hersteld.

Het wachten is nu op de politie, want die komt tegenwoordig eerder dan de ouders. Vanavond ben ik denk ik wel in het nieuws, vol in beeld terwijl een arrestatieteam in vol ornaat het schoolplein oprijdt, onderweg enkele hekken plettend, onder het oog van de voltallige schoolbevolking die ademloos twitterend en bellend tegen de ramen staat geplakt, waarbij de lessen tot wanorde vervallen. Zware onderwijscrimineel opgepakt na aanvallen leerling.

Nu wacht ik echter al 33  jaar op dat arrestatieteam, want die tik deelde ik in 1978 uit op een school voor Lager Economisch en Administratief Onderwijs, een paar weken nadat ik daar als beginnend docentje mijn voorganger, die was weggepest, had opgevolgd voor de vakken tekenen, handvaardigheid, Nederlands, godsdienst en maatschappijleer. Godsdienst, dat was een bijbelverhaal vertellen, op het spannendste moment ophouden ( bewaren tot de volgende keer ) en dan het hele verhaal dicteren en uit het hoofd laten leren. Door 30 ademloos luisterende pubermeiden. Je diende toen, net als nu weer, van alle markten thuis te zijn, al loop je tegenwoordig als argeloze passant al het risico de school binnengetrokken en voor de klas gezet te worden, want bevoegdheden, dat is lastig, dan moet je met vaste aanstellingen gaan werken en je wilt als onderwijsmanager zo’n hinderlijk aanwezige leerkracht ook weer snel kunnen lozen wanneer het met de aanwas van stakeholders even wat minder gaat.
Slaan mag natuurlijk niet, toen ook niet, maar er kwamen op de toen nog ijverig bezochte ouderavonden toch geregeld ouders die zeiden van: “Goed zo meester, geeft ‘m maar een mep en dan kennie d’r van ons thuis ook nog eentje krijgen.” De schaarse onderwijsvacatures die nu nog een enkele maal in de krant staan, zullen meer en meer de kant op gaan van: “Gezocht: enthousiaste leerkracht, met hart voor onderwijs. Bevoegdheid niet nodig maar wel graag een zwarte band in ultimate cage-fighting”.  Dat zal die ouders leren. Het vervelende is, dat elke leerling tegenwoordig direct alle middelen heeft om moord en brand te schreeuwen en daar behalve de ouders, ook de hele wereld van kan laten meegenieten, en wel op het moment dat het delict nog aan de gang is.  Een docent die consequent en corrigerend optreedt, die bijvoorbeeld mobieltjes in de les verbiedt, ja, dat is eigenlijk maar een beetje een vervelende vent die de school een slechte naam en de directie een hoop zorg omtrent de concurrentiepositie in de slag om de leerling – lees: “om de centen” – oplevert. Je moet je als docent tegenwoordig opgewekt en blij voor alles laten uitmaken wat mooi en lelijk is, en daar vooral niets van zeggen, want dat kan zich tijdens je POP-, PAP- en PIP-gesprekken met je meerdere tegen je keren en dan kun je je promotie naar senior of excellente docent voor de rest van je schoolloopbaan wel vergeten.  Elke docent is tegenwoordig een aspirant filmster-tegen-wil-en-dank, want vóór je het weet, staat je optreden op YouTube, en dan meestal in de rol van slechterik. Regels zijn uit de mode, orde en gezag zijn vieze woorden, cijfers voor vlijt en gedrag zien we liever niet in iets wat vroeger rapport en nu portfolio heet. Het portfolio, een veredeld poëziealbum, waarvan de leerling bepaalt wat er in komt en niet meer de docent. ‘De leerling centraal’; het is een mooie kreet die het goed doet in wervingsfolders en open dagen. We doen alles om ze binnen te lokken. Meld je aan bij ons, en je krijgt een prepay mobieltje!

Het verbieden van het onnodig gebruik van het mobieltje tijdens de les geeft de leerling tijdens zijn aanval van woede of dwarsigheid de mogelijkheid eerst even tot tien te tellen ( dat moet nog nét kunnen ) voordat hij of zij tot ondoordachte acties als het bellen van agressieve ouders over gaat. In ziekenhuizen kun je op sommige afdelingen helemaal niet bellen door techinsche handigheidjes. Er is gewoon geen bereik voor wie daar geen toestemming voor heeft. Zou op school ook kunnen.

Misschien moeten we toch eens nadenken over een wervingsfolder met als juichende kreet: “De leraar centraal!”. En daar dan gelijk in schreeuwerige letters bij: “Bij ons zijn mobieltjes in de klas VERBODEN!!”. Je geeft er een duidelijk signaal mee af. Naar leerlingen, en vooral naar ouders. Laat beiden een contract ondertekenen waarbij voor die twee kreten nadrukkelijk getekend wordt. Wanneer dat op alle scholen gebeurt, hoeven directies ook niet bang te zijn dat de klant naar een andere concurrerende school overloopt.

De tik uit 1978 was mijn eerste en mijn laatste. Een beginnersfout, toen. Heeft goed geholpen trouwens, vertelde de leerling mij later tijdens een reünie. Nooit meer last van haar of haar klas gehad. Had zij toen een mobieltje gehad, dan had ik nu misschien een strafblad. Ik was soms wel een vreselijke man, toen. Orde: tijdens de tekenlessen hoorde je soms enkel het krassen van de pennetjes met Oostindische inkt. Achter mij was een grote zinken wasbak, en in mijn bureaula lag een ketting, die ik op gezette tijden heel zachtjes te voorschijn haalde en dan achteloos over mijn  schouder in die wasbak wierp. Dertig hartstilstanden in die klas. Probeer dat nu eens. Ze praten er nóg over, waneer ik ze nog wel eens spreek. Nog nooit zo’n lol gehad, meester!

“De leraar centraal!”: ik voorspel een grote aanwas van leerlingen.