Stilte

Echte stilte bestaat eigenlijk niet meer. Waar je tegenwoordig ook bent: je hoort altijd wel ergens lawaai. Mijn kantoortje wordt bijvoorbeeld begrensd door twee lokalen. Wanneer daar twee klassen zitten, kun je de leerlingen zo ongeveer horen ademen. Bleef het daar maar bij. Een moderne scholier kan zich ongeveer een kwartier lang op iets concentreren, zonder al te veel herrie te produceren, zo is uit onderzoek gebleken. Daarna verwordt de adolescent tot ongeveer een geestelijk en lichamelijk kwijlend wrak. Wie als docent dus de onuitsprekelijke eer bezit om aan vijfentwintig van dergelijke lieden iets onoverkomelijk ingewikkelds uit te  moeten leggen – eenvoudige spelling of de grondbeginselen van het rekenen, ik noem maar wat – voelt zich dus na afloop van zo’n les lichtelijk verhit.

Een leerling wil ook altijd discussiëren, onderhandelen, en vooral: uitspelen. “Meneer Jansen heeft voor de dag na de vakantie geen huiswerk opgegeven, en u als enige wel!” Straks krijgt meneer Jansen precies hetzelfde verhaal te horen.  Wie als docent brult dat ze dit of dat voor morgen uit het boek moeten leren, die wordt niet gehoord. Fluister je echter dat ze morgen het eerste uur vrij hebben, dan blijkt iedereen over een uiterst scherp gehoor te bezitten. Ik ben sowieso ernstig voor fluisterend lesgeven. Heel zachtjes beginnen, op samenzweerderige toon begin je een nietszeggend verhaal tegen de stuudjes op de voorste banken, de schreeuwers acheraan worden dan vanzelf nieuwsgierig naar waar het over gaat en houden dus ook hun mond dicht, ook al duurt het wat langer.

Maar echt stil, nee, dat is een zeldzaamheid. Mensen kunnen er ook niet meer zo goed tegen, lijkt wel. Een test: vijf minuten lang iedereen in doodse stilte laten noteren wat voor geluiden er nog geproduceerd worden. Zoiets gaat na een paar minuten al mis. Geheid gaan er een stel giechelen. anderen MOETEN met die pen klikken. Er MOET iets vastgehouden worden waarmee je kunt friemelen, kreukelen, tikken of klikken.
 Lawaai lijkt ook nog eens op de meest ongelegen momenten voor te komen. Altijd wanneer ik eens het nieuws wil horen op de radio, begint de klok in de kamer te slaan. Zin om dat ding dwars door de muur heen te rammen. Daarbij komen dan ook nog soms gezinsleden die zich minder lijken te interesseren voor wat zich in de wereld afspeelt en die dus bewust of onbewust ( ik denk bewust )  met stoelen gaan schuiven, met borden gaan rammelen, mobieltjes laten afgaan en hele gesprekken met elkaar voeren.
Een stilte-coupé in de trein is ook een plek bij uitstek om eens flink herrie te produceren. De enige manier nog om je daar van lawaai af te sluiten is koptelefoontjes in je oor te proppen en het geluid op maximum te zetten.

Over een tijdje is de helft van de Nederlandse jeugd grotendeels doof, zo heeft onderzoek aan getoond. Althans, tegen de tijd dat ze veertig zijn. Gevolg van de mp3-spelers. Als je ze daar nu voor waarschuwt, dan horen ze je niet. De beste leerlingen die ik ooit heb gehad, waren stokdoof. Hoe komt zoiets. Doordat ze totaal niet afgeleid werden door enige vorm van omgevingsgeluid, konden ze zich volledig concentreren op de kern van het lesgeven: een docent die iets uitlegt. Door de aanwezige doventolk misten ze geen woord van wat gezegd werd, en ik meen dat doventaal ook nog eens de essentie van zinnen in gebaren omzet. De perfecte lessituatie dus. Door stilte te ervaren kom je dus soms weer tot de kern van allerlei zaken, zou je kunnen zeggen.

Toch, stilte valt niet mee. Ik ben allergisch voor geluiden die ik niet zelf produceer of waar ik niet zelf bij betrokken ben. Mijn vrouw vindt trouwens dat ik zelf altijd enorme herrie produceer, in haar mening ijverig gesteund door onze drie dochters: ik mag niet snuiven, niet kuchen, niet schrapen en ook op mijn manier van ademen krijg ik geregeld commentaar. “Als je achter de computer zit maak je ook geen geluiden!” . Wij mannen hebben het zwaar, wij mogen nooit wat.

Jarenlang hadden wij enorm luidruchtige buren. Diep in de nacht radio aan, herrie. Of een buurjongetje wat er genoegen in leek te scheppen om de halve dag met hamertje tik in de weer te zijn, totdat ik het idee kreeg dat hij uit pure verveling enkel nog met zijn kop tegen de muur aan het bonken was. Was het dan eens een enkele keer stil, dan kwam je niet tot rust, maar dan zat je gespannen als een veer de hele avond te wachten op het eerste geluidje, om vervolgens woedend te kunnen verkondigen: “Zie je wel, het is hier ook nooit eens stil!!!”

Het buurjongetje aan de andere kant, ik schat een jaar of zes nu, beschikt over de stem van een misthoorn. Zijn zusje van enkele jaren ouder zit sinds kort op saxofoonles. En van de zomer krijgt het jongetje van zijn ouders, die blijkbaar ook niet goed tegen stilte kunnen, een drumstel met bijbehorende drumles.  Ik ga dus denk ik maar eens emigreren. Naar Antarctica of zo. Hoewel, dat druppen van die smeltende poolkappen kan nog wel eens tot een irritant geluid verworden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *