Een reisje, deel 2

En knallen maar

Een bezorgde collega benaderde mij vanmorgen met de vraag of er nog een verslagje kwam van mijn reis naar Finland, waarover ik onlangs berichtte. Nu de barre poolkoude weer enigszins uit de verstijfde vingers is weggetrokken, kan daar inderdaad wel wat aan gedaan worden, hoewel ik daar in het hoge noorden wel een ernstige verkoudheid heb opgelopen die mijn teer gestel al een hele week in ernstige mate teistert. Naar Finland dus. Wij vertrokken op Schiphol in zomerse temperaturen en lieten een groen laagland achter ons, om vervolgens vanuit laaghangende nevel te landen in een koud en zompig, zwart permafrost, met hier en daar nog wat verweerde bruingekleurde berkenbomen, die een krampachtige strijd tegen het oprukkende poolijs voerden. Onze bagage bleek na een haastige overstap te zijn verdwenen en later afgeleverd te worden. Daar de duisternis in dergelijke regionen al heel vroeg valt, reden wij door een eenzaam en donker landschap richting het plaatsje Iislami, her en der wat overstekende elanden en rendieren ontwijkend. Aangekomen in het stadje, waar een snijdende poolwind door de straten gierde, deden wij ons in de plaatselijke pizzeria tegoed aan een copieuze maaltijd, die dan ook van Italiaanse origine was. Na afloop van deze culinaire uitspatting zouden wij nog even door onze reisleider worden ingewijd in het plaatselijke culturele leven. De bedoeling was een gelegenheid te bezoeken waar zich – zo vertelde hij – grote hoeveelheden Finse dames hadden verzameld om daar te wachten op een rijpere heer die hen ten dans zou vragen. Het scheen dat het mannelijke deel der bevolking tijdens dergelijke avonden in een zó kennelijke staat van dronkenschap verkeerde, dat maar moelijk de weg naar het etablissement gevonden kon worden, laat staan om dan nog eens de cha-cha-cha te kunnen dansen. Trouwe lezertjes begrijpen dat mijn aandacht, ook gezien mijn vergevorderde leeftijd, was gewekt. Tijdens het onderhandelen over de toegangsprijs vervoegden zich enkele kandidaat-dames bij de ingang. Hun uiterlijke verschijning, én de te betalen toegangsprijs van twaalf euro, deden de lust om hier nog lang te verpozen snel verdwijnen, zodat we ons maar richting hotel begaven, daarbij diverse zwalkende inboorlingen vermijdend. Ik mag dan wel rijp zijn, maar zó rijp toch ook weer niet. De volgende dag bracht het congres, waarbij de gesprekken in de wandelgangen op oorverdovende wijze werden opgeluisterd door een Tiroler orkest, dat in lokale Salzburger klederdracht elk zinnig overleg onmogelijk maakte.Maar gezellig was het zeker, en nuttig bovendien, en dat laatste maak je maar zelden mee op congressen die iets met onderwijs te maken hebben. Alleen de koffie, dat wasen schrikken als je een flinke teug nam om vervolgens te ontdekken dat je een op koffiemelk gelijkend Fins pak karnemelk had benut. Zaterdag was het tijd voor ontspanning. Met een busje werden wij met een man of acht naar een eenzaam oord in de bossen gebracht, waar een rap Fins pratend persoon ons in twee groepen verdeelde door de derde letter van onze voornaam te noteren om daarmee een kwartier lang driftig te rekenen en vervolgens tot een gunstige verdeling te komen. Met zo’n moeilijke taal kun je ook niet anders verwachten. De Finnen bedrijven daar diverse activiteiten om de lange winterdagen op ludieke wijze te verpozen, zoals bijvoorbeeld wedstrijden ‘laars gooien’, ‘vrouw dragen of gooien’, ‘zo lang mogelijk in de rooksauna zitten’ en het intrigerende ‘ondersteboven in een boom klimmen’. Een en ander las ik in een wervend foldertje over de plaats waar wij verbleven. Wij hielden het bij eland schieten op de computer, en dat vond ik al moeilijk genoeg. Aan het einde van de dag had ik nog wat tijd voor boodschapjes bij de plaatselijke grootgrutter, waar je ook kettingzagen, sneeuwschoenen voor twee meter sneeuw en wolvenklemmen kon kopen. ’s Avonds was er dan een lopend buffet in de “Lumberjack Lounge”, zo’n 80 km verderop en zo met zo’n groepje in de middle of nowhere in een donker Fins bos, dat heeft toch wel wat…. De volgende ochtend nog een verfrissende wandeling door de omgeving van het op een Siberisch mijndorp lijkende stadje en toen was het reisje al weer bijna voorbij. Genoten? Nuttig? Ja zeker! Sterker nog: ik zou het direkt weer over kunnen doen, en dan liefst zo’n hele donkere poolwinter lang, met twee meter sneeuw, wolvenklemmen en veertig graden onder nul. Alleen al vanwege de goede gesprekken die je buiten de officiele gelegenheden om voert. Apart volk, die Finnen…….

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *