Als je zo eens door de onderwijsvacatures bladert, dan zie je dat het onderwijs in de afgelopen jaren enorm is veranderd. Het sterkst komt dat tot uiting bij management-banen, want de huis-tuin-en-keuken docent, die hier en daar ook wel zorg-coördinator of coach wordt genoemd, doet eigenlijk nog steeds wat hij het beste kan, namelijk lesgeven. Zodra je echter dat simpele niveau ontstijgt, gaat er een wereld van nieuwe functies en functie-omschrijvingen voor je open. Daar er enorm veel gefuseerd is, worden er veel locatie-leiders gevraagd, die niet meer over diploma’s maar over competenties moeten beschikken
In Maastricht zoekt men een managing director, het TIO zoekt een vestigingsmanager, het Lyceum aan Zee wil graag een Onderwijsmanager, die ervaring heeft met hands on aansturen, èn die ervaring heeft met het aansturen van een cultuurverandering. Zo wordt een onderwijsvernieuwing tegenwoordig genoemd. Veel managers moeten ook inspirerend zijn. Blijkbaar is de fut er op grote schaal uit, maar als je coachend kunt leidinggeven is dat probleem zò opgelost.
In Winterswijk kan een conrector interne bedrijfsvoering aan de slag, en het Nova College in Haarlem zoekt een Hoofd Unitbureau en een Onderwijsinnovator om de ingeslapen zooi weer een beetje op te peppen. Dan kun je ook nog ergens junior-beleidsadviseur HRM worden of portefeuillehouder onderwijs.
En ik maar denken dat de directeur iemand was waar vervelende leerlingen naartoe gestuurd werden, om daar vervolgens in een hoekje van z’n kamertje wat strafwerk te maken. Maar nee, met zoveel mooie functies komt het in het onderwijs weer helemaal goed.
