Vanochtend in de krant weer eens twee humoristische berichten: “Er moeten centrale eindexamens worden ingevoerd in het mbo. Die moeten ervoor zorgen dat het maatschappelijk vertrouwen in diploma’s van het middelbaar beroepsonderwijs toeneemt. Dat zei minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) gisteren op een door de Volkskrant georganiseerd debat in de Rode Hoed in Amsterdam. De minister noemde de huidige praktijk van examinering, waarbij iedere mbo-instelling zelf examens afneemt, een „witte vlek in de kwaliteitsborging” van het onderwijs. Volgens Van der Hoeven moet elk mbo-diploma in het hele land dezelfde waarde hebben. In eerste instantie denkt de minister aan centrale examens voor bepaalde vakken, zoals Nederlands, Engels en wiskunde. ” Een ander bericht maakt melding van een mooi plan van het CDA ( inderdaad, de partij van die minister ) om het dreigend lerarentekort in één klap op te lossen: zet studenten voor de klas. Is leuk, en kunnen ze ervaring op doen.
Daar hebben we dan wel gelijk een klein probleempje. Laten we even een student van de PABO nemen, want ik mag toch hopen dat de minister daar op doelt. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het met de rekenvaardigheid van deze studenten droevig gesteld. In arren moede heeft men bij een aantal PABO’s maar een toelatingsrekentoets ingevoerd: wie meer dan 50 % onvoldoende maakt, mag niet verder. 80% van de kandidaten bleek ernstige moeite met deze toets te hebben. Wie dus blijkbaar 50 % goed heeft, op het niveau van sommetjes basisonderwijs (!) mag door! Tsjonge! Zelfs bij de lokale MBO-examens, die ik pleeg af te nemen, is dat een wel erg ruimhartige norm, maar ik denk dan ook uitsluitend alleen maar aan kwaliteitsborging van mijn vak.
En dan heeft men de taalvaardigheid gemakshalve maar helemaal niet getoetst, vermoedelijk met het idee in het achterhoofd dat dan geen enkele student meer in staat zal zijn om de PABO met succes af te ronden. Zou toch wat sneu wezen.
Gelukkig is het zo, dat in het onderwijs de “ouderwetse”, klassikaal lesgevende docent steeds meer als hinderlijk aanwezig wordt ervaren, en die zou je dus mooi kunnen vervangen door een willekeurig van de straat geplukte student, of iets wat op een student lijkt. Is ook veel goedkoper, mooie bezuinigingsmaatregel. Alle problemen in één keer opgelost.
Lesgeven hoeft niet, je laat hem wat coachen of tutoren, er zijn toch nauwelijke leerlingen want die zijn allemaal thuis bezig hun lesstof bij elkaar te Googlelen ( wat een woord, maar moet kunnen tegenwoordig ).
En voor die landelijke examens, ach, daar nemen we gewoon de CITO-toets voor. Heeft de gemiddelde coach-nieuwe-stijl al de handen vol aan.