
Mannen zijn en blijven grote kinderen, altijd maar weer zeurend om nieuw speelgoed. Als ze ziek zijn, blijkt ook hun kinderlijke mentaliteit en zwelgen zij in zieligheid. Waar vrouwen, gestaald door de nodige bevallingen, geen kik geven en altijd maar doorgaan met wassen, strijken, zuigen, koken, boodschappen doen, kinderen naar bed brengen, ligt de man direkt uitgeteld en ernstig ziek in zijn bed ( wèl met de afstandsbedieing van de tv bij de hand, die direkt weer aangaat als vrouwlief uit de slaaplamer is verdwenen ). De man moet verzorgd worden, hij wil een sinasappelsapje, een stukje kaas, hij wil dat iedereen ernstig medelijden heeft en hem bezorgd aankijkt, dat alle bewoners van het hele huis sluipend zich sluipend door de kamers begeven, zodat iedereen ook goed zijn zachtjes kreunen kan horen. Er moet ook direct een dokter komen, er moeten pilletjes en pijnstillers naast het bed staan en de krant moet ook binnen handbereik zijn, en ook direct gebracht worden als die in de bus valt. Is de man eenmaal van zijn ( altijd ernstige ) ziekte hersteld, dan komt het kind weer boven, en wil hij achter de computer, spelletje doen, nachtje stappen met de vrienden, een paar dagen visvakantie, naar een nieuwe auto kijken, lekker buis hangen beneden en genieten van de geuren van het eten dat zijn vrouw in de keuken bereid. En dan is hij vijftig of in die buurt. Is wel een probleempje. De buik neemt snel in omvang toe, de grijze haren komen, neus- en wenkbrauwhaartjes gaan wanstaltig groeien en naast alle zorgen moet hij ook nog indruk maken op de vrouwtjes, liefst wat jonger, want die zijn natuurlijk helemaal wèg van zo’n stoer uitdijend kalend type, wat in de sauna de hele avond krampachtig de buik probeert in te houden. Alleen daar al zou je sterke buikspieren van krijgen, ik spreek uit ervaring.
Ik ben ook zo’n man in zo’n crisis. Grijze haren krijgen meer en meer de overhand, en ik twijfel steeds meer of ik mijn glimmend zwart leren colbertje nog wel aan kan trekken. Of mijn hyper- puntschoen. Op een schoolfeest durf je voor ’t oog van al je leerlingen niet meer even uit je dak te gaan, zie zo’n bejaarde gek daar toch eens stumperen. Gisteren heb ik in een laatste stuiptrekking van jeugdig elan mijn haar laten kleuren, of verven, weet ik veel. Bijna zwart. Aardig kapstertje, vond mij ongetwijfeld een interessante rijpere heer. En ik natuurlijk popi doen, veel lachen bij het knippen en het verven. Pure zenuwen natuurlijk, maar nu is het te laat.
Het kapstertje lacht met parelende tanden, het zegt ‘u’ tegen mij. Hoe vreselijk. En dan naar huis, nèt Herman Brood vlak voordat hij van het dak af sprong. “Het lijkt wel een pruik uit de feestwinkel” is het eerste wat ik daar hoor. Kijk, terug bij af. Ach, ik kan er niet mee zitten, die tijd die is geweest. Volgende keer doe ik het maar groen. Shrek 3. O ja, ik overweeg nu een tattoo.
