Leven zonder krant

Is er leven zonder krant? Ik doe al een tijdje mee in het MePaper-project, waarbij onderzocht wordt in hoeverre een E-Reader, een electronisch leesboek, een rol kan spelen bij het vervangen van een krant. NRC experimenteert er ook sinds kort mee, en ook de Barneveldse Krant ( u weet wel, van de refo’s )  is zowaar één van de participanten in dit project.
Nu heb ik mij jarenlang tijdens het ontbijt mogen verlustigen aan de Volkskrant, waarbij ik dan ook nog het nieuws op de radio aan had staan: de ideale combinatie, waar de rest van mijn gezin trouwens andere denkbeelden over had. Sinds echter de bezorging van de krant zó dramatisch werd dat ik hem meer niet dan wèl kreeg – blijkbaar word je hier in het dorpje B. direct van hogerhand gestraft als je een andere krant dan het Reformatorisch Dagblad leest – heb ik mijn abonnement opgezegd en zit ik nu zonder.
Dat is wel even een ervaring waarbij het ontwennen van een harddrugsverslaving kinderspel is. Er zijn wel wat tussentijdse oprispingen geweest met uitprobeersels als het AD, maar dat is dus echt een vreselijke krant met alleen maar sport lijkt wel, en een geschikt alternatief is tot nu toe niet gevonden.

Wat mij betreft kan de E-Reader hier dus zo snel mogelijk op de deurmat vallen. Onder je ogen ververst het nieuws. Want alleen de radio werkt niet echt. Om de één of andere reden presteren mijn gezinsleden het om bij elk belangrijk nieuwsbericht geluiden te produceren. “De winnaar van de verkiezingen in Zimbabwe is fritsel frutsel krssssjjj krak knisper”. Moet er zo nodig weer eentje met een boterhamzakje in de weer terwijl dat ook over tien minuten kan. Dat gebeurt dus niet alleen tijdens het nieuws, maar ook als er een goed nummer op de radio is wat je al twintig jaar niet meer gehoord hebt. Ook niet expres trouwens, maar om ondoorgrondelijke redenen produceren vrouwen ( ik zit er hier met vier in huis )  volgens mij meer zinloze en nutteloze geluiden, vaak gerelateerd aan schoonmaken, opruimen, en irritant lawaaierig schoeisel zoals hakken en zo. Ondertussen staat dan ook één van de katten nog aan je kop te schreeuwen om brokjes en men zal dus begrijpen dat ik ’s ochtends geregeld een geestelijke inzinking nabij ben. Om dol van te worden. “De snelweg tussen B. en Stroe is sjggrrr kraaaaak kleng deng”. Ik krijg de neiging om mijn gekookte ochtend-eitje door de kamer te keilen en de rest van de familie er achter aan, maar dat is ook zo wat. Het zou trouwens wèl weer een aardig nieuwsitem zijn. Als ik dan weer uitgeput van het smijten in de stoel zit, zie ik het al op mijjn e-readertje verschijnen: “Dolgeworden docent in B. vernielt interieur woonkamer”. Ideaal toch?

Conferentie

Wel, eigenlijk zou ik dit stukje nu al moeten schrijven met mijn nieuwe Digiscribble: een soort electronische pen, waarmee je gewoon je bloknoot vol kalkt, en waarmee je even later al je geschreven tekst met een druk op de knop naar Word transporteert en nog leesbaar ook. Maar, voordat ik mijn baas voor deze aanschaf laat opdraaien zal ik op internet nog even wat gebruikerservaringen bij elkaar sprokkelen. Een enorm sterk argument zal echter mijn zich snel weer ontwikkelende muisarm zijn:  als een leidinggevende ergens iets eng vindt, dan is het wel dat z’n personeel aan RSI ten onder dreigt te gaan. Tip aan collega’s: scherm met begrippen als “vleesetende bacterie” en “enkele maanden absolute bedrust”, en je hebt de mooiste spullen in no time bij elkaar.  
Ik zit hier op het moment van schrijven op de I&I-conferentie in Lunteren, een broeinest van onderwijs-computernerds die hier enkele dagen op kosten van de baas bijeen zijn om zich te laven aan nieuwe snufjes als de Digiscribble. Een leuk apparaatje, waarmee je op vergaderingen natuurlijk prachtig tekeningen kunt maken of alvast een boodschappenlijstje op kunt stellen. Geen mens die iets in de gaten heeft en je hoeft ook niet meer met een laptop te zeulen, daar maak je al lang de blitz niet meer mee en het is zóó 2007. Nu zit je met een ogenschijnlijk gewone vulpen en een heel klein zwart kinky doosje op je papier. That’s all. Papier heeft trouwens zijn langste tijd wel gehad, bleek ook hier wel weer. E-paper gaat het worden, maar tot die tijd zal ik mijn digiscribbeltje benutten. Toch was er een bevallige jongedame die geheel in eigen beheer uiterst originele schoolagenda’s uitgaf, nog geheel gemaakt op ouderwets degelijk en fleurig papier. Geen foto’s , maar wel een handige uitleg van de stelling van Pythagoras bijvoorbeeld. Dat klinkt afgrijselijk, vooral voor iemand die – zoals ik – bij wiskunde nooit hoger wist te scoren dan een 3. Maar ik zag ineens na dertig jaar het licht. Wiskunde, een fluitje van een cent! En elke dag een nieuw origineel weetje, en hoe je de persoonsvorm schrijft en zo. Kom maar eens op het idee. Nog vijf jaar zal zij dat doen, daarna gaat ook zij, hoe kunstzinnig en origineel ook, toch digitaal. Hopelijk net zo origineel.
Er ging vandaag ook veel mis: geen internet, vastlopende computers, muizen die niet reageerden en personen die in 5 minuten tijd nog ongeveer 40 powerpointdia’s wilden vertonen, inclusief de daarbij behorende uitleg. Opvallend was ook het hoge gehalte grijsharigen onder de bezoekers. Ik weet wel hoe dat komt. De jeugd, de generatie Y, die weet dit allemaal al. Wij hollen slechts amechtig achter alle nieuwerwetsigheden aan, en winnen zullen we niet.

Over amechtig gesproken: het bleek dat ik tijdens de online registratie een knopje te veel had ingedrukt, waardoor er nu een hotelkamer voor mij gereserveerd bleek te zijn. Op zoek naar mijn kamer, een eindje verderop in de bossen, passeerde ik de eetzaal van dit congrescentrum: gevuld met een grote groep stokoude bejaarden, die daar, onderuitgezakt en half verscholen achter slabbetjes, hun bordjes gortepap in doodse stilte naar binnen slobberden, of althans daartoe een poging ondernamen. Het zou natuurlijk ook zomaar kunnen, dat sommigen van hen al geruime tijd overleden waren, het is een rustige uithoek van het congrescentrum daar. In het midden stond de tafel voor lopend buffet, die in deze treurige atmosfeer deed denken aan een opgebaarde kist. Ik zou in dit geval ook liever van strompelend buffet spreken. Dat wordt een gezellig ontbijt daar morgenochtend. Hopelijk sta ik niet achteraan in het rijtje voor de koffieautomaat dan. Die wachttijd kan ik dan echter goed benutten om vast wat aantekeningen te maken met mijn nieuwe Scribble. Want ik kan toch niet wachten met aanschaffen, dat weet ik nu al. Morgen meer.

Me-Paper project

Sinds enige tijd behoor ik tot de honderd uitverkorenen onder de Nederlandse bevolking die mee mogen doen aan het “Me-Paper project”. Ik citeer even ( een heel verhaal, maar u mag het oranje gedeelte ook even overslaan, dus niet gelijk wegzappen):

“Door de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is het voor de dagbladwereld van belang om na te denken over hoe de krant er in de toekomst uit zal zien. Allereerst hebben mensen 24 uur per dag de mogelijkheid het laatste nieuws te ontvangen door (mobiel) internet.Daarnaast vertonen de nieuwe generatie beeldschermen een grote overeenkomst met papier. Ze zijn goed leesbaar in fel zonlicht en minder vermoeiend om lang te gebruiken. Deze twee ontwikkelingen leiden er toe dat de leesbaarheid en mobiliteit van de papieren krant gecombineerd kan worden met de mogelijkheden van online media. Hiervoor is het echter wel noodzakelijk dat het huidige krantenconcept aangepast wordt aan de digitale documentlezers.

In het MePaper project worden dan ook nieuwe journalistieke formats gemaakt voor deze digitale krant. Daarbij staat niet de technologie centraal, maar de redacteur, de dagbladlezer en het soort artikelen dat het beste past bij de digitale krant.  Deze formats worden door vijf Nederlandse kranten en twee onderzoeksinstellingen van april 2007 tot maart 2009 ontwikkelt voor mobiele digitale documentlezers.

In het MePaper project zal de nadruk liggen op geheel nieuwe manieren van informatieordening, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de sterke kanten van het internet. De lezer krijgt een belangrijke rol in de beoordeling van het resultaat: steeds worden ontwerpen voorgelegd ter evaluatie en advies. Dat geschiedt in speciaal hiervoor ingerichte lezerspanels, samengesteld uit betrokken lezers die zich voor dit doel hebben aangemeld. Behalve in panels zullen lezers ook op meer incidentele basis proefontwerpen beoordelen.  Zo groeit de zekerheid dat de krant van de toekomst zal aansluiten bij de sterk gewijzigde consumptie- en leefpatronen en anders gedefinieerde informatiebehoeften.

De lezer van de toekomst ritselt niet meer met bedrukte pagina’s maar navigeert door voortdurend geactualiseerde databestanden. Die staan op kleine, mobiele, online documentlezers. Geen science fiction, maar nabije realiteit. Door de technologische vooruitgang op het gebied van (mobiel) internet hebben mensen de mogelijkheid om 24 uur per dag het allerlaatste nieuws te ontvangen. De nieuwe generatie beeldschermen vertoont grote overeenkomst met het vertrouwde papier. Ze zijn goed leesbaar in fel zonlicht en minder vermoeiend om lang te gebruiken. Verder hebben deze apparaten een handzaam formaat. Het gevolg hiervan is dat de leesbaarheid en de mobiliteit van de papieren krant gecombineerd kunnen worden met de mogelijkheden van online media.De digitale krant op mobiele documentlezers: Het MePaper project. De participerende kranten zijn: de Barneveldse Krant, het Eindhovens Dagblad, het Financieele Dagblad, SP!TS en de Volkskrant. De betrokken onderzoeksinstellingen zijn: het European Centre for Digital Communication (EC/DC) in Maastricht, coördinator van het project, en het Vlaamse Interdisciplinary Institute for Broadband Technology, IBBT.De te ontwikkelen formats zullen getest worden op e-readers (gebaseerd op e-ink technologie) en verder op ultra mobiele PC’s (UMPC’s). Deze apparaten hebben ongeveer dezelfde draagbaarheid en een vergelijkbare beeldschermgrootte (diameter 15 – 18 cm), maar verschillen sterk in interactitiviteit en mogelijkheden voor multimedia. “

Kort samen gevat: de krantenwereld gaat er van uit dat de papieren krant in de toekomst vervangen wordt door een digitale. Hoe die er uit moet gaan zien, dat wil men nu met behulp van de lezers  te weten komen. Tot nu toe heb ik daarvoor acht dagen lang een dagboek – gewoon op papier – moeten bijhouden. Daarin moest elk nieuwsmoment vermeld worden, met bijzonderheden als plaats, manier waarop, tijdstip, etc. Liefst ook vergezeld van een foto van dat nieuwsmoment: Wauwel (ReinB), amechtig onderuitgezakt op de bank, voeten in pantoffels op de salontafel, zappend voor de buis. Of Wauwel, verzonken in de krant aan het ontbijt, de rest van de familie in gezellige conversatie bijeen.Door zo’n dagboek besef je goed wat voor – in mijn geval – nieuwsjunk je eigenlijk bent. Op de meest krankzinninge momenten wil je nog nieuws hebben. Zo zou ik ook een foto gemaakt kunnen hebben van mijzelf, zittend op het toilet, starend naar mijn smartphone met daarop het laatste nieuws via internet, maar ik kon niet direct een vrijwilliger vinden om die foto te maken.