Ik krijg allerlei mailtjes om me te feliciteren en zo, want ik zou vandaag al jarig zijn, terwijl dat toch echt morgen ( 24 oktober ) pas het geval is. Nu kan ik me voorstellen dat er allerlei mensen zijn die mij graag weer een jaar ouder zouden willen zien, misschien in de betekenis van: “Hopelijk wordt hij dan eindelijk eens volwassen”. Ik moet ze ernstig teleurstellen. Ik verheug me namelijk alweer heel erg op mijn verjaardag.
Als kind was dat al heel erg. Dagen van te voren was ik op van de zenuwen, en de avond ervòòr kreeg ik altijd een aspirientje of zoiets want anders deed ik helemaal geen oog meer dicht. Dat gebeurde dan uiteindelijk toch al nauwelijks . Geregeld werd ik midden in de nacht wakker, en als ik dan heel vroeg in de verte de eerste trein voorbij hoorde rommelen, wist ik: “kijk, het moet dus al bijna zes uur zijn, nu ben ik dus jarig!”. En dan deed ik helemaal geen oog meer dicht, en vanaf kwart over zes lag ik dan te roepen van “Mag ik al komen?
Men zal begrijpen dat mijn ouders altijd erg naar deze dag uitkeken.
Ik vroeg – en kreeg – vaak bouwpakketjes. Van die plastic modelvliegtuigjes waar je met je tong uit de mond de mooie, doorzichtige plastic cockpit op zou bevestigen, en dat er dan een enorme klodder lijm over het plastic spoot, gelijk, alles verpestend. Of je ontdekte dat je – terwijl je dacht dat het klaar was – het bevestigingsstukje van de propellor vergeten was, waardoor deze niet meer kon draaien. Propellors en landingsgestellen braken trouwens ook heel snel af.
Meestal had ik direct na het ontbijt de doos al diverse keren open gehad en waren er daardoor ook al de nodige onmisbare stukjes zoekgeraakt, om nooit meer gevonden te worden.
Als dan het feestje ’s middags voor de vriendjes was aangebroken, lag ik meestal van pure zenuwen op de bank in de voorkamer te spugen, terwijl de feestvierders in de achterkamer het heel aardig zonder mijn aanwezigheid bleken uit te houden.
Nu zal dat allemaal zo’n vaart niet meer lopen. Ik blijk toch wat bedaagder te zijn geworden. Ik ga niet meer weken van te voren op zoek naar cadeautjes. Ik val ’s avonds gewoon in slaap, en ik schrik ’s morgens wakker van de wekker, en zou me eigenlijk nog wel even om willen draaien dan. En cadeautjes? Ach, wat moet je eigenlijk allemaal nog vragen; je hebt immers alles al. Doe maar nieuwe sokken of zo.
Maar, wat altijd nog moet blijven, is Arretjecake. Voor de onbekenden met dit fenomeen: men neme een pak Diamantvet of iets dergelijks en laat dit smelten in een pan. Vervolgens een rol Maria-biscuitjes in kleine stukje snipperen en er door heen roeren. Flink wat suiker, ik geloof 250 gram of zo, een paar rauwe eieren, een flinke berg cacaopoeder en nog een paar theelepels koffie-extract erdoorheen. Alles roeren, laten stollen in de koelkast, en opeten maar. Neem er een doos Rennies bij. Ik hoop altijd maar dat er weinig bezoek komt, dan kan ik die hele cake alleen opvreten.
Kon je eigenlijk nog maar weer eens zo’n dag als kind meemaken. ’s Ochtends bij je ouders in bed. Je kinderlijk verheugen, verkneukelen. Die spanning.. . maar nee, dat kind dat zijn we kwijt, voorgoed helaas. Overdoen, dat gaat niet meer. Want dan hadden we nog vééél meer overnieuw, of anders willen doen. En gedane zaken nemen geen keer
