Oplettende lezertjes zullen hebben gemerkt dat het de afgelopen weken wat stilletjes was geworden op dit weblog; zoiets is natuurlijk niet bevorderlijk voor het aantal hits, want weblog-volgers kunnen behoorlijk ontrouwe lieden zijn. Wauwel gaat dit nu goedmaken met wat bevindingen van zijn reis naar China, want daar heeft hij de afgelopen tijd doorgebracht. China mag dan enorm in de vaart der volkeren omhoog stoten: de internet-verbindingen zijn er nog niet altijd even denderend, en het Twitteren bijvoorbeeld is daar helemaal onmogelijk. Overigens, uitleggen dat je even zou willen internetten is een opgave op zich, zelfs het woord ‘internet’ doet bij de meeste Chinezen geen lampje branden, hoewel ze je uiterst vriendelijk toe blijven knikken.
Aan boord van ons Chinese toestel werden wij in volslagen onverstaanbaar Engels welkom geheten, ook namens de Loyal Dutch Aillines. Het klopt dus echt. Vroeg je bij de avondmaaltijd om kip, dan kreeg je vriendelijk lachend vis, of iets wat daarvoor doorging, en dat ceremonieel herhaalde zich bij het ontbijt en bij alle andere hapjes en drankjes die werden voorgeschoteld.
In Beijing werden wij opgewacht door onze reisleidster; wij waren met een groep, want in je eentje of met z’n tweeën een rondreis door China maken, is de eerste keer zo iets als een buitenaards wezen wat -vers geland- zich op aarde een weg moet zoeken. Onze herder was een uiterst krasse, door de wol geverfde dame, bezig met het laatste jaar van haar carrière, die haar klasje snel naar de klaarstaande bus loodste. Het eerste wat opviel , was dat er een enorme Chinese wijk was, met behoorlijk veel Chinezen. In Beijing wonen er ongeveer 18 miljoen, en die lijken zich allemaal tegelijk op straat te begeven. Voeg daar nog alle toeristen bij ( alleen al in Beijing kwamen de eerste zes maanden van dit jaar 85 miljoen toeristen, waarvan slecht 1,6 miljoen buitenlanders ) en men kan zich een voorstelling maken van de drukte, die ons gedurende de gehele reis in vrijwel alle plaatsen waar wij kwamen heeft omgeven. Nu was het voor westerlingen niet echt het geschikte seizoen – heet, drukkend en geregeld regen – , dus Wauwel ( 1,94 m. lengte ) was met zijn gade en de rest van het resigezelschap een voor de Chinezen ongekend boeiende ervaring. Veel gestaar, veel gewijs en veel heimelijk gefotografeer met mobieltjes en camera’s, en alle dagjesmensen van het platteland hadden die avond een mooi verhaal om aan de verbaasde dorpelingen te vertellen. Vóórdat je dat platteland bereikt, ben je trouwens wel een paar uurtjes onderweg, want de wegen zijn overbevolkt en in een voortdurende staat van verkeers-infarct. Tussen het razende autoverkeer door, wat met geen enkele zebrapad of overstekende voetgangers rekening hield, begaven zich ook nog enkele miljoenen met complete gezinnen ( vaderaan het stuur, baby op schoot, twee peuters op de treeplank en moeder of oma op de achterzit ) beladen scooters en elektrische fietsen, die de onhebbelijke eigenschap hebben dat je ze niet hoort aankomen, en die dus voortdurend de vouw uit je verkleefde broekspijpen lijken te rijden.
Het is dus als voetganger ogen dicht, en lopen maar, en dan maar zien dat je de overkant haalt, want ook afremmen gebeurt niet; men stormt in volle vaart op het lopend verkeer af, daarbij ook nog links en rechts inhalend. Gelukkig hebben de Chinzen allerlei manieren om even aan de hectiek te ontsnappen, bijvoorbeeld door een ontspannende massage waarbij koninklijk op de rug gezeten wordt, of, en daar wil Wauwel zich eigenlijk liever geen voorstelling bij maken: Prostate Care, maar liefst 60 minuten lang, voor het luttele bedrag van 218 yuan. Morgen verder, want de jetlag neemt nu onverbiddelijk zijn tol!

Herkenbaar! Zie mijn Pekingstukjes op http://krekwekdogt.blogspot.com.
Mooi begin van vast een prachtige bundel verhalen. Kan me nu al verheugen op het vervolg!
Maar een jetlag heb je toch alleen als je van het westen naar het oosten vliegt?