Personeelsavondje

Tja... let ook even op de vieze sokken

Om er voor te zorgen dat het onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel niet helemaal gillend het pand verlaat dient er zo af en toe een activiteit georganiseerd te worden die voor de nodige ontspanning kan zorgen. Elk zichzelf respecterend onderwijsinstituut heeft daarvoor een groepje lieden aangesteld en enkele taakuurtjes toebedeeld om er iets leuks van te maken.  Enkele malen per jaar bereikt de spanning dan ongekende hoogtepunten vanwege naderende activiteiten.

Zo vond ik onlangs een uitnodiging voor een gezellig samenzijn in een etablissement hier ergens in de regio.  Het programma was nog geheim, maar een der onderdelen zou een maaltijd omvatten, en een ander onderdeel een “leuke activiteit”, “echt heel leuk!”  Wanneer  dergelijke kreten gebezigd worden voel ik al lichte samentrekkingen in mijn maag en gaan alarmschellen rinkelen. Ik ben niet zo op “leuke activiteit”. Op een “leuke” eindexamenstunt mocht ik eens meemaken hoe een argeloze docent als sidderend doelwit werd gekozen voor een rondtrekkend messen- en bijlenwerper, en dat gebeuren staat nog onuitwisbaar in mijn netvlies gegrift. Sindsdien heb ik er voor gezorgd dat mijn BAPO-dag ( voor de niet ingewijden: een dagje waarop je in het onderwijs na het bereiken van een bepaalde eerbiedwaardige leeftijd even van de schrik  kunt bekomen; zo ben je als school ook een dag verlost van verzuurde oude knarren  ) altijd valt op woensdag, de dag waarop bij ons de stunts plegen plaats te hebben.

 Ondanks voorzichtige pogingen om uit te vissen wat de activieit na het eten behelsde, moest ik nog enkele weken in martelende onzekerheid verkeren. Nu hebben wij een nieuwe directeur die nogal hecht aan saamhorigheidsgevoel, en wie z’n snor wil drukken, zal zo ongeveer een in viervoud gesteld smeekschrift persoonlijk en geknield aan de leider dienen te overhandigen, waarna het vertrek achterwaarts schuifelend weer zo snel mogelijk moet worden verlaten. Angst en beven dus.

Het programma is dan nu bekend. Mijn bange voorgevoelens zijn bewaarheid. Na de maaltijd, die stevig en copieus hoort te zijn – zo doet men dat hier op het platteland –  zullen wij ons als teams te buiten gaan aan  competitieve elementen als hoefijzer werpen, bierpulschuiven, wigwam steken, strobaal bouwen en armworstelen. Kortom, gezelligheid in Western-stijl. Voorzichtig probeerde ik nog iets van museumbezoek, desnoods een cowboymuseum, maar aan zulke culturele hoogstandjes heeft men in deze regionen niet zo’n boodschap.

Ja, nu zal ik door enkele collega’s wel weer gezien worden als iemand die als hoogtepunt van opperste genot het verzamelen van sigarenbandjes of mooie suikerzakjes ervaart, met misschien een heel riskante een levensbedreigende uitspatting als af en toe een potje halma of dammen, maar dat zij dan maar zo. Ik ben nu eenmaal niet zo’n feestbeest en mijn score bij het strobaal werpen is bepaald laag te noemen. Wie wil zó iemand nu in zijn team. En trouwens, ik heb die avond dansles, waaronder de Jive, toch ook een westernachtige dans. Een goed excuus om na het consequent met mes en vork steak vreten te verdwijnen, lijkt me zo.

Schoolfeest

Woensdag is er op het eerbiedwaardige onderwijsinstituut waar ik werk, weer een schoolfeest. Althans, een feest waar wij in naam mee verbonden zijn, maar waar je als docent toch af en toe wat onwennig rondloopt. Het thema was in eerste instantie “Naughty Christmas”, vermoedelijk bedacht door enige hitsige mannelijke organisatoren, want op onze school zijn heel veel meisjes. Die doen allemaal “iets met dieren” . De ene wordt dierenarts-assistente, de andere gaat in de manege werken, en weer een ander wordt bijvoorbeeld dolfijnen-trainer. Slechts een enkele jongen doet iets met dieren. Er is wel een aparte afdeling waar jongens op zitten, maar die doen allemaal iets met koeien, kippen of varkens, en dat is nogal een verschil, ook als het gaat om gedrag op feesten. Als je de hele dag bezig bent met het vertillen van varkens of met een shovel een kuub zand heen en weer te scheppen, dan is het ’s avonds wel even wennen als je een danslustig deerntje moet aanvatten.

Hoe gaat zo’n schoolfeest is z’n werk? Vroegah begon zoiets om half acht, en stroomde de zaal direct vol. Toen ik zelf nog scholier was, veroorzaakte zo’n feest natuurlijk al enorme spanning vooraf, want daar zou ik het object mijner verliefdheid ontmoeten, in de vorm van de bevallige dochter van de schoolconciërge. Stijf van de brillantine, die echter niet kon verhullen wat voor monsterlijk brilmontuur met jampotglazen ik droeg, stond ik mij dan de hele avond op te fokken tot ik haar ten dans zou durven te vragen. Natuurlijk treuzelde en aarzelde ik, groen van spanning en jaloezie op de knullen die wél met haar dansten, veel te lang, zodat ik haar de laatste dans uit beeld zag schuifelen met zonder twijfel weer de mooiste jongen van de school.

Nu begint het feest voorzichtig binnen te druppelen vanaf half tien, de meiden direct vrolijk met elkaar dansend, de kippen- koeien- en varkensjongens op een rijtje langs de kant, met een biertje als enig houvast, onwennig toekijkend naar al dat deinende vlees uit de grote stad.  Na een uur of twee heeft de rijkelijk stromende alcohol de grenzen tussen de sexen wat doen vervagen en host en springt alles door elkaar, met grote zweetplekken onder de oksels en drankvlekken op de shirts, en met knalrode ogen en extra opvallende jeugdpuistjes onder het licht van de foto-flitslamp.  Dreigt er een foto, dan gaat men lodderig om elkaars nek hangen, in een poging er nog enigszins voordelig uit te zien wanneer je aan je achtste biertje bezig bent.

Ik zou met zo’n hoeveelheid al lang naar de delirium-kliniek zijn afgevoerd, maar de tijden zijn schrikbarend veranderd. Of ik ook mee kom dansen, meneer. Nou nee, hoe atletisch ik ook zou kronkelen, het zou toch iets weg hebben van een gedresseerde zeekoe, en een met een mobieltje gemaakte foto staat zó op internet. Een man moet z’n grenzen kennen, zeker als je de vijftig bent gepasseerd.

Toch vinden ze het allemaal heel leuk als je komt. Woensdag dus maar even m’n gezicht laten zien. Zou ik daar de dochter van de conciërge nog tegenkomen, dan zou ik haar nog niet herkennen, ook al stond ik op haar tenen. En het thema, dat is na het nodige gepruttel uit de docentenkamer gelukkig aangepast: het is nu “White X-mas”. En een rustig feest bovendien. Heel handig als je geen zestien meer bent….

Jarig!

Wauwel is jarig vandaag……niet als weblog of zo, maar gewoon zelf. Vijfenvijftig dus nu. Tijd voor een afscheid van de Midlife-crisis, misschien nu het moment voor een nieuwe pubertijd ( die in feite natuurlijk de eerste voortekenen van seniliteit in zich draagt.) Volwassen zal Wauwel wel nooit worden.
Op het moment van schrijven ben ik nog niet jarig, maar dit stukje gaat vanzelf om 24:00 uur de lucht in. Dat krijg ik met mijn bevende vingertjes toch maar mooi voor elkaar.

Vroeger, als kind,  lag ik op dit tijdstip – nog een enkel uur en de grote dag is daar-  al lang onder de wol, geveld door een flinke aspirine, want van de zenuwen deed ik in het algemeen nooit een oog dicht. Om half zes ’s ochtends al geroep van: “Mag ik nu al komen?”. Ik had nog geen wekker, maar aan het geluid van de eerste trein die over het viaduct reed, wist ik dat het moment van cadeautjes krijgen naderbij kwam.
Midden in de nacht was ik dan ook al een paar keer wakker geweest om mijzelf eens stevig te feliciteren.

Die cadeautjes: een plastic zwaard, of kleine soldaatjes van Airfix, bouwpakketjes die na het ontbijt al half in elkaar zaten. Die bouwpakketjes gaven ook een hoop stress voor het feestvarken. Was je op het moment suprème met de finishing touch bezig, zoals een glazen  cockpit-dak, dan klodderde je daar in je ijver een enorme druppel lijm op  waardoor het geheel veranderde in een eeuwig ondoorzichtige massa.
Of je drukte nog even een propellortje aan en krak! Had het vliegtuig of het schip de bouw overleefd, dan zorgde je moeder trouwens wel voor verder sloopwerk in een voortdurende stof-afneem-woede. Het hoorde er allemaal bij.

De verjaardag zelf verliep in het algemeen volgens een vast stramien: in de achterkamer vierden de gasten feest, in de voorkamer zelf lag de jarige te spugen op de bank, alles van pure zenuwen en een overdaad aan smakelijke vettigheden zoals arretje-cake. De cadeautjes lagen dan in een trieste uitstalling op het stoeltje naast de bank. Ik heb dat lang volgehouden. Al dagen van te voren trouwens heb ik eens een keer het hele huis doorzocht op zoek naar cadeautjes, waarbij ik tot mijn grote vreugde, maar toch ook wel tot spijt, want de verrassing was er toen toch wel een beetje af, een heuse treintafel in de schuur achter een laken ontdekte.
Daar heb ik dus jaren mee gespeeld, en de plannen voor een nieuwe liggen al zo’n beetje klaar, nu ik met het klimmen der jaren weer een goed excuus heb gevonden om straks als de kinderen het huis uit zijn eens iets anders te doen dan “eeuwig achter die computer te hangen”. Mannen worden nooit volwassen. Wel eens een vrouw met treintjes zien spelen of een bouwpakketje in elkaar zien zetten ( en dan ook nog soms, heel zachtjes, het bijpassende motorgeluid nabootsend )?

Maar goed, weer een jaar er bij dus. Geen bouwpakketjes op de verlanglijst, geen trein, en zo lang mogelijk in bed. Geen ooms en tantes meer op visite, geen sigarenrook en glaasjes advocaat. Die verjaren nu allemaal ergens in de hemel.  Jammer ergens, soms zou je wel weer eens even negen of tien willen zijn…… 

Weg van hier: Carnaval

 

Het verschrikkelijkste feest ter wereld is zonder twijfel carnaval. Nog erger wordt het, als de viering plaats vindt in dorpen als Tweede Exlooërmond of Barneveld ( voor de UVA-studenten: beide dorpjes liggen bóven de grote rivieren, en die op hun beurt liggen weer in midden-Nederland). Kijk, met carnaval in het zuiden van Nederland heb ik niet zo veel moeite. Brabanders en Limburgers bezitten nu eenmaal – jah , laat ik het niet te kwetsend zeggen – flink minder hersencellen dan personen uit het noorden en midden des lands, hetgeen zich uit in het praten met een zachte  ‘g’  en wereldvreemd taalgebruik als “ons mam” en “ons pap”. Begrijpelijk dat men dan troost zoekt in het als Bokito verkleed rondhupsen en het slaken van fijnbesnaarde kreten als “Heja, hoja, jahaaaa!!” . Men kijkt daar een heel jaar naar uit, en m’neer P’stoor doet misschien ook wel mee.

De festiviteiten in de in het begin van mijn stukje genoemde plaatsjes en soortgelijke gehuchten bestaan in het algemeen uit een “feest” in de plaatselijke kroeg, de dag daarop gevolgd door een optocht van enkele versierde trekkers met aanhanger. Een en ander wordt meestal in de gietende regen en snijdende wind gadegeslagen door een tiental kleumende dorpsgenoten, die de volgende middag blijkbaar nog in staat waren zich van de barkruk te laten vallen om met rode neuzen van drank en kou naar de openbare weg te kruipen. 
Op de praalwagen- een enigszins schoongeveegde aanhanger waarin normaal varkens naar de slacht worden vervoerd- bevindt zich een tiental corpulente en jolige heren van middelbare leeftijd. Ze hebben vaak een brilletje met goudkleurig montuur ( Hans Anders ), bijna allemaal zo’n James Last-ringbaardje, een bierbuik en een slecht zittende smoking met een wittig overhemd, wat ontsierd wordt door vlekken eigeel en schroeigaatjes van gemorste as. Bij een enkeling staat de gulp nog open ( ze plassen natuurlijk allemaal staand en hevig spetterend ). Op hun hoofd een soort muts waarop wat uit de vogelpest-crisis overgebleven verlepte veren, en om hun nek hangen wat onbestemde versierselen van goudkleurig plastic, uit de zomeruitverkoop van de feestwinkel in de grote stad.  Met enige moeite houden zij zich in de gure wind staande en af en toe roepen zij iets van “Alaaf!”, maar niet te hard want je staat natuurlijk behoorlijk voor joker op zo’n kar en je bent ook niet meer zo helder bij je hoofd na de afgelopen nacht, dus elk geluidje doet zeer.

Na tien minuten is de tocht voorbij en kan men het etablissement weer in. Dat was dan weer het carnaval in B., voor de gelegenheid omgedoopt tot “Kiependaarp” of zoiets. De toeschouwers gaan weer verder met de boodschapjes bij de plaatselijke super en knabbelen wat aan hun Hema-worst. Ja, doe mij maar de lunchroom van de Hema eigenlijk, dat is pas ècht feest!