De onderwijsgemoederen in de media zijn afgelopen week weer danig verhit, onder andere door diverse nieuwe plannen -waarbij de bedenkers op voorhand niet meer over “Vernieuwing” durven te spreken- en een ingezonden stuk van collega Anneke Wijma in de Volkskrant, met als titel: “Je moet wel gek zijn om in het voortgezet onderwijs te werken”. Geheel in stijl met de moderne “student” jat ik het even integraal over en plaats ik het hier in dit blogje. Voor hen die nieuwsgierig zijn naar alle reacties: hier is het ook nog eens te lezen, mèt reacties, maar doe dat straks even, want anders komt u hier niet meer terug en dat is ook zo wat. Verderop in mijn verhaaltje nog wat meer plagiaat trouwens, moet allemaal kunnen tegenwoordig.
Het stuk in kwestie:
U werkt met dertig mensen in een ruimte van amper 10 bij 10 vierkante meter. Zonder adequate zonwering of ventilatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat de lucht in uw werkruimte een ongezond gehalte aan micro-organismen, allergenen en fijnstof bevat. U hebt geen eigen bureau of kast en geen eigen computer. In de pauzes probeert u enige tijd vrij te maken om met uw collega’s op een kluitje in de personeelsruimte uw boterhammen weg te werken. De meest uitdagende decoratie in deze ruimte is het prikbord. De theeglazen hebben minstens tienduizend maal het vaatwasprogramma doorlopen en de lepeltjes zijn zo dof als uw beroepsomgeving zelf.
Zuinigheid
Als u dit herkent, is de kans zeer groot, ja is het vrijwel zeker dat u docent bent aan een instelling voor voortgezet onderwijs. Uw salaris ligt ruim onder dat van een vergelijkbare positie in het bedrijfsleven. Het begrip bonus is u onbekend. Zuinigheid is het credo in uw beroep. U leeft immers van belastinggeld. Dat wordt u bij herhaling op niet mis te verstane wijze ingepeperd. Het mooie van uw beroep, de zomervakantie, wordt u maatschappijbreed misgund. Hoewel u die vakantie al dubbel en dwars door uw lage salaris heeft vereffend.U hebt nauwelijks carrièremogelijkheden. Uw beroep heeft weinig maatschappelijke status. Uw directie vraagt daarentegen veel van u. Termen als commitment, empathie, differentiatie en competentie vliegen u om de oren. U moet handelingsplannen schrijven, leerlinginformatieformulieren invullen en u suf vergaderen in kernteams, vakgroepen, werkgroepen, zorggroepen en noem-maar-opgroepen. En u weet dat het geld- en tijdverspilling is.
De middelen om problemen adequaat op te lossen ontbreken immers, dus worden de belangrijke agendapunten hardnekkig doorgeschoven naar een volgende bijeenkomst. De schoolleiding trekt zich met regelmaat terug voor brainstormsessies in comfortabele onderkomens. Daar komen dan de meest ondoordachte ideetjes vandaan die u vervolgens zonder enige facilitering mag uitvoeren. En waar u, ja u alleen, op afgerekend wordt. Dit alles moet de indruk wekken dat bestuur, directie en teamleiders ernst maken met de kwaliteit van de school. Het is echter slechts papier, nodig voor het bezoek van de inspectie en nuttig voor het cv en persoonlijk ontwikkelingsplan van uw leidinggevenden.
Universitair
In de toekomst mag u alleen nog lesgeven met een masterdiploma. Het is de nieuwste oplossing die voor het onderwijsprobleem in Nederland bedacht is. Welke onderbouwing ervoor is, Joost mag het weten. Wellicht zal een universitair opgeleide zich beter staande weten te houden in een omgeving waarin hij dagelijks geconfronteerd wordt met adhd, add, dyslexie, dyscalculie, asperger, pdd-nos, autisme en faalangst. Met slachtoffers van ruziënde ouders, ziekten, mishandeling en pesten.Wellicht is het geen kapitaalvernietiging als een jonge academicus zich met zijn dure, door de belastingbetaler gefinancierde opleiding opsluit binnen de muren van een schoolgebouw, zonder wetenschappelijke uitdaging, zonder toekomstperspectief en zonder maatschappelijk respect voor zijn functie.
De ene na de andere onderwijsvernieuwing krijgt u voor de kiezen. Tweede Fase, basisvorming, vmbo, competentiegericht leren, het nieuwe leren, het actieve leren, het interactieve leren, het studiehuis. Het ‘Beter presteren’ mag u binnenkort gaan uitvoeren. De jongens- en meisjesklassen liggen op de loer. Onderwijsgoeroes schrijven voor elke vernieuwing duizenden pagina’s vol over het grote belang van hun eigen visie, hun eigen ideale toekomstbeeldje.
Onderwijsadviesbureaus overspoelen u met pedagogische en psychologische testen. Wetenschappelijk onderbouwde onderzoeken laten al deze lieden echter nooit zien. Recente onderzoeken naar de ontwikkeling van het puberbrein willen zij niet kennen.
Tegenargument
In onderwijsland gaat het er immers enkel om zo fanatiek mogelijk een mening uit te dragen, geen tegenargument te dulden en je opponent weg te honen. ‘Wie niet voor mij is, is tegen de leerling’, lijkt hun adagium te zijn. Het veld mort en slikt. U, die kinderen moet leren mondig te zijn, mag uw mond niet opendoen. U, die leerlingen vol idealisme voorhoudt niet in hokjes te denken, wordt bij uw eigen voorzichtige tegenargumenten zonder pardon in het hok van de vastgeroeste, non-coöperatieve mopperkont geworpen.Hopelijk hebt u van uw vakantie genoten. Hebt u zin om weer aan de slag te gaan met die klassen van dertig opgroeiende jongeren. Die zo onweerstaanbaar lief zijn en u tegelijkertijd het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Hopelijk mag u nog lesgeven en bent u niet gedegradeerd tot opzichter in de computerruimte, waar uw leerlingen hun kennis van internet halen. Hopelijk weet u hen uit te dagen tot topprestaties, weet u hen de tranen uit hun ogen te laten lachen om aan het eind van uw lesdag met een goed gevoel en een tas vol nakijkwerk naar huis te gaan. Een goed schooljaar gewenst!
Anneke Wijma
Wijma wordt nogal aangevallen. Het stukje hiernaast is een afdruk van een ingezonden brief van iemand uit Amsterdam naar aanleiding van haar betoog, waarin ons als docenten weer verweten wordt in onze klagerige slachtofferrol te kruipen en likkebaardend vanuit de luie stoel naar het bedrijfsleven te loensen.
In de eerste zin staat echter m.i. gelijk een cruciale fout: niet de leraren, de beroepsbeoefenaars, maken hun beroep met de grond gelijk, maar juist zij die vanuit hun eigen optiek, vèr verheven boven en verwijderd van de werkvloer, telkens weer menen te moeten bepalen hoe er op die werkvloer gewerkt moet worden. Ik doel hier op grote aantallen onderwijsadviesbureau’s die voor astronomische bedragen geld wegzuigen, geld wat voor eigenlijk onderwijs bedoeld zou moeten zijn. Ik doel op ministers en hun ambtenaren in Den Haag, wiens enige drijfveer het bezuinigen on onderwijskosten is.
Alsof je de fundamenten van je woonhuis probeert te vervangen door papier-maché, omdat dat voordeliger is. Ik doel helaas ook op sommige geledingen binnen het management van scholen, een management wat steeds meer de proporties van een waterhoofd aanneemt en niet gehinderd door enig inlevingsgevoel de ene na de andere onderwijsvernieuwing of bezuiniging doorvoert, om zo de inspectie maar tevreden te stellen met overtuigende cijfertjes. Goede uitzonderingen natuurlijk daar gelaten. De docent, èn de leerling, zijn op veel scholen verworden tot cijfertjes, die een kloppende som moeten opleveren. Alleen dát resultaat lijkt te tellen.
De briefschrijver hiernaast zou juist verwonderd moeten zijn over het feit dat wij docenten ondanks alles toch maar doorgaan, ook al hebben wij nog zo veel ( al dan niet terecht ) te klagen. Wij stellen namelijk altijd nog ons beroep centraal, en dat is het overbrengen van kennis aan jonge mensen die nodig hebben. Wáár in het bedrijfsleven draait men zoveel onbetaalde overuren? Als elke docent zijn extra uren, ook in de steeds korter wordende vakanties zou declareren, dan zou de firma onderwijs binnen no time failliet zijn. Ze klagen ook ja, maar daar blijft het eigenlijk wel bij. Ze mopperen nauwelijks over hun salaris. . Ze zeuren niet over het feit dat ze dat bedrag grotendeels op moeten souperen wanneer ze- uitsluitend in het hoogseizoen tegen exorbitante prijzen op vakantie kunnen, waar iemand in het bedrijfsleven op elke ander moment dat voor een fractie van het bedrag zou kunnen doen. Ze laten zich meewarig uitlachen op feesten en partijen. Alle onderwijsveranderingen door de jaren heen hebben ze uiteindelijk, al dan niet met frisse tegenzin, opgepakt en geprobeerd er het beste van te maken om zo de leerlingen zo effectief mogelijk van dienst te kunnen zijn. Ze vullen braaf hun 360 graden-feedbackformulieren in, hun POP-gepsprekken, hun PAP-gesprekken. Vaak tegen beter weten in. Kom daar elders eens om.
Docenten zijn eigenlijk een heel volgzaam volkje, idealer personeel zou je je als werkgever niet kunnen wensen. Ze staken nooit, ze willen de leerlingen nooit de dupe laten worden, en ze voelen zich in het algemeen innig tevreden wanneer ze zich eenmaal met de kern van hun beroep, het lesgeven, kunnen bezighouden. Voor en in de klas hebben ze plezier in hun werk. Werk dat bijvoorbeeld ook steeds meer opvoeden begint te lijken, een taak die de eigenlijke opvoeders steeds meer achterwege laten. Nee, we doen het allemaal. We morren, we klagen, maar we doen het.
Daarom gaan we niet weg. We zijn een beetje verslaafd aan ons vak. We kicken lastig af, ook al doet men elders nóg zo z’n best. We praten er op Twitter en op andere social Media ongeveer 24 uur per dag over. We houden er blijkbaar van. Onderwijs is nog steeds een prachtig vak. En ja, je moet er inderdaad wèl een beetje gek voor zijn. Anders red je het inderdaad niet. Laat ons dan in elk geval prettig gestoord blijven, en gun ons ons geklaag op z’n tijd, of onze galgenhumor, zoals uit onderstaand hilarisch ingezonden stukje eerder dit jaar blijkt:
Ik ben werkzaam als docent in het MBO. Ik begrijp niet hoe men kan zeggen dat de kwaliteit van docenten alsmaar minder wordt.
Vroeger gaf ik gewoon les. Tegenwoordig ga ik als professional naar het primaire proces, teneinde de door het College van Bestuur en de Sectordirecteur geformuleerde deoelstellingen en targets te realiseren, daarbij rekening houdend met de middelen en tools vastgelegd in het vigerende teamplan, waarbij de focus, binnen de gestelde kaders, gericht dient te zijn op de realisatie en de optimalisatie van de output, zodat er benchmarktechnisch gesproken een win-winsituatie ontstaat tussen enerzijds de leerling en anderzijds het instituut.
Geweldig toch?H. A.
De naam en locatie van de schrijver heb ik even weggelaten. Niet om zelf met de eer te strijken maar in oude tijden en ook nieuwe tijden wordt de brenger van slecht of – in dit geval – kritisch nieuws niet altijd gewaardeerd door de machten die over hem gesteld zijn. Mocht de auteur mijn blogje lezen : ik zet hem er graag bij, want hij geeft precies aan waar het tegenwoordig in het onderwijs om lijkt te draaien.


Een expert die een probleem op wil lossen doet beroep op een heel archief voorbeeldoplossingen dus een heel archief kennis dat hij zij al bezit en gebruikt.