Homo Roboticus

Wauwel schrijft dit stukje na een enerverende dag vanuit Maastricht, en wel op de conferentie “Design 4all”, georganiseerd door het Consortium voor Innovatie. Enerverend, maar ook wel een beetje moedeloos makend, want vandaag heb ik te horen gekregen dat de mens zijn langste tijd wel heeft gehad. Nog een jaartje of tien, en de stukjes van Wauwel worden geschreven door een robot met mensachtige trekjes. Over tien jaar loopt Wauwel langs een draadloos netwerkpunt en laadt en passant even de hersens op middels diverse ingebouwde geheugenbankjes en chips. Ik zal dan ook geen last meer hebben van een gruwelijk zere rug, want de organisatie hier heeft vandaag gemeend de bezoekers van diverse workshops op kartonnen dozen te laten plaatsnemen. Gezien de gemiddelde leeftijd van de congresgangers moet dat toch een behoorlijke martelgang zijn geweest. Was ik nu twintig jaar verder, dan had ik al lang wat pijnonderdrukkende chipjes laten implanteren. Een en ander moet natuurlijk van mij afgeschreven worden middels dit weblogje, en dankzij de welwillende medewerking van de Web 2.0-hoek van Kennisnet lukt dat weer heel aardig.

Ja, hoe verloopt zo’n dag verder?  ’t Is natuurlijk even wennen aan al dat Limburgs om je heen. Laat ik het voorzichtig zeggen: die provincie zou zich toch moeten aansluiten bij België. Verder waren er wat weinig hebbedingetjes bij de diverse stands en dat is voor de doorsnee docent toch wel een beetje een schok. Dan waren er de onvermijdelijke verbindingsproblemen die toch altijd weer bij een of andere workshop optreden. Dat schijnt specifiek voor ICT te zijn.

Vanavond is er dan ontspanning, waarbij keuze uit diverse programma’s; zo schijn ik iets te moeten doen met klankschalen en zo, maar stel je toch voor dat je daar ook je sokken bij uit moet trekken: daar heb ik even niet op gerekend. Ook zie ik geestelijk voorbereidende fotootjes van lieden die in allerlei onwaarschijnlijke houdingen over de grond rollen, en weer ergens anders moet je liedjes gaan zingen in een Idols-achtige setting. Dat betekent op slinkse wijze het conferentie-oord verlaten, op weg naar het hotel alwaar ik amechtig zappend de avond uitgeput op bed zal doorbrengen, want ik ben nog lang geen homo roboticus, eerder Homo Gestrektus.

Gelukkig weet ik mij enigszins geestelijk gesteund dooor de inleider van vanochtend, een belangrijke baas bij Sun, met futuristische denkbeelden ( en ook al van mijn leeftijd ja. ). Hij had het nog over dubbeltjes en kwartjes.  Onderzoekt alle dingen, en behoudt het goede, zou ik zeggen. Ook in de toekomst. Morgen meer.

Conferentie

Wel, eigenlijk zou ik dit stukje nu al moeten schrijven met mijn nieuwe Digiscribble: een soort electronische pen, waarmee je gewoon je bloknoot vol kalkt, en waarmee je even later al je geschreven tekst met een druk op de knop naar Word transporteert en nog leesbaar ook. Maar, voordat ik mijn baas voor deze aanschaf laat opdraaien zal ik op internet nog even wat gebruikerservaringen bij elkaar sprokkelen. Een enorm sterk argument zal echter mijn zich snel weer ontwikkelende muisarm zijn:  als een leidinggevende ergens iets eng vindt, dan is het wel dat z’n personeel aan RSI ten onder dreigt te gaan. Tip aan collega’s: scherm met begrippen als “vleesetende bacterie” en “enkele maanden absolute bedrust”, en je hebt de mooiste spullen in no time bij elkaar.  
Ik zit hier op het moment van schrijven op de I&I-conferentie in Lunteren, een broeinest van onderwijs-computernerds die hier enkele dagen op kosten van de baas bijeen zijn om zich te laven aan nieuwe snufjes als de Digiscribble. Een leuk apparaatje, waarmee je op vergaderingen natuurlijk prachtig tekeningen kunt maken of alvast een boodschappenlijstje op kunt stellen. Geen mens die iets in de gaten heeft en je hoeft ook niet meer met een laptop te zeulen, daar maak je al lang de blitz niet meer mee en het is zóó 2007. Nu zit je met een ogenschijnlijk gewone vulpen en een heel klein zwart kinky doosje op je papier. That’s all. Papier heeft trouwens zijn langste tijd wel gehad, bleek ook hier wel weer. E-paper gaat het worden, maar tot die tijd zal ik mijn digiscribbeltje benutten. Toch was er een bevallige jongedame die geheel in eigen beheer uiterst originele schoolagenda’s uitgaf, nog geheel gemaakt op ouderwets degelijk en fleurig papier. Geen foto’s , maar wel een handige uitleg van de stelling van Pythagoras bijvoorbeeld. Dat klinkt afgrijselijk, vooral voor iemand die – zoals ik – bij wiskunde nooit hoger wist te scoren dan een 3. Maar ik zag ineens na dertig jaar het licht. Wiskunde, een fluitje van een cent! En elke dag een nieuw origineel weetje, en hoe je de persoonsvorm schrijft en zo. Kom maar eens op het idee. Nog vijf jaar zal zij dat doen, daarna gaat ook zij, hoe kunstzinnig en origineel ook, toch digitaal. Hopelijk net zo origineel.
Er ging vandaag ook veel mis: geen internet, vastlopende computers, muizen die niet reageerden en personen die in 5 minuten tijd nog ongeveer 40 powerpointdia’s wilden vertonen, inclusief de daarbij behorende uitleg. Opvallend was ook het hoge gehalte grijsharigen onder de bezoekers. Ik weet wel hoe dat komt. De jeugd, de generatie Y, die weet dit allemaal al. Wij hollen slechts amechtig achter alle nieuwerwetsigheden aan, en winnen zullen we niet.

Over amechtig gesproken: het bleek dat ik tijdens de online registratie een knopje te veel had ingedrukt, waardoor er nu een hotelkamer voor mij gereserveerd bleek te zijn. Op zoek naar mijn kamer, een eindje verderop in de bossen, passeerde ik de eetzaal van dit congrescentrum: gevuld met een grote groep stokoude bejaarden, die daar, onderuitgezakt en half verscholen achter slabbetjes, hun bordjes gortepap in doodse stilte naar binnen slobberden, of althans daartoe een poging ondernamen. Het zou natuurlijk ook zomaar kunnen, dat sommigen van hen al geruime tijd overleden waren, het is een rustige uithoek van het congrescentrum daar. In het midden stond de tafel voor lopend buffet, die in deze treurige atmosfeer deed denken aan een opgebaarde kist. Ik zou in dit geval ook liever van strompelend buffet spreken. Dat wordt een gezellig ontbijt daar morgenochtend. Hopelijk sta ik niet achteraan in het rijtje voor de koffieautomaat dan. Die wachttijd kan ik dan echter goed benutten om vast wat aantekeningen te maken met mijn nieuwe Scribble. Want ik kan toch niet wachten met aanschaffen, dat weet ik nu al. Morgen meer.