Etentje

Een etentje met een klas is een activiteit die je als docent met angst en beven tegemoet zou kunnen kunnen zien. ‘Zou kunnen’, maar in dit geval betrof het mijn eigen mentor-klas, die geheel gevuld was met eenentwintig zoete en brave meiden  en drie eh… jongens, allemaal in de bloei van hun leven, dus rond de achttien jaar. Die jongens, zo weinig in getal omdat het een opleiding dierverzorging betreft, en dat schijnt hoge aantrekkingskracht op meisjes uit te oefenen, hebben niet veel in te brengen en worden door de dames bij voortduring scherp in de gaten gehouden en van commentaar voorzien. Van enig branie-gedrag kan dus geen sprake zijn, en ook als mannelijke docent moet je dus geregeld op je hoede zijn.

Ze gingen allemaal mee. Wie in het onderwijs werkt en met een klas uit eten gaat, weet dat zoiets vrij uniek is, want de keuze van het etablissement leidt niet zelden tot een enorm gekrakeel, huilbuien en woede-aanvallen, en vervolgens gaat uiteindelijk maar de helft mee, omdat de een geen pizza lust en de ander geen chinees.  Het zegt dus wel iets over de saamhorigheid in de club. Nu zouden we hier in dorpje B. gemakkelijk naar het plaatselijke kiprestaurant kunnen gaan, waar alles naar kip smaakt, of je nou chinees, pizza of kip bestelt, maar men koos voor een gelegenheid in G.,  hier  twintig minuten rijden vandaan. Ik kreeg er vier in de auto , die zonder gène op luide toon allerlei details uitwisselden over collega’s die hen wat minder aanstonden.

Het restaurant bleek een enorme wok-achtige vreetschuur te zijn, met een parkeerplaats die in een complete ijsbaan was veranderd. Het was niet druk, en men had ons wijselijk een hoekje helemaal achteraan toebedeeld, vèr bij andere gasten vandaan. Achter de kookplaten stond een oud-leerling, die -als Japanner vermomd- nu toch nog iets met dieren deed na zijn opleiding, namelijk ze in mootjes hakken en smakelijk grillen. Het was onbeperkt eten en drinken voor één prijs, en vooral dat drinken baarde mij enige zorgen.
Ooit,  toen ik in IJmuiden op een huishoudschool werkte, werd er ook geregeld met de klas uit eten gegaan, ook meestal  Chinees. Ik stel me zo voor dat de uitbaters daar wit weg trokken wanneer men weer een afvaardiging van onze school zag binnenstappen, en inderdaad, geregeld vlogen de brokken rijst en loempia over de tafel, en zou je als docent van plaatsvervangende schaamte een tafeltje apart willen hebben, zo van ik-hoor-hier-niet-bij.

Eén van de schoonmaaksters op die school, Bep genaamd, speelde in haar vrije tijd bij een niet onverdienstelijk amateur operette-gezelschap. In haar argeloosheid had zij met de directeur geregeld dat een flink aantal klassen bij de feestelijke première van een nieuwe uitvoering in de lokale schouwburg aanwezig mocht zijn. Voor de lokale IJmuidenaren was zoiets ook een feestelijkheid van formaat, want wat moet je anders wanneer je de hele dag naar de walmende schoorstenen van de Hoogovens moet  kijken? Juist, dan ga je van pure wanhoop naar de operette.  Ik had het al nooit zo op operette. De leerlingen al helemaal niet, die dachten aan iets van een ijsgerecht of zo. Die directeur was blijkbaar wel een operette-liefhebber, dus zo kwam het dat op de avond van het eerste optreden de balkons – ook dat nog – geheel gevuld waren met schreeuwende, bekvechtende en joelende kinderen, allemaal voorzien van enorme hoeveelheden snoep, chips en ( hopelijk ) frisdrank. Over de rand hangend riepen en gooiden zij de aanwezigen beneden van alles toe, en nog vóór de voorstelling begonnen was, verlieten de eerste gasten – recht onder de balkons gezeten – woedend de zaal, terwijl boven de collega’s schuimend van woede een vergeefse kapo-achtige excercitie  op de leerlingen uitvoerden. Zodra schoonmaakster Bep op het podium verscheen, brulde de hele school boven de muziek uit : “Bèèèp, Bèèèèèp!!!”.  De directeur zelf was trouwens wijselijk  niet aanwezig, die las het de volgende dag allemaal uit de krant. Nog lang dreunde de voorstelling na, en nooit meer mochten wij de lokale schouwburg met een bezoek vereren.

Ik zou ook nog hele verhandelingen kunnen schrijven over bijvoorbeeld het uitje met de klas naar het De Miranda-bad in Amstelveen, waarbij een deel van de bustocht door het drukke verkeer in de binnenstad van Amsterdam voerde. De ergsten zitten in de bus altijd achterin, dus automobilisten die achter de bus reden werden dan ook geconfronteerd met tegen het raam geplakte ontblote boezems van de dames, om van de gebeurtenissen in het zwembad, waar je als bezoeker door een grote ruit onder water kon kijken, nog maar te zwijgen. Ja… de Huishoudschool. De tijden van weleer.

Gezien al het bovenstaande was ik dus wat huiverig voor het etentje. Het viel mee. Er werd inderdaad onbeperkt gedronken, en een enkeling begon wat met dubbelslaande tong te spreken. Er vlogen wat rijstkorreltjes door de lucht, en op een gegeven moment ontwaarde ik vanuit een ooghoek een opstelling waarbij er een meisje  boven op een stoel stond en een foto nam van alle dames die zich daar om heen geschaard hadden en die allemaal gierend hun decolleté’s toonden, terwijl de drie jongens aan mijn tafeltje nietsvermoedend hun computerspelletjes bespraken.  Ach ja. Het was best wel gezellig.
Bij vertrek wilde één van de knapen, die nooit zo fris rook, graag met mij meerijden, want ik ging de goede kant uit. Vooruit maar, straks doekje over de leuning en het is weer goed. “Meneer, ik ben een beetje misselijk, ik moet waarschijnlijk spugen, mag ook het raampje open”.  Buiten vroor het acht graden. In razende vaart ben ik naar het station gereden. Er is niet gespuugd. Het was een leuk avondje. Voor herhaling vatbaar, toch wel.

Eén antwoord op “Etentje”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *