Vele schoolreisjes heb ik doorstaan, en vele plakjes hardgekookt ei hebben de atmosfeer in de bus grondig verpest. Naar Oud-Valkeveen, waar je naar ik meen heerlijk kon verdwalen in een enorm doolhof. Natuurlijk naar de Efteling, waar “Hier papier” toch de meeste indruk maakte. En altijd was daar die bus. “Mag hij vooraan, want hij wordt snel autoziek!” Zo bracht ik in angst en beven de heen reis voorin de bus door, meestal naast de meester of juf, van een school die toen niet uitblonk in liefdevol personeel. Misschien begrijpelijk als je de hele reis naast een knaapje moet zitten dat elk moment in hevig braken kan uitbarsten, ik weet het niet. Je houdt toch wat afstand, dan.
Eenmaal op de bestemming aangekomen vermeed ik meestal zorgvuldig alle hotsende en draaiende attracties, en ook wat enigszins de hoogte in zou kunnen gaan was taboe. Zeker als je al ongeveer hoogtevrees kreeg als je op een krant stond. Leuk zo’n dagje Efteling. Op de terugreis begon het meestal: waar de hele klas in jolige stemming uit volle borst “Pak al je zorgen in je plunjezak en fluit, fluit, fluit” brulde, zat ik, steeds verder wit wegtrekkend en zwaar ademend, weer helemaal voorin, pal naast het raampje wat in die tijd gelukkig nog open geschoven kon worden.
Als de bus dan eindelijk de straat bij de school indraaide, konden de wachtende ouders – die je toen inderdaad nog bij terugkeer van een schoolreisje allemaal aantrof – langs de zijkanten van het voertuig een spoor van half verteerde plakjes ei en verder snoepgoed aantreffen, dat alles geproduceerd door een groen uitziend jongetje voorin de bus.
Nee, ik was geen held op school; gymnastiek was een drama, vooral het voorover uitduikelen uit de ringen was een traumatische ervaring die mij tot in lengte van dagen achtervolgt. Klimmen in het wandrek: een verschrikking. De bok en de kast: gruwelijk gewoon. Apekooien, ja, dat ging nog, al werd je wel altijd als laatste gekozen. Alleen slagbal, daarin was ik goed. Nou ja… in het slaan dan. Vangen was wat minder, als je nog wennend aan je nieuwe brilletje, klaarstond om met uitgestrekte handen een droom van een vangbal te maken die dan vervolgens in een vloeiende beweging tussen je handen door je montuur van je hoofd deed stuiteren, tot grote hilariteit van je klasgenoten.
Die gymlessen bleven altijd een bezoeking, ook op de middelbare school. Net zo lang klungelen met je voeten door de ringen steken tot de leraar het zat en je beurt voorbij was, zo kwam je de lessen nog wel door. De schoolreisjes werden leuker, en de autoziekte verdween, totdat ik zelf de schoolreisjes mocht begeleiden, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Wordt vervolgd.
