RIP Paashaas

Terwijl het hele gezin eendrachtig en in vredige sfeer om het paasontbijt geschaard zat, meende één van de katten des huizes, genaamd Thijs, ook een duit in het zakje te moeten doen door er voor te zorgen dat er volgend jaar géén paashaas in het land zal zijn.
Zo hebben wij een stukje weiland achter het huis, waar –  ernstig bedreigd door de tot in de hemel reikende bouwactiviteiten van de inmiddels  landelijke beruchte refo-dome’s – enkele hazen domicilie hebben. En zoals dat gaat met dieren die op konijnen lijken: ze hebben ook jonkies. Nu heeft onze Thijs ( 15 ) op zijn oude dag nog last van een stevig jachtinstinct, en zo meldde hij zich klagelijk mauwend bij de deur met in zijn bek zo’n schattig, hummelig, maar niet meer te redden paashaasje. Dat gaf natuurlijk enige paniek aan de dis.

Om onduidelijke reden willen onze katten altijd met hun buit naar binnen, blijkbaar om te laten wat ze gevangen hebben. Toen Thijs nog jonger was, kwam het geregeld voor dat hij ’s nachts met de buit in de bek tegen de schutting opsprong, om uiteindelijk ons vanaf het balkon van onze slaapkamer wakker te mauwen op zo’n manier, dat wij gelijk wisten van : O, hij heeft weer wat. Hij hield dan oook pas op als wij even door het gordijn gekeken hadden en enige opbeurende woorden met hem wisselden. Als we dan weer in bed lagen hoorde je hem met afschuwelijk krakende geluiden een dure goudvis uit onze vijver of zo naar binnen werken.

’s Ochtends werden wij vaak verblijd met allerlei stoffelijke overschotten op de voordeurmat, en als je gehaast naar je werk wilde en je lette even niet op, was je weer bezig één of ander aangevreten kadavertje in de kokosmat te werken. Ratten, muizen, mollen, een enorm groot konijn zonder oor, vogeltjes ( bij voorkeur zeldzame ), goudvissen, kikkers, ongeveer vier hamsters ( van de kinderen ); er is heel wat naar binnen gewerkt.  Thijs is echter het meest geobsedeerd door konijnen. Een aantal jaren geleden kwam hij ’s avonds met een jong konijntje thuis, en binnen een half uur met een tweede. Blijkbaar had hij weer een of ander slecht afgesloten hok gevonden, en dat betekende dus ergens in de straat een hoop kindergeschrei de volgende morgen als men de brute roof zou ontdekken. Zéér tegen zijn zin konden we onze moordmachine een nachtje binnenhouden, in de hoop dat hij zijn walgelijke neigingen dan wel vergeten zou zijn. ’s Ochtends was hij na tien minuten terug, met konijntje nummer drie. Een voorzichtige wandeling door de buurt leverde ogenschijnlijk geen leeggeroofde konijnenhokken op. Ja vòòr je het weet kun je drie konijnen vergoeden en heb je een woedende buurman achter je aan.

Maar goed, wij hebben verder op paasmorgen heerlijk ontbeten en onze kat ook, want na een uurtje vond ik buiten achter een stapel planken nog een half paashaaslijkje, en dat heb ik maar in het weiland gegooid; hebben de meeuwen ook nog een smakelijk paashapje. Thijs is nu weer aan de brokjes. ’t Is behelpen, ja.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *