Cycloop

ogenMet het klimmen der jaren wil je wereldbeeld nog wel eens vertroebelen. Bij anderen verheldert het, maar als het ook maar enigszins de andere kant op kan gaan, sta ik vooraan. Nu heb ik volgens boze tongen al mijn hele leven een vertroebeld wereldbeeld, maar nu is het letterlijk. Het oeverloos staren op de monitor begon steeds meer een dubbele realiteit en een bijbehorende hoofdpijn op te leveren, Mijn ogen waren al niet best: ooit rechts afgezakt tot -13 of zoiets, en links -6,5. Dat leverde dus een bril of contactlenzen op waarbij je het idee had met het ene oog door de goede kant van de verrekijker te kijken, en met het andere door de verkeerde.

Het zat in de familie. Het wat duistere wereldbeeld erfde ik letterlijk en figuurlijk van mijn moeder, die haar laatste dagen met één oog turend door een ouderwets vergrootglas nog wat leesvoer tot zich nam; zoiets is geen aardig vooruitzicht, en jaren geleden al had zich in mijn rechteroog een soort vroege staar ontwikkeld waardoor ik in aanmerking kwam voor een operatie. U weet hoe dat gaat met mannen in ziekenhuizen. En inderdaad leed ik na afloop ’s nachts martelende pijnen, wilde mijn oog er met veel misbaar uitrukken – geheel volgens Bijbelse principes – en hield ik mijn gade uit de slaap.

Goed, in de jaren daarna was het verschil in verrekijkers iets minder groot, maar nog steeds hoofdpijn verwekkend. In het gezin was ik met de opkomst van het mobieltje een voortdurend onderwerp van spot, omdat ik dit slechts met één oog fatsoenlijk kon bekijken, en dan stak het ongeveer in mijn oog. Nu verwacht ik van Google ná de Glass ook iets dergelijks in de vorm van een contactlens, maar dan met een mobiel ingebouwd, dus het is nog even afzien.

Onlangs was eindelijk oog nummer twee aan de beurt. Na diverse bezoekjes aan het oogziekenhuis en een arts die volgens mij aan zijn assistente de meest gruwelijke details uit mijn oog opsomde, mocht ik mij melden op de afgesproken tijd.
“We gaan nog even een keer meten meneer”. Wie wel eens bij de opticien komt, weet dat je dan een mooi landschapje ziet met in de verte een wit huisje met een rood dak en een vuurtoren op een dijk, zo’n plek waarvan je denkt: Daar zou ik graag eens op mijn gemak naar toe wandelen, maar ja, waar ter wereld is het?
“Nu even de eerste verdovingsdruppels”. Vervolgens een kamertje met nog meer slachtoffers, die allemaal veel ouder lijken dan ik – ben ik dus al zó oud – die allemaal hele series druppels in hun oog krijgen. Dat van mij heeft intussen het formaat van een theeschoteltje zodat ik stevig aan de paddo’s lijk. “Er zal eigenlijk geen na-pijn zijn meneer”. Ja ja, dat zeiden ze 15 jaar geleden ook. In de operatiekamer gaat er een steriele doek over mijn hoofd en ontwaar ik nog vaag een schaar of een dolk die daarin een opening rond mijn oog snijdt. De dokter richt nu een enorm zoeklicht op mijn oog, waar ik zo recht mogelijk in moet kijken, en de paddo’s lijken hun werk nu tot in extremis te doen. Regenboogkleuren, sloten jodium, een lichtshow van jewelste en een stofzuiger die dwars door mijn oog de oude lens verpulvert en vervolgens de restanten opzuigt, met hetzelfde geluid en beweging waarmee je ook met een hogedrukspuit een verstopte toiletpot weer tot leven wekt. Er schijnen op dat moment twee buizen in mijn oog gestoken te zijn, zo heb ik mij door een geduldige en opgewekte zuster laten vertellen. Ik mag beslist niet bewegen, niet hoesten en zo, en ik probeer dus tien minuten mijn adem in te houden, want vóór je het weet zit zo’n chirurg met z’n buizen je achterste hersenkwab weg te zuigen.

Het is klaar. Ik kom overeind. Het beeld achter het kapje is volledig zwart. Of ik soms blind ben, piep ik, maar nee, wél verblind, maar dat trekt weg, zegt de zuster. Of ik een kopje koffie wil. Jazeker.
In de wachtkamer ernaast gaapt een gezelschap in afwachting van eenzelfde operatie mij aan. Nee, het deed geen zeer, nee, niks van gevoeld. Men haalt opgelucht adem.

Na een dag en een  – o, wonder, absoluut pijnloze nacht – mocht het kapje er af. Een wondere, nieuwe en kleurrijke wereld openbaarde zich. Nooit meer als een cycloop op mijn mobieltje turen, nooit meer een vertroebeld wereldbeeld. Nou ja, zo nu en dan, als het zo uitkomt. En dat gebeurt nogal eens.

Eén antwoord op “Cycloop”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *