Op het moment van schrijven is het op het onderwijsinstituut, waar ik mijn centjes pleeg te verdienen, open dag. Vanuit een leeg informatica-lokaal, want daarmee scoor je als school tegenwoordig niet meer, zie ik drommen bezoekers over het plein schuifelen. Zo nu en dan steekt een argeloze passant zijn hoofd om de deuropening, om bij de aanblik van al die zachtjes snorrende PC’s schielijk weer te verdwijnen. Ik kom dan telkens half overeind om aan een boeiende verhandeling over het nut van Word te beginnen, maar dan is het al weer te laat. Mooi tijd voor mijn weblog dus. Op een beetje open dag wordt alles uit de kast gerukt wat daar al weer een jaar in heeft gelegen. Zo scoren wij bijvoorbeeld met kuikentjes, die hier blijkbaar veilig opgehokt zijn, met een afdakje boven de kopjes. Ook is er veel interesse in paarden en zo, dat is booming business. Hoe anders was het lang geleden toen ik nog in IJmuiden werkte op een school voor “lager economisch en administratief onderwijs”. Gelegen in een kwijnende buurt, waar geregeld in het weekend met een geweer dwars door het hele pand werd geschoten, konden we ons daar verheugen in het astronomische aantal van wel 50 bezoekers. Bezoekers die veelal bestonden uit leerlingen die uiterst irritante vriendjes hadden meegenomen, zodat je voortdurend als een soort schildwacht achter hen aan moest sjokken. Ook ging men tijdens zo’n open dag geregeld met elkaar op de vuist, waarmee de praktijk van de rest van de week werd voorgezet. Altijd weer een enerverend gebeuren, zo’n open dag daar. Hier lopen zo’n 1000 bezoekers rond, ze zijn alleen niet hier. Heel kalmerend en rustgevend, zo’n open dag, ook al is het dan een zaterdag. Af en toe komt één van mijn meerderen controleren of ik hier niet in slaap ben gesukkeld en of ik wel genoeg mensen te woord sta. Wel, ik zit dan in elk geval belangrijke zaken achter mijn computer te doen. Over een paar uurtjes is het weer voorbij.
