De leukste dag in twee jaar tijd is weer voorbij. Voor mij als onderwijsgevende dan. Voor mij liggen weer twee lange jaren van ploeteren en uitzien naar de volgende NOT ( voor de niet schoolfrikken: Nationale OnderwijsTentoonstelling ).
Het is trouwens elke keer weer frappant, wanneer je bij de jaarbeurs arriveert, hoe netjes men staat te wachten voor het rode voetgangerslicht. Heel Nederland is hier getuige van de voorbeeldfunctie die onderwijzend Nederland zichzelf heeft toegedacht. De enkeling die toch door rood loopt, ja, die kan een carrière in het onderwijs verder wel vergeten.
Amechtig onderuit gezeten, temidden van enorme stapels gratis cd-tjes, niet-schrijvende balpennen, muismatjes, badsponsjes in de vorm van een blauw voetje (?) , blikjes pepermunt, en dat alles in de al uitpuilende Zwijsen-boodschappentas gepropt, zitten de bezoekers op hun vrije woensdagnamiddag in de trein terug naar alle uithoeken van het land. Na twee jaar gaat zo’n tas slijten, vandaar dat die NOT elke twee jaar gehouden wordt.Een gehaaide verkoper wist mij trouwens te overtuigen dat de Zwijsen-tas niet mannelijk genoeg stond, en zie, het resultaat:
Hij had wel een beetje gelijk, vond ik, dus gauw die Zwijsen in een Maasvlakte-tas, die gevuld bleek te zijn met een razend duur ( zogenaamd € 7,95 ) glossy tijdschrift van een groep bemiddelde project-ontwikkelaars over de Maasvlakte 2. Wat die op zo’n beurs deden, ontging mij ten enen male.
Zo’n beurs is altijd vreselijk druk, daarom is het altijd wijs een managersgezicht op te zetten en naar het gedeelte met directiemeubilair te koersen. Daar komt je al snel een weldadige sfeer tegemoet, hoe anders dan de doorsnee-docentenkamer. Hier overheersen ondertonen van bergamot, leder en notenhoutsoorten.

Je vindt daar ook niet snel rolletjes pepermunt of hartjes met opdruk, nee, hier gaan we voor het verfijndere gebak:
Hoe anders dan toch het gewonere docentenwerk, uitgestald onder onbarmhartig neonlicht:

Vooral de stands waar gratis voorwerpjes te krijgen zijn – gummetjes, pennen, post-it blokjes, t-shirts- mogen zich elke keer weer in een warme belangstelling verheugen. Je zou niet zeggen dat het onderwijs in het geld zwem, zoals boze tongen beweren. Heb je als stand niks bijzonders te bieden, ja, dan wordt het al gauw een beetje sneue vertoning:

Het moeten vermoeiende en deprimerende dagen zijn, als je als vertegenwoordiger van je bedrijf de hele tijd tegen je collega’s moet staan praten bij gebrek aan bezoekers, maar zeg nu zelf, zo’n stand oogt ook niet bepaald uitnodigend. Nee, dan eentje waar je een gratis smaakworkshop van Pierre Wind kunt winnen. Wat dat met onderwijs te maken heeft, is niet geheel duidelijk, en door het overaanbod van scheldende en tierende televisiekoks weet ik niet of dit nu zo’n publiekstrekker is geweest.

Er waren ook bedrijven, die iets met enge poppen in een ziekenhuisbed deden. Voor de dokter- en zusterschool of zo, denk ik. De pop in kwestie riep mij echter teveel associaties op met de toestand waarin het Nederlandse onderwijs verkeert, dus gauw verder naar de volgende stand. Oordeelt u zelf:

Maar goed, de meest intrigerende verwijzing op de NOT was toch wel een groot bord wat verwees naar een stand met de naam: “200 jaar onderwijsvernieuwing”. Kijk, daar kun je natuurlijk heel moedeloos van worden, maar aan de andere kant weet je nu ook dat alles wat nu over ons heen komt, niet de laatste vernieuwing zal zijn. Altijd blijven hopen dus maar.
